Politie doet te weinig tegen corruptie, misdaad zoekt zwakke plekken

ANP
Geschreven door
Remco Andringa
redacteur Politie en Justitie

De politie doet nog te weinig om corruptie binnen de eigen gelederen tegen te gaan. Ondertussen probeert de georganiseerde misdaad steeds meer grip te krijgen op de opsporingsdiensten.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat vandaag is gepubliceerd.

Nog altijd is de screening bij de politie niet op orde, constateren de onderzoekers. "Steeds minder medewerkers worden onderworpen aan de zwaardere vormen van screening", staat in het rapport. Ook zijn die onderzoeken minder uitvoerig dan in het verleden en wordt er te weinig tussentijds gescreend.

Lekken

De afgelopen vijf jaar constateerden de onderzoekers 80 integriteitsschendingen die verband hielden met georganiseerde misdaad. De helft van de schendingen vond plaats bij de politie, de rest bij de douane, Koninklijke Marechaussee en FIOD. Bij de politie gaat het met name om het lekken van informatie en priv├ęcontact met criminelen. Bij de douane en de FIOD gaat het vooral om het omzeilen van controles.

In een reactie zegt minister Blok dat de politie en andere organisaties zoals de douane maatregelen om dit tegen te gaan hebben aangescherpt. "Het onderzoek bevestigt hoe belangrijk het is om medewerkers van de opsporingsdiensten weerbaarder te maken tegen de druk vanuit de georganiseerde criminaliteit. Daarmee doorgaan is de belangrijkste les."

Zowel de politie als de douane had de afgelopen tijd te maken met corruptieschandalen. De bekendste voorbeelden zijn de zaak rond politiemol Mark M. en de lekken bij de Dienst Bewaken en Beveiligen. Ook veel aandacht kreeg de corrupte douanier Gerrit G., die werd ingezet door drugsbendes.

Volgens het rapport is er een "oververtegenwoordiging" van het aantal medewerkers met een migratie-achtergrond bij integriteitsschendingen. Bij de politie ging het om zestien medewerkers. Naar schatting hebben zo'n 5000 van de 65.000 mensen bij de politie een migratie-achtergrond.

De kans dat zij een crimineel kennen is volgens de onderzoekers groter, "gezien de relatief grote betrokkenheid van sommige etnische groepen bij georganiseerde criminaliteit". Ook is sprake van "dubbele loyaliteit": enerzijds naar de politie, anderzijds naar familie en vrienden uit de eigen achterban.

Profiel van 'foute' opsporingsambtenaar: relatief jong, weinig zelfcontrole, kan slecht omgaan met tegenslag en frustratie en heeft een hang naar avontuur en luxe.

Aanwijzingen dat de corruptie bij opsporingsdiensten toeneemt, zijn er niet. Wel proberen criminelen steeds duidelijker om voet aan de grond te krijgen bij de autoriteiten.

Vooral de politie is kwetsbaar, doordat daar de meeste mensen werken en doordat agenten op straat in contact komen met criminelen. Ze moeten zicht houden op foute types, maar ook afstand houden. "Dat is een spagaat waar niet iedereen goed uit komt."

Smartphone

De onderzoekers waarschuwen dat criminelen misbruik maken van digitalisering: agenten hebben tegenwoordig met hun smartphone toegang tot vertrouwelijke gegevens en dat maakt hen tot doelwit van de georganiseerde misdaad.

Toch worden juist deze medewerkers van de basisteams het minst zwaar gescreend, blijkt uit het onderzoek. Verder lijken douane en marechaussee meer aandacht te hebben voor corruptie dan de politie. Daar heerst een gesloten cultuur: elkaar aanspreken op gedrag ligt gevoelig. Dat bleek eerder deze week ook al uit onderzoek naar de affaire rond de Centrale Ondernemingsraad.