Nieuwsuur

Aan het begin van dit nieuwe jaar ontmoeten we zes éminences grises van de Nederlandse jeugdliteratuur: Imme Dros (85) en Harrie Geelen (83), Els Pelgrom (87), Thé Tjong-Khing (88), Dolf Verroen (93) en Tonke Dragt (91). Nieuwsuur zocht hen allemaal thuis op.

In de wereld van hun eerste lezers bestonden computers, smartphones en TikTok nog niet, in de kinderboeken van toen evenmin. Wat betekent schrijven in het huidige tijdsgewricht voor hen? Hoe kijken ze aan tegen ontlezing? Wat deze groep gemeen heeft is de onvermoeibare drang om verder te werken, en vooral het plezier daarin. Dat spat ervan af.

Het is ook de meest gelauwerde groep auteurs met vele prijzen en vertalingen op hun naam. Ze schreven en illustreerden honderden boeken waarvoor ze Gouden en Zilveren Penselen en Griffels wonnen, de Woutertje Pieterse Prijs of de Max Velthuijs-prijs. Allemaal schreven of tekenden ze een keer het kinderboekenweekgeschenk.

En al is het taalgebied klein, Nederland heeft een rijke en bloeiende kinderliteratuur, die ook internationaal een hoog aanzien heeft. "Nederlandse kinderboeken worden met zorg en aandacht vormgegeven, op mooi papier", zegt uitgever Manja Heerze. "Bovendien zijn ze vaak vooruitstrevend, maar ook weer niet tè. Om die reden is onze jeugdliteratuur interessant voor het buitenland. Zo worden er bijvoorbeeld in het net iets degelijker Duitsland meer Nederlandse kinderboeken vertaald dan andersom."

Imme Dros en Harry Geelen: 'Met je taal, met je woorden het zó klein maken'

De creativiteit in huize Geelen-Dros is hoog. Overal staat of hangt iets zelfgemaakts en er liggen stapels boeken: Dros' boeken met illustraties van Geelen, boeken van Geelen zelf en hun boeken gemaakt met anderen. En dan zijn er nog de honderden vertalingen.

Imme Dros (85): "Als je een boek maakt voor heel kleine kinderen, dan moet je het met je taal zó klein maken. Dan laat je al het overbodige weg. Harrie Geelen (83): "En ik vertaal dat. Schrijft Imme sober voor hele kleine kinderen, dan teken ik ook sober." Over ontlezing zegt Dros: "Ik betaalde mijn kinderen voor elk gelezen boek. Met 5 euro per boek loopt het aardig op. Waarom wel voor een voetbalclub betalen en niet voor een goed boek?"

1

Els Pelgrom: 'Ik herinner me het kind in mij; druk, lastig en dromerig'

Van de 87-jarige Els Pelgrom verschijnt na een pauze van 15 jaar in mei weer een nieuw kinderboek: Het levende hoofd. Bovendien viert ze 60 jaar schrijverschap met diverse herdrukken van klassiekers als De kinderen van het achtste woud en De Eikelvreters.

Pelgrom vindt het verschil tussen een schrijver en een kinderboekenschrijver een typische Nederlandse discussie. "Een verhaal is er voor wie het hebben wil", zegt ze. Meer woorden wil ze er niet aan vuil maken. Als ze schrijft, schrijft ze voor het kind dat ze zelf ooit was. "Druk en lastig, dromerig met veel te veel fantasie."

2

Thé Tjong-Khing: 'Wie maakt dit nou mee?'

Meester-illustrator The Tjong-Khing (88) tekent al van kleins af aan maar had nooit gedacht dat hij er zijn beroep van kon maken. Hij begon als striptekenaar bij de Toonder Studios en verlegde later de koers naar kinderboeken. Hij illustreerde er honderden waaronder het bekroonde Kleine Sofie en Lange Wapper en Vos en Haas.

Illustreren is voor hem het leukste wat er is. "Ik teken echt altijd. Als ik wakker word ga ik meteen tekenen, daarna ontbijten en dan ga ik weer tekenen, daarna eten en dan ga ik weer tekenen." Saai vindt hij het niet, "want op papier ben ik het ene moment een gierige koning die in een koffer slaapt, en het volgende moment een verdrinkende vrouw. Wie maakt dat nou mee?"

3

Dolf Verroen: 'Bang dat ik te saai word'

Hij is de oudste kinderboekenschrijver uit de reeks: de 93-jarige Dolf Verroen. Begonnen als auteur voor volwassenen, maar inmiddels schreef hij meer dan honderd kinderboeken, niet zelden over taboes. Hij was de eerste die over zwarte kinderen en gastarbeiders schreef; een boek of vijf. Zijn Slaaf, kindje slaaf leidde tot enige commotie - niet iedereen begreep het - maar ontving alleen al in Duitsland al drie prijzen voor jeugdliteratuur. Ook schrijft hij over homoseksualiteit en gender.

Over ontlezing zegt hij: "Iedereen heeft het steeds over die arme kinderen, maar ik vrees veel meer de ontlezing van de ouders. Het zijn de volwassen die het doen. Kijk maar eens op Funda. Geen boekenkast te bekennen!"

4

Tonke Dragt: 'Door vriendschappen leer je niet alleen de ander beter kennen maar ook jezelf'

Tonke Dragt is onlosmakelijk verbonden aan de klassieker De brief voor de koning (1962), die ze ook zelf illustreerde en in 33 landen is vertaald. Ze kreeg er in 2004 De Griffel der Griffels voor, de prijs voor het beste boek van de afgelopen 50 jaar. Het werd in 2008 verfilmd en er is onlangs zelfs een Netflixserie van gemaakt. Hoe beroemd het boek ook is, zelf zegt ze "soms een beetje genoeg te hebben van altijd weer 'die Brief'".

Interviews geeft de 91-jarige eigenlijk niet meer. Toch maakte ze voor Nieuwsuur een uitzondering. Wel graag samen met goede vriend en medeauteur Rindert Kromhout. Met hem publiceerde ze in november toch weer een nieuw boek, dat meteen een succes was. "Wat je nooit in een kinderboek moet doen? Saai zijn! Het is maar net hoe je het vertelt."

5

STER reclame