AP

Opnieuw zijn meldingen van de zeer zeldzame bijwerking van trombose en een laag aantal bloedplaatjes na vaccineren in het nieuws. Nu gaat het over het Janssen-vaccin en niet over AstraZeneca, waarmee in Nederland al wordt geprikt. Zijn de meldingen vergelijkbaar?

Nog geen week geleden besloot demissionair minister De Jonge mensen jonger dan 60 jaar niet meer te vaccineren met AstraZeneca, vanwege de zeer zeldzame bijwerking van trombose en een laag aantal bloedplaatjes. Vandaag besloot fabrikant Johnson & Johnson om leveringen van het Janssen-vaccin aan Europa tijdelijk stil te leggen, na meldingen van hetzelfde ziektebeeld.

Bij AstraZeneca is na onderzoek de bijsluiter geüpdatet; daarin wordt het ziektebeeld nu als zeer zeldzame bijwerking genoemd. Bij Janssen is er nu alleen sprake van meldingen. Een mogelijk verband wordt onderzocht.

Dat onderzoek wordt gedaan door het CDC, de Amerikaanse evenknie van het RIVM, de Amerikaanse medicijnwaakhond FDA en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Het gaat om zes trombosegevallen, die zich voordeden bij vrouwen in de VS tussen de 18 en 48 jaar. Een van hen is overleden, een ander ligt in het ziekenhuis.

Een verband tussen deze meldingen en het Janssen-vaccin is dus (nog) niet vastgesteld. Bijna 7 miljoen Amerikanen zijn inmiddels ingeënt met het Janssen-vaccin, waarbij één prik volstaat voor immuniteit tegen het coronavirus.

Zeer zeldzaam

Bij AstraZeneca en de meldingen is er waarschijnlijk wel sprake van een verband, zei het EMA vorige week. Op 4 april waren er wereldwijd 222 meldingen van het zeldzame ziektebeeld na vaccineren met AstraZeneca. De meldingen werden vooral gezien bij vrouwen onder de 60 jaar. In Europa en het Verenigd Koninkrijk zijn in totaal 34 miljoen vaccinaties gezet met het vaccin.

Volgens het EMA is de kans op de zeer zeldzame bijwerking bij AstraZeneca ongeveer 1 op 100.000. Bij Janssen zijn na bijna 7 miljoen gezette prikken 6 meldingen bekend, wat neerkomt op minder dan 1 melding per miljoen vaccinaties.

Ter illustratie:

Het EMA zegt over AstraZeneca dat de voordelen opwegen tegen de risico's. Daarom kan volgens het EMA AstraZeneca gewoon gebruikt worden. Het is aan landen zelf om eventuele risico-afwegingen te maken over het niet geven van AstraZeneca aan bepaalde doelgroepen. In Nederland gebeurt dat nu: 60-minners krijgen geen AstraZeneca meer, omdat de meldingen vooral voorkomen bij mensen onder de 60 en de kans op sterfte door corona groter wordt bij mensen boven de 60.

Volgens het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, de Nederlandse tak van het EMA, is het nu nog te vroeg om conclusies te trekken over het Janssen-vaccin en de meldingen. "Op dit moment wegen de voordelen van het Janssen-coronavaccin op tegen de mogelijke risico's."

Eerder waarschuwden deskundigen al voor een 'hyperfocus' op de mogelijke bijwerkingen van vaccins. Volgens hen is het belangrijk dat er naar de grootte van het risico van de mogelijke bijwerkingen wordt gekeken. "Risico's kun je nooit 100 procent uitsluiten. Je moet kijken naar de voordelen en de nadelen van een vaccin en die tegen elkaar afwegen. In dit geval is het risico heel klein", zei hoogleraar immunologie Marjolein van Egmond toen.

Er komen minder mensen voor AstraZeneca-vaccinaties, merkt een Amsterdamse huisarts in een buurthuis waar zij mensen uit de Bijlmer vaccineert:

Opkomst met vaccineren in de Bijlmer lager

Een andere overeenkomst tussen AstraZeneca en Janssen is het soort vaccin: beide vaccins zijn een vectorvaccin. Alle vaccins brengen een klein stukje genetische code van het coronavirus in onze cellen. Pfizer/BioNTech en Moderna doen dat via een vetbolletje, Janssen en AstraZeneca gebruiken een onschuldig verkoudheidsvirus als 'vervoermiddel'. Het stukje genetische code zorgt ervoor dat onze cellen een stukje virus-eiwit aanmaken. Dat eiwit moet een afweerreactie aanzwengelen die ons beschermt tegen het coronavirus.

Het is nog onbekend waar het ziektebeeld door veroorzaakt wordt, en dus kan er ook niet worden gezegd of dit te maken heeft met het type vaccin.

Ook bij Pfizer en Moderna zijn trombose-meldingen binnengekomen. Bij Moderna gaat het om 5 meldingen op 4 miljoen prikken. Bij Pfizer gaat het om 35 meldingen op 54 miljoen prikken. Ook bij deze vaccins is nog geen verband aangetoond tussen de meldingen en het vaccin.

STER reclame