Een huisarts bereidt een spuit met het AstraZeneca-vaccin ANP

Er zullen in Nederland geen prikken meer gezet worden met AstraZeneca. Dat schrijft demissionair minister Hugo de Jonge in een brief aan de Tweede Kamer. Het vaccin werd al zo goed als niet meer gebruikt en sinds de zomer kwamen er ook geen nieuwe leveringen meer binnen. Alleen mensen die geboren zijn in 1960 of eerder kwamen ervoor in aanmerking.

Volgens De Jonge hebben in de afgelopen weken nog maar een paar mensen een afspraak gemaakt voor een prik met AstraZeneca. Mensen die al een eerste prik hebben gehad en een afspraak hebben staan voor een tweede prik met AstraZeneca zullen worden ingeënt met het Pfizer-vaccin.

In de zomer had de Gezondheidsraad al een advies uitgebracht dat mensen met een eerste prik AstraZeneca hun tweede prik met Pfizer konden laten zetten. Dat was ook de reden om geen AstraZeneca-vaccins meer aan te kopen.

Koelkasttemperatuur

Ten tijde van de ontwikkeling werd het AstraZeneca-vaccin gezien als een van de belangrijkste voorlopers in de vaccinrace. Het is een zogeheten vectorvaccin, waarin genetisch materiaal van het coronavirus aan een onschuldig verkoudheidsvirus voor chimpansees is toegevoegd.

De Nederlandse overheid ging er lange tijd van uit dat dat het vaccin als eerste goedgekeurd en geleverd zou worden. Omdat het op koelkasttemperatuur bewaard kan worden, was het plan om het vaccin uit te rollen op de manier waarop ook de griepprik geregeld is: voornamelijk via huisartsen.

Maar Pfizer en Moderna kwamen eerder met de resultaten van het klinische onderzoek naar hun mRNA-vaccins en lieten ook een grotere werkzaamheid zien tegen besmetting. Tegen ernstige infecties en ziekenhuisopnames werkte AstraZeneca ongeveer even goed als Pfizer en Moderna.

Omdat de mRNA-vaccins eerder beschikbaar kwamen, moest Nederland z'n strategie aanpassen. mRNA-vaccins moeten in vriezers met heel lage temperaturen bewaard worden en zijn daarmee alleen geschikt voor grootschalige vaccinatielocaties, zoals die later door de GGD zijn opgezet. Door het te grote vertrouwen in AstraZeneca begon Nederland als een van de laatste EU-landen met vaccineren.

Al snel ontstonden er problemen met het vaccin. De fabrikant kwam z'n leveringsbeloftes aan de EU niet na. Vaccins die eigenlijk voor de EU bedoeld waren, werden geleverd aan het Verenigd Koninkrijk. Het leidde tot maandenlange onenigheid tussen de EU en de farmaceut.

Trombose

Ook wat betreft de werking kwamen er kinken in de kabel. Volgens de gezondheidsautoriteiten in verschillende landen was er onvoldoende bewijs dat het vaccin optimaal werkte bij ouderen. In Nederland werd daarom besloten een maximumleeftijd voor het vaccin in te stellen. Mensen vanaf 65 zouden met andere vaccins worden ingeënt.

Niet veel later kwamen er berichten dat het vaccin juist ongeschikt was voor jongeren. In zeer zeldzame gevallen leidde vaccinatie met AstraZeneca tot een specifieke combinatie van trombose met een laag aantal bloedplaatjes, waardoor mensen konden overlijden. Nederland pauzeerde de inzet van het vaccin, ging er weer mee door en stopte het toen opnieuw, ditmaal voor alle mensen onder de 60. De vaccinatiecampagne voor 60-minners met een medische indicatie en bepaalde groepen zorgmedewerkers liep daardoor weken vertraging op.

De zeldzame bijwerking uitgelegd:

Niet zomaar trombose

Het besluit had tot gevolg dat AstraZeneca alleen nog maar ingezet werd bij 60- tot en met 64-jarigen. Ondertussen nam het vertrouwen van die groep in het vaccin af. Huisartsen bleven zitten met veel ongebruikte doses.

Daarop werd de Gezondheidsraad om advies gevraagd of mensen die hun eerste prik met AstraZeneca hadden gekregen hun tweede prik met een ander vaccin konden krijgen. Vanaf juli konden mensen die dat wilden een tweede prik van Pfizer krijgen. Nederland besloot geen nieuwe leveringen van AstraZeneca te ontvangen. 60- tot en met 64-jarigen die nog helemaal niet waren ingeënt kregen een nieuwe uitnodiging om zich te laten vaccineren met Pfizer of Moderna.

Donatie

Ongebruikte AstraZeneca-vaccins werden gedoneerd aan andere landen, zoals aan Suriname. Veel huisartsen werden echter ook boos omdat meer dan 100.000 doses vaccin die zich nog in huisartsenpraktijken bevonden werden weggegooid. De houdbaarheid dreigde te verlopen.

Tot afgelopen week bleef het ook mogelijk voor Nederlandse 60- tot en met 64-jarigen om te kiezen voor vaccinatie met AstraZeneca. Het RIVM adviseerde echter daarmee te stoppen omdat de belangstelling te gering was. Daarmee heeft minister De Jonge ingestemd, zo schrijft hij aan de Kamer.

STER reclame