Ireen Wüst ANP / NOS Joëlle Angel

Schaatsster Ireen Wüst mag zich met vijf gouden, vijf zilveren en één bronzen medaille onbetwist de succesvolste Nederlandse olympiër noemen, maar verzadigd is ze zeker nog niet. In 2022 wil ze er nog wel een schepje bovenop doen en nóg een keer goud halen. Dat fanatisme zat er bij de Brabantse al van jongs af aan in.

In de verkiezing van de beste Nederlandse olympiër aller tijden is Wüst met haar - tot dusver - elf plakken op de derde plek geëindigd.

Woedend en stampend liep de jonge Wüst naar boven. Het was de winter van 1997 en vader Wim Wüst was zojuist ergens tussen Harlingen en Franeker gestrand tijdens de Elfstedentocht. "Papa had niet mogen opgeven", zei ze met betraande ogen tegen haar moeder.

"In mijn ogen heeft hij opgegeven en je geeft nooit op", verklaarde ze haar reactie. "Dat zit in mij." Het was voor de familie Wüst de eerste, en zeker niet laatste, kennismaking met het fanatisme van de jonge Ireen.

Knallen

Met datzelfde fanatisme pakte Wüst het schaatspubliek al snel in. Op de tribunes in Thialf gingen de mensen uit hun dak bij het eerste grote toernooi van de Brabantse.

Tijdens de televisie-interviews probeerde ze zo hard te praten dat ze boven het publiek uitkwam. Ze dacht dat de interviewer haar anders niet zou horen. Meer dan eens gebruikte ze het woord 'knallen' en dat zou ze in de jaren erna ook blijven doen. "Ik had eigenlijk patent op dat woord moeten aanvragen."

Op 19-jarige leeftijd 'knalde' Wüst al naar olympisch goud op de 3.000 meter in Turijn (2006) en daarmee mocht ze zich de jongste Nederlandse ooit noemen die een gouden medaille op de Winterspelen heeft veroverd.

2006: Wüst na haar gouden race op de 3.000 meter ANP

"Machtig mooi", zo omschreef Wüst haar eerste Spelen. "Dan ben je negentien en dan ben je daar ineens. Het was één groot feest. Er was een eetzaal en een spelletjeszaal. Ik dacht echt: waar ben ik terechtgekomen?"

Het olympisch dorp kent inmiddels geen geheimen meer voor Wüst. Na 2006 was ze ook van de partij bij de Spelen van 2010 (Vancouver), 2014 (Sotsji) en 2018 (Pyeonchang). Nu mag vier Spelen op rij van de partij zijn misschien nog niet eens zo bijzonder zijn, maar bij al die Spelen minstens één gouden medaille grijpen is wel heel uitzonderlijk.

2018: Wüst toont haar olympische gouden plak van de 1.500 meter AFP

Met haar gouden plak op de 1.500 meter in Pyeongchang verbrak ze opnieuw records. Ze werd niet alleen de succesvolste Nederlandse olympiër, maar ook de eerste schaatser aller tijden die elf keer een olympische medaille veroverde én bovendien de eerste atleet die op vier verschillende Winterspelen een individuele gouden medaille won.

Toch nog één keer naar de Spelen

Na de Spelen in Zuid-Korea dacht Wüst dat ze haar laatste olympische race had gereden, maar in de daaropvolgende zomer kwam ze alweer op dat besluit terug. "Ik ontdekte weer hoeveel ik geniet van het schaatsen, van het afzien, van de fietsritjes door Friesland, van het krachttrainen."

En er is nog altijd een record waar ze op kan jagen: dat van meeste gouden medailles. Ze staat met vijf keer goud op gelijke hoogte met de Duitse Claudia Pechstein en de Amerikaanse Bonnie Blair.

Het trio heeft één gouden plak minder dan Lidia Skoblikova, die met zes keer olympisch goud nog altijd recordhouder is. Wüst hoopt in Peking over twee jaar op gelijke hoogte te komen met de Russin.

Daarna zit de schaatscarrière van de inmiddels 34-jarige er echt op, voorspelt ze. "De Spelen van Peking zijn een punt. En een uitroepteken."

STER reclame