Verkrachter zoekt vaak intimiteit: 'Zou je van mij kunnen houden?'

Getty Images
Geschreven door
Paulus Houthuijs
redacteur Online

Acht op de tien verkrachtingszaken leiden niet tot een vervolging. Een op de twintig aangiften van verkrachting is vals. En het stereotiepe beeld van de agressieve verkrachter die vooral zoekt naar macht, klopt vaak niet.

Hoe verbaasd rechtspsycholoog André de Zutter (Vrije Universiteit Amsterdam) soms ook was, dit zijn toch echt de conclusies van zijn jarenlange onderzoek. Hij heeft zo'n 500 dossiers van verkrachtingen onder de loep genomen en vergeleken.

"Ik had ook het beeld van de machtswellusteling die vrouwen vernedert en gewelddadig tekeergaat", zegt hij aan de telefoon. "Maar dat was maar bij een heel klein percentage van alle zaken aan de hand."

André de Zutter, rechtspsycholoog aan de Vrije Universiteit Amsterdam André de Zutter

Het kwam in de 500 onderzochte gevallen vaker voor dat de dader juist zoveel mogelijk 'normale seks' probeerde te hebben. "Dat was voor mij heel frappant. Iemand die op zoek is naar geborgenheid en genegenheid, zoiets associeer je totaal niet met een verkrachting."

De Zutter trok nog een aantal opmerkelijke conclusies. Bijvoorbeeld dat de politie niet veel beter is in het herkennen van een valse aangifte dan een ongetrainde student. En dat slachtoffers van seksueel geweld in de meeste gevallen meewerken in plaats van geweld te gebruiken tegen de dader.

'Hardnekkige mythes doorbreken'

"Heel goed dat dit onderzoek is gedaan, want het ontkracht hardnekkige mythes rondom seksueel geweld", zegt Iva Bicanic. Zij is psychotraumatherapeut en coördinator van het Centrum Seksueel Geweld (CSG), waar slachtoffers medische en psychologische zorg krijgen en forensisch onderzocht worden. Bicanic heeft in het verleden ook onderzoek gedaan naar pubermeisjes en jonge vrouwen die zijn verkracht.

De psychotraumatherapeut en rechtspsycholoog geven hun uitleg of visie op alle aangestipte conclusies uit De Zutters onderzoek. Te beginnen bij de vraag waarom in 80 procent van alle onderzochte verkrachtingszaken niemand wordt vervolgd.

Dat komt vooral door een gebrek aan bewijs. Bicanic: "Je moet bewijzen dat de verdachte dwang of geweld heeft gebruikt om de seks tegen de zin van het slachtoffer door te zetten. Niet eenvoudig, want er is vaak niemand bij. Daarbij doen de meeste slachtoffers niks of werken ze mee, waardoor dwang of geweld niet nodig is." Met betrekking tot mogelijk bewijs is het volgens haar cruciaal om zo snel mogelijk naar een CSG te gaan. "Binnen een week zijn bijvoorbeeld nog sporen op iemands lichaam te vinden en kan eventueel letsel worden geduid."

Vorig jaar waren er 1715 aangiften van verkrachting, meldt Slachtofferhulp Nederland op basis van CBS-cijfers. Vermoedelijk is het slechts een fractie van het aantal daadwerkelijke zaken. Bij CSG melden zich wekelijks zo'n 32 slachtoffers, die korter dan een week geleden zijn aangerand of verkracht.

Na een informatief gesprek over het misbruik besluit een flink deel van de slachtoffers geen aangifte te doen volgens De Zutter. Erover praten is confronterend en veel slachtoffers schamen zich. Vooral omdat ze verlamd raakten van angst op het moment van de verkrachting.

"Dat is een automatische overlevingsreactie van je lichaam", legt Bicanic uit. "Het komt ontzettend vaak voor: zo'n 70 procent van de verkrachtingsslachtoffers doet niets of werkt mee. Liever verkracht worden dan de dood - is de instinctieve reactie van je lichaam. Het is heel normaal, maar veel slachtoffers denken onterecht 'ik ben een sukkel en had moeten terugvechten'."

Dat knagende gevoel kan op termijn leiden tot PTSS (posttraumatische stressstoornis).

De Zutter merkte dat vrijwel iedere vrouw (hij onderzocht alleen verkrachting van vrouwen door mannen) duidelijk heeft gezegd dat ze geen seks wilde met de dader. "Maar er komt een bepaald kantelpunt, dat ze denken: hier ontsnap ik niet meer aan. Dan gaan ze meewerken."

Agenten zijn eigenlijk niet beter in het herkennen van valse aangiften, maar wel zekerder dat hun oordeel juist is.

André de Zutter

Soms proberen de slachtoffers een deal te maken. "Als je me niet anaal neemt, dan zal ik slikken", las de rechtspsycholoog in een verklaring. Zo'n wanhoopsafspraak, om erger te voorkomen, lijkt de 'gemiddelde' verkrachter in de kaart te spelen.

"De grote meerderheid wil seks met wederzijdse instemming", zegt De Zutter. Daders zijn vaak bekenden van het slachtoffer en zoeken intimiteit. Dat botst volgens hem met het 'klassieke beeld' van de verkrachter. Een gevolg van de uitgebreide media-aandacht voor 'gruwelzaken' als die van Anne Faber en de brute verkrachting van een 18-jarige student in Rotterdam.

Een stille tocht in Rotterdam na de verkrachting van de Indonesische student Robert Bas / NOS

De daders in deze zedenzaken waren volgens de onderzoeker uitzonderlijk gewelddadig. "Zou je van mij kunnen houden?" of "ik wil dat jij ook klaarkomt, het is geen eenrichtingsverkeer", zijn slechts twee van de voor De Zutter "tenenkrommende" dingen die slachtoffers te horen kregen van hun verkrachter.

De rechtspsycholoog begon zijn onderzoek in 2011, met hulp van professor Van Koppen en dr. Horselenberg. Hij vergeleek verkrachtingszaken uit de jaren 90 tot en met 2010. Seksueel geweld met dodelijke afloop heeft hij niet meegenomen in zijn onderzoek. Aanstaande vrijdag promoveert De Zutter op zijn onderzoek.

Bicanic vindt het belangrijk dat het onderzoek een realistisch inzicht geeft in de praktijk. Wat haar het meeste opviel, is dat 5 procent van alle aangiften vals blijkt te zijn. "Dat percentage werd altijd hoger ingeschat, dus dit een belangrijke bevinding voor professionals. Door de mythe dat veel beschuldigingen nep zijn, worden mensen vaak niet geloofd als ze wel verkracht zijn. En dit kan schadelijker zijn dan de verkrachting zelf."

Ook De Zutter had vooraf verwacht dat er vaker valse aangiften werden gedaan rondom zedenzaken. Nog altijd ligt het percentage vijf keer hoger dan bij andere misdrijven, maar hij vindt het belangrijkste dat het politieonderzoek zo secuur mogelijk wordt gedaan.

50/50

"Vooral omdat agenten eigenlijk niet beter zijn in het herkennen van valse aangiften, maar wel zekerder zijn dat hun oordeel juist is." Hij doet die uitspraak op basis van een experiment. Een groep zedenrechercheurs, een groep studenten van de Politieacademie en willekeurige studenten scoorden allemaal rond de 50 procent bij het beoordelen of een aangifte echt of nep was.

Het grote verschil was dat de zedenrechercheurs veel zekerder van hun oordeel waren. Gezien de statistieken is dat volgens de rechtspsycholoog een gevaarlijke houding. "Kijk maar naar de zaak in Limburg onlangs." Anderhalf jaar na een verkrachting door een tbs'er moest de politie zijn excuses aanbieden aan het slachtoffer.

Bicanic vindt het belangrijk dat de zedenrecherche wat doet met de onderzoeksresultaten. "Juist omdat slachtoffers vaak niet worden geloofd."

De politie was niet bereikbaar voor een reactie op het onderzoek. Mogelijk als gevolg van de acties voor een betere cao door de politiebonden.

In een eerdere publicatie over De Zutters onderzoek zei de Nationale Politie tegen de Volkskrant zich niet te herkennen in de kritiek. De Politieacademie reageerde dat de onderwijstrajecten op basis van wetenschappelijk onderzoek steeds worden vernieuwd.

STER Reclame