NOS/Bart Kamphuis

Volgens de president van De Nederlandsche Bank is de rek eruit, maar pensioenfonds ABP ziet wel mogelijkheden om de pensioenen niet te korten.

In de discussie over ingrijpen in de pensioenen lopen de argumenten voor een nieuw pensioenstelsel en de argumenten om niet te korten bij fondsen in nood vaak door elkaar. Met hulp van pensioendeskundigen Marike Knoef en Bas Werker zetten we de feiten op een rij.

Niet alle fondsen moeten korten

Voor grofweg de helft van de mensen die aangesloten zijn bij een pensioenfonds dreigt aan het eind van het jaar volgens de bestaande rekenregels en pensioencontracten een korting. De fondsen waarbij zij een pensioen hebben, bijvoorbeeld ABP, Zorg en Welzijn en de metaalfondsen, hebben dan te weinig geld in kas om iedereen het voorgenomen pensioen uit te kunnen keren.

Er zijn ook tientallen fondsen die het zich kunnen veroorloven om de pensioenen op te schroeven, en mee te laten stijgen met de inflatie. Zij hebben zich de afgelopen jaren wel ingedekt tegen het risico dat de rente zou dalen, waardoor ze ervan uit moeten gaan dat hun geld langzamer aangroeit.

Er zit toch genoeg in de pot?

Hoewel bij ABP een korting dreigt, wijst voorzitter Corien Wortmann erop dat het pensioenvermogen bij het fonds in tien jaar tijd verdubbeld is.

Daar staat tegenover dat het fonds ook meer geld nodig heeft om alle deelnemers nu en straks pensioen te kunnen betalen. "De rendementen zijn goed en er zit veel geld in de pensioenpot, maar de waarde van de verplichtingen is nog hoger", zegt Marike Knoef, hoogleraar economie aan de Universiteit Leiden en directielid van pensioendenktank Netspar.

Korten moet straks ook

De fondsen die er slecht voor staan, moeten in het nieuwe pensioenstelsel in veel gevallen ook korten, zegt Bas Werker, hoogleraar aan de Universiteit Tilburg. Dat staat dus los van het feit dat er geen harde garanties meer worden gegeven over de hoogte van je pensioen.

"De kortingen bij het ABP zouden zelfs groter zijn dan in het huidige stelsel, namelijk 1 procent in plaats van 0,5 procent."

Vakbonden wijzen erop dat tijdens de bespreking over het pensioenakkoord vaak gezegd is dat kortingen in 2020 en 2021 "waarschijnlijk van de baan" zouden zijn, "om rust in het stelsel te brengen". Maar veel fondsen staan er nu slechter voor dan toen. Daarom pleiten ze er, net als Wortmann, voor om de rekenregels aan te passen, om kortingen alsnog te voorkomen.

Kunnen we de rekenregels niet aanpassen?

Dat kan. Om in te schatten hoeveel het geld in de pensioenpot over tien, twintig, dertig jaar waard is, gebruiken fondsen de rekenrente. Die rente zorgt ervoor dat huidige beleggingsrisico's niet bovenmatig bij toekomstige generaties terechtkomen.

Het ABP en ook bijvoorbeeld vakbond FNV pleiten ervoor om te kijken of er niet met een hogere rente gerekend mag worden. Met andere woorden: of fondsen zich niet alvast rijker mogen rekenen dan ze nu met die 'veilige', lagere rente mogen doen.

Voorstanders hiervan wijzen erop dat fondsen de afgelopen tien jaar gemiddeld veel meer winst hebben gemaakt op hun beleggingen dan waar ze volgens de rekenrente van uit mogen gaan.

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, benadrukt Knoef. In de afgelopen decennia is er zowel winst als verlies gemaakt.

Het gemiddelde rendement van beleggingen wisselt historisch erg Commissie Parameters

Dat fondsen de komende jaren meer winst zullen maken dan ze volgens de rekenrente mogen rekenen, is een aanname. "Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor", benadrukt Werker.

Dat wil niet zeggen dat de rekenregels niet aangepast kunnen worden. Fondsen kunnen erop gokken dat ze komende tijd behoorlijk meer winst zullen maken.

Jongeren of ouderen

Als je daar van uitgaat, zijn fondsen die het nu moeilijk hebben niet langer in de problemen. Zij hoeven dan niet te korten, en kunnen de ouderen van nu hun volle pensioen uit de huidige pot betalen.

Het risico is dat die optimistische voorspelling wellicht niet uitkomt. Dan zal over jaren blijken dat het geld dat nu in de pot zit toch niet zoveel is aangegroeid als gehoopt. Maar de pensioenen aan de ouderen van nu zijn dan al uitgekeerd. In plaats van een korting voor iedereen, zullen de ouderen van dan - dus de jongeren van nu - erop achteruit gaan.

Compenseren

De overgang naar een nieuw pensioenstelsel zorgt ervoor dat sommige generaties erop achteruit gaan, los van met welke rente ze standaard mogen rekenen. Dat heeft te maken met de afschaffing van de zogenoemde doorsneepremie.

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de generaties die er hierdoor op achteruit gaan, op een of andere manier gecompenseerd zullen worden. Dat zou onder meer betaald kunnen worden uit het geld dat vrijkomt doordat fondsen in het nieuwe systeem minder grote buffers hoeven aan te houden, omdat ze geen harde beloftes meer hoeven waar te maken over de hoogte van pensioenen.

Volgens Knoef zijn veel pensioenfondsen er sinds het afsluiten van het akkoord op achteruitgegaan. Door de gedaalde rente moeten ze ervan uitgaan dat hun vermogen langzamer aangroeit, en daardoor moeten ze nu meer geld in kas hebben en zal er minder geld vrij zijn voor compensatie.

STER reclame