Nieuwsuur
ANP

Gemeenten zien dat de Belastingdienst nog steeds steken laat vallen bij de hulp aan gedupeerden van de toeslagenaffaire. Daarom springen zij in het gat en komen met extra hulp. Het gaat dan om relatief kleine dingen als geld voor de tandarts, maar ook hulp met het invullen van formulieren. Het moet de Belastingdienst overtuigen dat de burgers écht gedupeerden zijn en recht hebben op compensatie.

"Mensen zijn heel blij, maar vaak ook echt verrast dat je de telefoon opneemt, dat je een direct nummer geeft, dat mensen je kunnen terugbellen, dat je laat weten of iets gedaan is en waarom niet", zegt Esther van der Meulen tegen Nieuwsuur. Zij is procesmanager van het doorbraakteam in de gemeente Amsterdam en helpt de ouders. Zij ziet dat gedupeerden de gemeentelijke aanpak niet gewend zijn na hun soms jarenlange contact met de Belastingdienst.

Volgens Van der Meulen heeft de Belastingdienst de communicatie nog altijd niet op orde. "Nu nog bellen mensen met de Belastingdienst en krijgen ze niemand te pakken." Of ze krijgen een geautomatiseerde brief waarin staat dat ze nog langer moeten wachten voor ze duidelijkheid over hun zaak krijgen. Terwijl het de bedoeling was dat de overheid een menselijke kant zou gaan laten zien.

Jan Paffen doet als projectleider hulpteam toeslagen vrijwel hetzelfde werk in Dordrecht, voor de Drechtsteden. Daar bellen ze alle mensen op die zichzelf bij de Belastingdienst als gedupeerde hebben gemeld. Ze kunnen hulp krijgen bij het zoeken naar een huis of extra budget krijgen voor bijvoorbeeld de aanschaf van een wasmachine.

Belangrijke zaken voor gezinnen die vaak jarenlang weinig geld hadden omdat schuldeisers ze achter de broek aan zaten. "Het kan in kleine dingen zitten", zegt Paffen. "Een kind dat bijna depressief is geworden omdat ze niet kon sporten en dat nu weer naar de sportclub mag. Dat is goud. Dan zie je zo'n kind weer opbloeien en krijgen we zelfs telefoontjes van "zo fijn dat dat weer kan"."

Bezwaar maken

De landelijke overheid stelt budget beschikbaar voor deze hulp. Maar gemeenten gaan verder dan alleen de basishulp die ze moeten aanbieden. Omdat ze zien dat de landelijke overheid, de Belastingdienst, het laat afweten. Gemeenten die de helpende hand bieden, gaan daarmee soms naast hun inwoners staan en tegenover de landelijke overheid, de Belastingdienst.

"Het gaat eigenlijk steeds langzamer", zegt Paffen over de hersteloperatie van de Belastingdienst. "Je ziet een vertraagd proces. Dat komt ook door de hoeveelheid. Wij merken dat we bijvoorbeeld veel met burgers bezig zijn om een ingebrekestelling aan de Belastingdienst te schrijven, als die weer te laat is."

Als inwoners van de Drechtsteden zich hebben gemeld als gedupeerde, maar worden afgewezen voor de dertigduizend euro schadevergoeding, dan helpt de gemeente ze met bezwaar maken. Want dat blijkt in de praktijk ook met de hulp van de medewerkers van de Belastingdienst nog best lastig, zegt Paffen. "Als ze na een 'lichte toets' in eerste instantie worden afgewezen, is het ons al vaak gelukt met meer bewijslast en meer stukken op een rij, toch een gedupeerdenstatus te krijgen voor de burger."

Het schiet niet op

Er werken inmiddels ruim achthonderd mensen aan de hersteloperatie van de Belastingdienst. Daarmee moet de overheid een meer menselijke kant laten zien. Bijvoorbeeld met budget voor een wasmachine zolang iemand nog niet de dertigduizend euro toegewezen heeft gekregen. Bij de gemeenten zien ze dat de fiscus nog lang niet iedereen heeft geholpen of naar tevredenheid heeft geholpen.

Van der Meulen in Amsterdam helpt bijvoorbeeld geregeld mensen met de communicatie richting de Belastingdienst. Er is dan nog geen zaakbehandelaar aangewezen waarbij iemand kan aankloppen. "Die zijn er heel vaak nog niet, dus dat is lastig." De kritiek op de Belastingdienst is nog steeds dat het maar niet opschiet. Maar ook bij de gemeenten komt nog niet iedereen aan de beurt. Ook daar geldt dat de hersteloperatie iets is van een lange adem.

STER reclame