Dit was 2020
ANP

Met een gebalde vuist in de lucht en een knie op de grond. Op die manier werd in tientallen steden in juni gedemonstreerd tegen racisme en discriminatie. Volgens experts zijn er in 2020 zowel op maatschappelijk als politiek vlak belangrijke resultaten geboekt, maar ze zeggen ook dat er nog een lange weg te gaan is.

De protesten waaiden over vanuit de VS. Nadat de zwarte Amerikaan George Floyd door politiegeweld was omgekomen. Het aantal demonstranten in Nederland liep uiteen van soms een handjevol tot zo'n 11.000 in het Nelson Mandelapark in Amsterdam-Zuidoost.

Gevolg is dat het onderwerp discriminatie nu steviger dan ooit tevoren in Nederland op de agenda is gezet, zegt Halleh Ghorashi van de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Ik ben al sinds 2005 hoogleraar diversiteit en heb vele golven gezien, maar de bereidheid tot verandering is nog nooit zo structureel geweest."

Zo komt er een parlementair onderzoek naar discriminatie en wordt er een Nationaal coördinator discriminatie en racisme (Ncdr) aangesteld. Daarnaast heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen om deze onderwerpen verplicht te behandelen op school.

'Geluisterd op hoog niveau'

"Je ziet dat er op hoog politiek niveau is geluisterd naar de activisten", zegt Jan-Peter Loof, ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens en universitair docent staatsrecht en mensenrechten. "Jarenlang viel er over zo'n coördinator bijvoorbeeld niet te praten. En omdat er nu duidelijk een politieke meerderheid is, zegt minister Ollongren: we moeten nog uitzoeken hoe precies, maar zo'n Ncdr gaat er komen."

In ongeveer de helft van de gevallen die we uitzoeken, oordelen wij: dit was geen discriminatie.

Jan-Peter Loof, College voor de Rechten van de Mens

Ook het College merkt de impact van de anti-racismedemonstraties. Er kwamen tot nu toe ruim een derde meer verzoeken binnen dan vorig jaar om een oordeel te vellen over mogelijke discriminatie op basis van afkomst.

Tot en met november dit jaar werd 137 keer zo'n beroep gedaan op het College. Dat is veruit het hoogste aantal in minstens acht jaar tijd. Wel wijst Loof erop dat er in de praktijk geregeld een verschil zit tussen perceptie en werkelijkheid. "In ongeveer de helft van de gevallen die we uitzoeken, oordelen wij: dit was geen discriminatie."

Zwarte Piet

De Zwarte Piet-discussie is een goed voorbeeld van hoe uiteenlopend mensen naar discriminatie kijken. De een ziet in het omstreden personage een leuke traditie die behouden moet worden. De ander vindt het een racistische karikatuur die snel moet verdwijnen.

Dit jaar is het draagvlak voor Zwarte Piet verder gedaald. Nog 39 procent van de Nederlanders vindt dat zijn uiterlijk hetzelfde moet blijven, blijkt uit de tweejaarlijkse opiniepeiling van I&O research. Vier jaar geleden was dat nog 65 procent.

Een van de mensen die zijn mening over Zwarte Piet dit jaar heeft bijgesteld, is premier Mark Rutte:

Rutte: ik hoorde eerst tot groep 'Zwarte Piet is zwart'

Rutte ging uiteindelijk in het Catshuis in gesprek met leiders van de protestbeweging. Eerder in juni had hij al gezegd dat discriminatie een "systemisch probleem" is in Nederland.

In dit artikel zijn cijfers op een rij gezet, die laten zien dat mensen vooral in het onderwijs en op de arbeidsmarkt discriminatie ervaren. In onderzoeken is ook naar voren gekomen dat op de woningmarkt mensen met migratieachtergrond te maken krijgen met discriminatie.

Onbedoeld racisme

"Wat ik heel interessant vind, is dat best veel mensen geschrokken lijken van de protestbeweging", zegt Ghorashi. "Die beseffen: er zit waarschijnlijk wel wat waarheid in en ik kan dat niet meer ontkennen. Dat vind ik een heel belangrijke stap."

Volgens Ghorashi is het bewustzijn van onbedoeld racisme gegroeid. Dat zijn bijvoorbeeld opmerkingen die als grap bedoeld zijn, maar juist kwetsend overkomen. Of onbewust steeds de voorkeur geven aan bepaalde bevolkingsgroepen bij het selecteren van kandidaten voor een stage, baan of woning.

Die trend verklaart volgens haar ook waarom er bij de demonstraties veel meer dan eerst ook witte Nederlanders meededen. "We komen uit een fase waarin onschuld centraal stond. Namelijk de gedachte: we zijn als samenleving tolerant en daar hoort racisme niet bij. Maar de protesten laten zien dat de praktijken van racisme en uitsluiting structureel aanwezig zijn", zegt Ghorashi.

Doorpakken

"Het laat ook zien dat institutioneel racisme veelal gaat om onzichtbare processen, die toch mensen uitsluiten. Dat kan je niet zomaar oplossen met een Nationaal coördinator discriminatie en racisme. Hoe belangrijk die stap ook is."

Ook volgens Jan-Peter Loof is het belangrijk voor de politiek om door te pakken en de wetgeving aan te scherpen om het probleem beter tegen te gaan. Zo'n nationaal coördinator is daarbij volgens hem een goed begin.

"Die gaat natuurlijk niet gelijk het leven van mensen veranderen. Maar het kan er wel voor zorgen voor dat het beleid minder van een kabinet afhankelijk is en gewoon doorgaat. Uiteindelijk is de grootste winst dat de protesten duidelijk hebben gemaakt dat het een maatschappelijk probleem is en dat de politiek dat erkent."

STER reclame