NASA

Vandaag vertrekt een nieuwe module naar het ISS: Naoeka, met eraan vast een grotendeels in Nederland gebouwde robotarm. Maar hoelang zal daar nog gebruik van worden gemaakt? De levensduur van de oudste onderdelen van het ruimtestation is allang verstreken.

Het ISS is een samenwerking tussen internationale partners: de VS, Rusland, Europa (ESA), Japan en Canada. Formeel loopt die samenwerking in 2024 af.

NOS

De laatste jaren komt er af en toe verontrustend nieuws uit het ruimtestation. Over haarscheurtjes, metaalmoeheid, inslagen van micrometeorieten en soms kleine hoeveelheden weglekkende lucht. Die problemen spelen vooral in het Russische deel van het ISS en de berichten doen dan ook denken aan het oude Russische ruimtestation Mir, dat in zijn nadagen te maken kreeg met het ene na het andere horrorscenario: brand, stroomstoringen en een levensgevaarlijk lek.

Zo dramatisch is de toestand van het ISS nog lang niet, weet ruimtevaart-expert Ronald Klompe, betrokken bij het Nationaal Ruimtevaart Museum in Lelystad. "Ik verwacht geen botsingen of branden, maar sommige onderdelen die in 1998 of kort daarna zijn gelanceerd waren maar voor een periode van zo'n 15 jaar bedoeld. Daar zitten we allang overheen. Dat het nog gaat, is omdat er veel meer geld is voor het ISS dan indertijd voor de Mir en er meer aan onderhoud wordt gedaan."

Toch wil niemand voorlopig de stekker eruit trekken. NASA blijft de grote aanjager van het miljarden kostende station. Ook ESA en JAXA willen nog tot zeker 2028 door. "Persoonlijk geloof ik dat het ISS nog een mooi leven voor zich heeft", zei de directeur-generaal van ESA Josef Aschbacher, eerder deze maand toe hij even in Nederland was voor een briefing over robotarm ERA.

ESA/NOS

Dat de VS met internationale partners de komende jaren gaat bouwen aan een nieuw klein ruimtestation bij de maan (de Gateway), zit daarbij volgens Aschbacher niet in de weg. De Gateway zal veel geld opslorpen, maar het ISS is ook nog steeds een belangrijk element voor NASA. "Ik kan niet voorspellen wat ze gaan doen. Maar wat in meer dan 20 jaar is opgebouwd, die ervaring en expertise hebben veel waarde en die laat je niet zomaar ineens verdwijnen, van de ene dag op de andere."

Toch is er een speler die dreigt roet in het eten te gooien. De Russische vice-premier Joeri Borisov zei in april dat zijn land zich in 2025 terug zou kunnen trekken uit het ISS - juist vanwege de veroudering van het station, en Dmitri Rogozin, hoofd van de Russische ruimtevaartorganisatie Roskosmos, lanceerde een paar dagen later plannen om een nieuw Russisch ruimtestation te bouwen, los van het ISS.

De vraag is hoe realistisch die plannen zijn, zegt Klompe. Het Russische ruimtevaartprogramma kampt met chronisch geldgebrek, zeker nu de Sojoez niet meer het enige vervoermiddel is waarmee astronauten bij het ISS kunnen komen. "Rusland verdient daar 70 miljoen euro per passagier aan", weet hij. "Maar door de concurrentie met de Amerikaanse Crew Dragon en straks de Boeing Starliner verkopen ze steeds minder zitjes."

Meer erkenning

Het totale Russische ruimtevaartbudget is zo'n 2,5 miljard dollar, zo'n twee keer minder dan de Europese begroting en tien keer minder dan die van NASA. Wel kan Rusland bogen op een imposante rij primeurs in de ruimte, waar het land, 60 jaar van de vlucht van Joeri Gagarin, graag op wijst, bijvoorbeeld in deze video:

"Wat je van de Russen moet begrijpen is dat ze meer erkenning willen", zegt Klompe. "Na de val van het IJzeren Gordijn haakten ze aan bij het ISS, maar veel aandacht gaat daar naar de Amerikanen, en dat bevalt ze niet."

Vandaar ook de toenadering tot China. Vorige maand kwamen Rusland en China met een gezamenlijk plan voor een maanbasis, het ILRS, als tegenhanger van het door de Amerikanen aangestuurde Gateway/Artemis-maanprogramma, waar Rusland ook een kleine rol in zou krijgen. "De Russen kregen alleen het aanbod een luchtsluis te bouwen voor de Gateway, en ze voelen zich daarom een tweederangs partner."

Daarom wedt Moskou op meerdere paarden. "Als de Amerikanen Rusland geen grotere rol geven in de Gateway, dan kan Rusland voor de samenwerking met China kiezen", stelt Klompe.

Uiteindelijk gaat het ook om geld. Er is nog een module gepland die het Russische deel van het ISS van stroom moet voorzien, zodat de Russen daarvoor niet meer afhankelijk zijn van de grote Amerikaanse zonnepanelen. Dat onderdeel kan ook de basis vormen van een nieuw station. "Maar voorlopig is er alleen maar een structureel model van, en geld om de module echt te bouwen is er nauwelijks."

Tegelijkertijd hebben NASA, ESA, JAXA en Canada het Russische deel van het ISS, hoe oud ook, nog steeds keihard nodig voor de standregeling en voortstuwing van het ISS, benadrukt Klompe. "Uiteindelijk kunnen ze de komende jaren niet zonder elkaar."

STER reclame