NOSop3

Als alleen jonge mensen mochten stemmen...

Aangepast
NOS op 3

...was dit de eerste alinea van het nieuwsbericht over de verkiezingsuitslag:

D66 is van de landelijke partijen met 9 procent van de stemmen de grootste partij na de gemeenteraadsverkiezingen. En bij het referendum over de Inlichtingenwet heeft het nee-kamp met 61 procent overtuigend gewonnen.

Hoe anders is de werkelijke uitslag: daar is D66 met landelijk slechts 5 procent van de stemmen juist een van de grote verliezers en de uitslag van het referendum juist nek-aan-nek. In het artikel hieronder laten we zien hoe Nederlanders onder de 34 erover denken:

Dit is het stemgedrag van 18- tot 24-jarigen, veeg naar links voor de werkelijke uitslag:

1/2 NOS op 3
2/2 NOS op 3

Een ander opvallend verschil is dat het succes van de lokale partijen niet aan onze jongste stemmers te danken is. Slechts één op de tien van hen stemde op een lokale partij. Bij het landelijk gemiddelde was dat een stuk meer: bijna één op de vijf.

Klimmen we één leeftijdscategorie omhoog (25-34), dan lijkt het stemgedrag al veel meer op de werkelijke uitslag. D66 heeft nog maar één procentje meer. De VVD is met 8 procent de grootste partij en is bij deze groep populairder dan in de werkelijke uitslag. De voorkeur voor lokale partijen ligt er met 14 procent tussenin.

Hieronder het stemgedrag van 25- tot 35-jarigen, veeg naar links voor de werkelijke uitslag:

1/2 NOS op 3
2/2 NOS op 3

Voor het referendum geldt: hoe jonger de stemmer, hoe groter de kans dat die tegen de Inlichtingenwet stemde. Van de 18- tot 24-jarigen stemde maar liefst 63 procent tegen de wet. Van 25- tot 34-jarigen was dat minder, maar nog steeds afgetekend: 57 procent stemde tegen. De oudste stemmers, in de categorie 65+, vormen de grootste groep voor-stemmers. Van hen stemde 57 procent vóór de Wiv.

Vergelijk hieronder het stemgedrag van jonge mensen met de werkelijke uitslag:

NOS op 3

Er is dus een duidelijk verschil in stemgedrag als we kijken naar leeftijd. Maar ook in de opkomst. Van de jongeren tot 24 jaar heeft de helft gestemd voor de gemeenteraadsverkiezingen. Bij 50- tot 64-jarigen was dat 56 procent en bij 65-plussers zelfs 65 procent.

Voor het referendum liepen jongeren nog minder warm. Slechts 41 procent van de 18- tot 24-jarigen en 46 procent van de 25- tot 34-jarigen bracht een stem uit. 65-plussers waren met 63 procent een stuk fanatieker. Tel daarbij op dat de hele groep jonge stemmers (18-35 jaar) gezamenlijk slechts iets meer dan een kwart is van het hele kiesvolk.