Een agent rijdt langs verbrande fietsen na de rellen in Rotterdam ANP

Door privacyregels en het grote aantal app- en discussiegroepen op sociale media lopen gemeenten en politie bij rellen, zoals die van afgelopen vrijdag in Rotterdam, achter de feiten aan. Dat stellen online veiligheidsexperts.

"Het lastige bij rellen zoals in Rotterdam is voor politie en gemeenten dat de relschoppers deel uitmaken van allerlei verschillende groepen", zegt Arnout de Vries. Hij is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO.

"Vaak beginnen de oproepen in besloten Telegram-groepen en dat zijn er zo veel dat het lastig bij te houden is", stelt hij. "De politie mag alleen meekijken, onder een alias, als er een duidelijke reden is om dat te doen. Maar dat moet je dan wel weten."

De gemeente Rotterdam, de politie en het OM waren al een paar dagen voor de rellen op de hoogte dat een groep van enkele tientallen mensen vrijdag op de Coolsingel wilde protesteren tegen het coronabeleid. Zij werden echter verrast door de "orgie van geweld" die daar ontstond, aldus burgemeester Aboutaleb na de rellen.

Gemeenten en politie kunnen nog altijd heel moeilijk inschatten wanneer een online oproep tot een verstoring leidt.

Onderzoeker cyberveiligheid Willem Bantema

Rechtssocioloog en onderzoeker cyberveiligheid Willem Bantema deed onder meer na de Project X-rellen in Haren in 2012 onderzoek naar de rol van burgemeesters als het gaat om digitale veiligheid. Hij zegt dat naast besloten berichten die niet altijd ingezien kunnen worden, burgemeesters en politie ook nog altijd moeite hebben om online informatie te duiden. "Ze kunnen heel moeilijk inschatten wanneer een online oproep tot een verstoring leidt."

Volgens Bantema is het sneller toelaten van agenten in privékanalen toch geen goede oplossing. "Als je die keuze maakt, draagt dat mogelijk bij aan de veiligheid, maar lever je veel privacy in."

Hij vindt het beter om meer te investeren in anonieme meldpunten voor burgers die online signalen van ordeverstoring tegenkomen. "Je wilt geen heksenjacht waarbij bewoners actief op zoek gaan naar dergelijke zaken. Maar mochten zij dat toevallig online tegenkomen, dan zou het goed zijn als dat bij autoriteiten wordt gemeld", zegt de onderzoeker.

De politie is geschrokken van het aantal minderjarigen onder de relschoppers, zegt Max Daniel van de Nationale Politie. De jongeren organiseren zich volgens hem via sociale media:

Veel minderjarigen onder relschoppers: 'Zelfs van 14 en 13 jaar zijn we ze tegengekomen'

Bantema ziet ook dat meer inzet van onder anderen digitale boa's kan bijdragen aan deëscalatie. "Dan kun je preventief optreden in plaats van achteraf kijken hoeveel politie je moet inzetten."

Daarnaast doet hij in opdracht van burgemeesters onderzoek naar digitale gebiedsverboden, waardoor iemand een bepaalde tijd op last van burgemeesters bijvoorbeeld geen uitingen meer kan doen op sociale media.

"Dan kun je bijvoorbeeld een zogenoemde last onder dwangsom opleggen als er herhaaldelijk een drillrap online wordt geplaatst wat tot een verstoring leidt."

Een zeer verregaande mogelijkheid voor burgemeesters en politie is het instellen van een zogenoemde kill switch, waarbij ze in een bepaald gebied het internetverkeer of bepaalde sociale netwerken stilleggen. "Technisch is dat mogelijk en in Engeland is dat ook één keer gebruikt", zegt De Vries. "Daar kwam echter zo veel kritiek op dat het daarna niet meer is gebeurd."

Deze methode wordt tot nu toe vooral ingezet door autoritaire regimes om onwelgevallige meningen te censureren of anti-regeringsprotesten te voorkomen en wordt door mensenrechtenorganisaties hevig bekritiseerd.

Volgens De Vries zou het juist extra druk leggen op hulpdiensten. "Dan gaat iedereen 112 bellen en dat nummer moet bereikbaar blijven."

STER reclame