De drie taikonauten werden eerder vandaag uitgezwaaid Reuters

Voor het eerst sinds 2016 gaan over een paar uur weer Chinese ruimtevaarders de ruimte in. De drie taikonauten vormen de eerste bemanning van het gloednieuwe ruimtestation Tianhe. Daarin kunnen straks ook buitenlandse ruimte-experimenten worden gedaan; er is onder meer een proef gepland waar ook de Vrije Universiteit Amsterdam aan meewerkt. Dat dat kan is bijzonder, want de samenwerking met China in de ruimte staat onder druk.

Tumoren in de ruimte is de naam van de studie die door een Noors instituut wordt geleid. "Met ons experiment onderzoeken we gekweekt orgaanweefsel", zegt Jack van Loon van de VU Amsterdam. "In dit geval darmweefsel, onder verschillende omstandigheden. Wat gebeurt er onder hogere zwaartekracht? En wat onder gewichtloosheid?" Kankerweefsel en normaal weefsel worden na blootstelling aan die verschillende omstandigheden met elkaar vergeleken, wat mogelijk tot nieuwe inzichten leidt.

Hogere zwaartekracht is op aarde te simuleren met een centrifuge. Maar voor gewichtloosheid moet je de ruimte in. Aan boord van het ruimtestation ISS is maar beperkt plek, dus zochten de onderzoekers naar alternatieven.

Twee jaar geleden kwam opeens het Chinese station in beeld. China bood via de Verenigde Naties plaats aan negen buitenlandse proeven. Van Loon en zijn collega's twijfelden geen moment. "Wetenschappers zoeken altijd naar mogelijkheden om hun onderzoek te doen. En dan is Chinese gewichtloosheid net zo goed als Europese of Amerikaanse gewichtloosheid. Dat maakt niet uit."

Wanneer hun onderzoek in het Tianhe-station begint, is nog niet bekend. Eerst moeten sowieso de wetenschappelijke modules van het station nog aankoppelen en dat duurt zeker nog een jaar.

De opbouw van het station. De twee onderzoeksmodules worden volgend jaar toegevoegd. NOS

Uiteindelijk gaan er maar negen buitenlandse experimenten naar Tianhe. Er waren 42 voorstellen ingediend. Ruimtevaartorganisatie ESA zou graag meer Europese proeven aan boord krijgen, maar dat wordt de laatste jaren steeds moeilijker, zegt Karl Bergquist, bij ESA verantwoordelijk voor internationale relaties.

Zo'n tien jaar geleden begon de samenwerking tussen Europa en China nog hoopvol. "We begonnen met overleg om te zien of we konden samenwerken op het gebied van wetenschap in de ruimte, ruimtetechnologie en ook vluchtmogelijkheden voor Europese astronauten."

Sommige Europese astronauten begonnen Chinees te leren en Chinese en Europese ruimtevaarders reisden op en neer voor survivaltraining bij ESA en in China. In tien wetenschappelijke projecten werken ESA en China samen en wisselen ze resultaten uit. Maar met de groeiende spanningen tussen vooral de VS en China, zijn verdergaande plannen onder druk komen te staan.

Eén Amerikaans deeltje kan al obstakel zijn

Vooral exportregels gooien roet in het eten, verzucht Bergquist. "We lezen allemaal de krant. De VS wil niet dat Amerikaanse technologie naar China wordt geëxporteerd, dus als ergens een Amerikaans onderdeeltje in zit, is dat een probleem."

Ook Marc Klein Wolt van de Nijmeegse Radboud Universiteit ondervond hoe ingewikkeld het is om een instrument met een Chinese raket de ruimte in te krijgen. In 2018 vertrok een wetenschappelijke radioantenne met een Chinese satelliet naar een plek achter de maan om zwakke radiosignalen uit het vroege heelal op te vangen. "ESA begeleidde het contact met China, maar de antenne leveren aan China deden ze niet. Dat moesten wij zelf doen."

Impressie van het voltooide Chinese ruimtestation CNSA

Wie wil samenwerken met China, stuit daar ook nog eens op de nodige procedures en regeltjes, weet Klein Wolt uit ervaring. "De wil is er wel, maar in de praktijk is het soms best moeilijk. Ik zit nog te wachten op bepaalde data van onze antenne. Tegelijkertijd ben ik vanuit China wel weer gevraagd of we een instrument willen leveren voor de maanmissie Chang'e 7. Dat is wel mooi om te horen, want we hebben veel energie gestoken in de relatie met China."

Ook Klein Wolt ziet dat de exportregels steeds strenger worden. "Dat betekent dat sommige instituten gaan zeggen: we gaan geen projecten meer doen met China. En dat is best ingrijpend."

Toch is Karl Bergquist van ESA hoopvol. "China wil laten zien dat het internationale samenwerking belangrijk vindt. Laten we hopen dat er in de nabije toekomst wat verandert en dat er weer meer samenwerking mogelijk is. Dat is voordeliger voor iedereen en heel belangrijk voor sommige onderzoekers. Bijvoorbeeld onderzoekers die nu experimenten laten doen aan boord van het ISS, want dat ruimtestation kan nog een paar jaar mee, maar heeft niet het eeuwige leven."

STER reclame