Waarom de Nederlandse economie maar doorgroeit

Aangepast
ANP
Geschreven door
André Meinema
verslaggever Economie

De Nederlandse economie groeit lekker door, al bijna vier jaar op rij. De groei is de laatste paar kwartalen zelfs uitzonderlijk sterk. De afgelopen twaalf maanden bedroeg de groei volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zelfs 3,3 procent. Zo'n groeisprong is sinds 2000 nog maar twee keer eerder voorgekomen.

Alle cijfers en ontwikkelingen van de voorbije maanden wijzen op groene lichten en robuuste groei. De drie motoren van de economie - export, consumptie en investeringen - draaien op volle toeren. De winkelstraten lopen weer vol, de bouw bouwt stevig door, de huizenmarkt is volop in beweging en klusbedrijven en zzp'ers komen om in het werk.

"Het regent records", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. "Alleen de lonen stijgen gek genoeg niet echt."

Het bedrijfsleven meldt stevige kwartaalwinsten. Het aantal faillissementen neemt af. De werkloosheid is onder de vijf procent gezakt en het land schreeuwt om personeel. Het vertrouwen en de consumptie door huishoudens en bedrijven groeit. En de export floreert.

Economische groei 2006-2017

Meer werk, meer banen, meer inkomen, meer bestedingen en investeringen. De groei is genoeg om tegenvallers zoals de terugvallende aardgasbaten, in de afgelopen vier jaar 13 miljard euro minder, op te vangen.

Statistiek en prognostiek

Het CBS kijkt met de statistieken altijd achterom: hoe sterk was de groei in het achter ons liggende kwartaal en geeft dus de stand van zaken.

Het Centraal Planbureau (CPB) kijkt met zijn cijfers en ramingen vooral vooruit en geeft trends en prognoses weer. Die vormen vervolgens de basis voor de rijksbegrotingen en de plannen van het kabinet, die met Prinsjesdag gepresenteerd worden.

De groeiramingen van de rekenmeesters van het CBP zijn inmiddels flink opwaarts bijgesteld ten opzichte van de juni-raming. Voor dit jaar bedraagt de groei geen 2,4 procent maar 3,3 procent, en voor 2018 noteert het CPB 2,5 procent in plaats van 2 procent.

Het 'nieuwe normaal'

Economische groei begint met het cijfer 1. Vroeger werd dat bestempeld als mager. De gemiddelde groei bewoog zich, crises daargelaten, tussen de 2 en 3 procent, met uitschieters naar soms wel 5 procent. Maar die tijd is voorbij, stellen de economen van het Centraal Planbureau vast. Na de financiële crisis en de diepe recessie heerst het nieuwe normaal. We moeten rekenen met structureel lagere economische groei.

De economie verandert, met meer diensten en minder industrie, met digitalisering, met vergrijzing, geringe bevolkingsaanwas en een min of meer stabiele beroepsbevolking. De groei moet komen uit hogere arbeidsproductiviteit, waarbij technologische ontwikkelingen en doorbraken bepalend zijn. Als er mindere periodes en recessies zijn die zich ook vaker aandienen, duren ze ook langer. Het uit een crisis groeien neemt meer tijd in beslag.

Lagere groei, tussen gemiddeld 1 en 1,5 procent zorgt ook voor lagere rente en lagere inflatie. Door minder overvloedige groei is de koek minder groot en herverdelen lastiger, net als leuke dingen voor de mensen. De koopkracht op peil houden wordt er niet eenvoudiger op, net als hogere lonen. De overheid moet ook beter op de centen passen. Schuld wordt moeizamer weggewerkt.

Uit: CPB, Centraal Economisch Plan 2017, maart 2017

De economie kwam in het najaar van 2013 weer van de grond en boekte sindsdien elk kwartaal groei. Het eerste kwartaal van 2017 vertoonde met 3,2 procent zelfs de sterkste groei sinds de crisis in 2008.

Die sterk aantrekkende groei wordt vooral gezien als een soort inhaalslag, want Nederland kwam maar moeizaam uit de crisis. Dat was onder meer het gevolg van de zware klappen die banken, bedrijven en de overheid opliepen door de financiële crisis en de grote omvang van de financiële industrie.

Ook schuldafbouw bij de overheid en consumenten duurt na een financiële crisis altijd langer en werkt remmend op economische groei. In dat opzicht is het goed vergelijkbaar met de 'Grote Depressie' van de jaren 30.

De economie is een nieuwe fase ingeslagen, betogen economen. De groei is structureel minder en brengt ons in ander economisch, financieel en sociaal vaarwater.

Het 'nieuwe normaal' is niet de 2 à 3 procent groei die we gewend waren voor de crisis, zegt het CPB, maar 1 tot 1,5 procent. Het CPB raamt de groei in de periode 2018 tot en met 2021 op gemiddeld 1,8 procent. De groeipieken in de voorbije kwartalen zijn in dat licht uitzonderlijk.

Zwaarste recessie na de 'Grote Depressie'

De crisis van 2008 en daarna wordt gezien als de zwaarste sinds de jaren '30. Die crisis van 80 jaar geleden wordt de 'Grote of Lange Depressie' genoemd. Het is het gevolg van enorme overproductie in de industrie en de landbouw in de Verenigde Staten. Beurzen stortten in en banken gingen over de kop. De crisis sloeg over naar Europa. Een diepe en langdurige recessie en een gigantische werkloosheid volgden.

Begin jaren 30 kromp de Nederlandse economie met 7 procent. De export stortte in en bedrijven gingen over de kop. Honderdduizenden werden ontslagen, in twee jaar tijd verdrievoudigde het aantal werklozen.

Op het hoogtepunt van de crisis in 1935 zat bijna een op de vijf mensen zonder werk. In de industrie had bijna een derde van de werknemers geen werk, in de bouw was dat zelfs meer dan de helft.

De werkloosheid was er niet alleen hoog, maar ook hardnekkig, want in 1939 had nog ongeveer een kwart van de werknemers geen werk.

De crisis van 2008-2013 is de diepste sinds de jaren 30. Het was bij lange na niet zo'n sociaal-economisch drama als toen, maar werkte wel enorm verlammend.

De werkloosheid bereikte eind 2013 en begin 2014, dus vijf jaar na het begin van de crisis, een piek met 700.000 werklozen, zo'n 1 op de 12 werkenden.

STER Reclame