Nieuwsuur
Nieuwsuur

Na twintig jaar teleurstellingen en miljardeninvesteringen in de zoektocht naar dé Alzheimer-pil lijkt het in juni van dit jaar eindelijk zover. Er is een nieuw medicijn gevonden om de ziekte te remmen en misschien wel stoppen. Amerikaanse patiënten kunnen het al krijgen. De fabrikant van het medicijn en patiënten-clubs, die al jaren lobbyen voor de ontwikkeling van medicijnen tegen Alzheimer, zijn lyrisch.

Het nieuws uit de Verenigde Staten verrast de hele Alzheimerwereld. Er ontstaat ook meteen een storm van kritiek op het besluit van de Amerikaanse medicijnbeoordelaar FDA om het nieuwe medicijn goed te keuren. Het onderzoek dat is gedaan toont namelijk helemaal niet aan dat het medicijn ook echt de symptomen bij patiënten vermindert. De prijs van het middel, 56.000 dollar per patiënt per jaar, is bijzonder hoog en volgens criticasters niet te verantwoorden voor een middel dat zich nog niet bewezen heeft.

Ook de Amerikaanse neuroloog en Alzheimerdeskundige Peter Whitehouse noemt het besluit van de FDA onbegrijpelijk. "Hun eigen wetenschappelijke advies-comité heeft tegen goedkeuring gestemd, drie mensen uit dat comité zijn zelfs opgestapt vanwege het besluit van de FDA. Er zijn zo veel redenen waarom dit geen goed besluit was."

Medicijn pakt Alzheimer 'in de oorsprong aan'

In Nederland reageert hoogleraar neurologie en directeur van het Alzheimercentrum Amsterdam Philip Scheltens enthousiast. Scheltens is regelmatig te gast in talkshows en programma's die aandacht besteden aan Alzheimer en hij pleit al jaren op televisie voor meer geld om onderzoek te doen naar behandelingen voor de ziekte. Waar andere deskundigen de hoop op een medicijn tegen de ziekte langzaamaan hebben opgegeven, blijft de Amsterdamse hoogleraar geloven in de ontwikkeling van Alzheimer-medicijnen.

Scheltens noemt het nieuwe medicijn op 7 juni 2021 in het programma Op1 "echt heel bijzonder" en zegt dat het "Alzheimer in de oorsprong aanpakt". Dat valt op, omdat vakgenoten totaal anders tegen de resultaten van het medicijn aankijken. Wat speelt er allemaal in het veld van Alzheimeronderzoek en hoe staat het met de belangen van farmacie, wetenschap en de patiënt bij nieuwe medicijnen? En wat is de rol van het Alzheimercentrum Amsterdam daarin?

Nieuwsuur dook de afgelopen maanden in het Nederlandse en internationale Alzheimer-onderzoek. De financiële belangen zijn groot en er bestaat een nauwe samenwerking tussen artsen en onderzoekers, de farmaceutische industrie en investeerders.

Bekijk hieronder de YouTube-versie, waarin we je in minder dan twintig minuten bijpraten:

Lees hier meer over ons onderzoek en onze bronnen. Bekijk hier het volledige interview met Philip Scheltens.

Awareness voor Alzheimer

Het Alzheimercentrum in Amsterdam staat internationaal hoog aangeschreven. Wetenschappelijk onderzoek en patientenzorg gaan 'hand in hand', zo stelt het centrum. Er worden jaarlijks vele tientallen (promotie)onderzoeken gedaan en het centrum haalt veel onderzoeksgeld op. Elk jaar komen honderden nieuwe patiënten het Alzheimercentrum binnen, vaak voor een 'second-' of zelfs 'third opinion'.

De patiënten worden uitgenodigd om op één dag alle mogelijke verschillende onderzoeken te krijgen voor die diagnose. Zowel het centrum als deze 'screeningsdag' zijn bedacht door Scheltens. "Dit Alzheimercentrum heb ik met name zo weten te krijgen en te formeren omdat ik het belangrijk vond dat Alzheimer een gezicht krijgt <...> omdat die 'awareness' erg moet toenemen en omdat we op die manier nog beter onze patiënten kunnen bedienen", zo legt de hoogleraar in 2011 uit in een tv-programma van omroep MAX.

Een van de standaard onderzoeken op de screeningsdag is een ruggenprik, waarmee hersenvocht wordt afgenomen bij patiënten. Het Alzheimercentrum doet dit bij 80% van de patiënten, fors meer dan gemiddeld bij andere ziekenhuizen. Het standaard doen van zo'n ruggenprik is niet volgens de richtlijn voor diagnostiek, zegt klinisch geriater Marcel Olde Rikkert van het Radboud UMC, die de richtlijn schreef. "Een diagnose stellen begint met een goed gesprek, dat levert vaak al genoeg op. Als je te onzeker bent over een diagnose zijn er eerst nog andere manieren die meer opleveren, zoals neuropsychologische tests of scans." Alle mogelijke onderzoeken tegelijk inzetten is niet doelmatig, zegt Olde Rikkert. "Je moet niet diagnostiek doen als het niet nodig is. Het levert ook nog eens extra kosten op."

Het ziekenhuis zegt vanuit efficiëntie alle onderzoeken in een keer te doen en daarmee inderdaad af te wijken van de richtlijn. "Dat komt omdat wij een andere manier van werken hebben. Wij doen in één dag alles. Dat heeft te maken met efficiëntie en patiëntvriendelijkheid. Als ik elke keer zou moeten nadenken, 'ik heb nu een neuropsychologisch onderzoek gedaan, oh ik moet toch een scan' dan is daar weer vier weken wachttijd voor. Dat is voor een patiënt zeer onwenselijk", zegt directeur Philip Scheltens.

De ruggenprik levert naast mogelijke informatie voor een diagnose ook iets anders op. Philip Scheltens en zijn collega Wiesje van der Flier schrijven in 2018 in een vakblad: 'we vragen alle patiënten om toestemming om hun klinische data op te slaan in een database met als doel dit te gebruiken voor onderzoeksvragen en om hun biomateriaal op te slaan in onze biobank'. Hersenvocht kan dus gebruikt worden voor een diagnose, maar is ook waardevol voor wetenschappelijk onderzoek.

Hoeveel weet de patiënt?

Begrijpen de patiënten dat de ruggenprik niet altijd noodzakelijk is, maar ook wordt gebruikt voor onderzoek? Op de website en in een voorlichtingsvideo van het Alzheimercentrum wordt de ruggenprik genoemd als een van de standaard onderdelen op de screeningsdag, om een diagnose te stellen. Hier wordt niet gezegd dat het ook kan worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

In een informatiefolder voor patiënten staat iets anders. Onder het kopje 'toestemming om extra lichaamsmateriaal bij u af te nemen en te bewaren voor toekomstig onderzoek' lezen we het volgende: Voor het stellen van een diagnose is een ruggenprik niet vereist, maar het kan in voorkomende gevallen wel ondersteuning bieden voor de diagnose.

Worden de ruggenprikken nu standaard afgenomen om een diagnose te stellen of om het materiaal te gebruiken voor onderzoek? Deskundigen aan wie Nieuwsuur dit voorlegde, zeggen dat patiënten altijd per onderzoek geïnformeerd moeten worden over het doel daarvan, en toestemming moeten geven voor eventuele deelname aan wetenschappelijk onderzoek. "Ik denk dat het allerbelangrijkste voor mensen is om zelf te kunnen kiezen, hier is een bepaald risico of een bepaald belasting; wil ik dat doen voor de wetenschap of wil ik dat niet doen", zo reageert medisch ethicus Ghislaine van Thiel (UMCU).

Scheltens zegt in het interview met Nieuwsuur niet 'met zijn hand op zijn hart' te kunnen beloven dat er nooit een ruggenprik is gezet bij een patiënt waar dat niet echt nodig was voor een diagnose. "Er zal zeker een ruggenprik zijn geweest die niet echt nodig was voor diagnostiek. Maar dan vragen we toch de patiënt, vind je het goed?"

Commerciële spin-off

Bij het Alzheimercentrum Amsterdam komen dus jaarlijks honderden nieuwe patiënten binnen, waarvan een groot deel materiaal afstaat aan de biobank van het ziekenhuis. Veel patiënten willen ook graag meedoen aan wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe medicijnen tegen Alzheimer. Zij worden door het Alzheimercentrum gewezen op de trials van het Brain Research Center, een bedrijf dat speciaal is opgericht om commerciële medicijnstudies te doen voor de farmaceutische industrie. Dit soort bedrijven staat te boek als zeer lucratief, farmaceutische bedrijven zijn bereid tot tienduizenden euro's per proefpersoon te betalen voor hun studies.

De Amerikaanse Alzheimerdeskundige en neuroloog Peter Whitehouse kent de farmaceutische wereld van binnenuit. Hij was jarenlang consultant voor de industrie, waar hij "meer verdiende dan ooit". "We weten dat persoonlijke data zeer waardevol is, dat geldt in de geneeskunde des te meer. Ik denk dat mensen die meedoen aan studies niet precies begrijpen hoe waardevol hun bijdrage is. Ze doen het vanuit de goedheid van hun hart, maar ze dragen bij aan de portemonnee van de bedrijven."

Bij het Brain Research Center werken verschillende mensen die ook bij het Amsterdamse ziekenhuis werken. Zo is Niels Prins directeur van het commerciële bedrijf en neuroloog bij het Alzheimercentrum van het Amsterdam UMC. Philip Scheltens is bij de commerciële spin-off betrokken als medisch adviseur, hij kan als consultant worden ingehuurd via het BRC en hij is commissaris bij het bedrijf. Dit doet hij dus naast zijn werk als directeur van het Alzheimercentrum Amsterdam en neuroloog in het ziekenhuis. Het commissariaat bij BRC is een betaalde functie. De inkomsten voor zijn klussen als adviseur en consultant gaan deels naar het Amsterdam UMC, deels naar een stichting en deels naar Scheltens zelf.

Scheltens noemt zijn activiteiten voor het Brain Research Center niet op zijn profielpagina op de website van het ziekenhuis, tegen de wetenschappelijke integriteitsregels in. Hij vermeldt wel dat hij werkt voor 'talrijke bedrijven', maar niet welke dit zijn en wat hij daar precies doet. Hoogleraar integriteit Rob van Eijbergen zegt dat dit te weinig specifiek is. "Het is heel belangrijk, en dat zeggen de integriteitscodes ook, dat te vinden is waar je precies actief bent. Alleen een opmerking 'ik ben actief voor talrijke bedrijven' is onvoldoende."

Ook consultant voor Biogen

Een van de fabrikanten die het Brain Research Center inhuurt om patiënten en data aan te leveren voor medicijnstudies is Biogen, het farmaceutische bedrijf achter het nieuwe medicijn. Ook Philip Scheltens doet regelmatig werk voor deze farmaceut. Dat kunnen bijvoorbeeld consultancyklussen zijn maar ook lezingen of onderwijs. Daarnaast attendeerde Scheltens patiënten op de medische trial voor het nieuwe medicijn van Biogen, die werd uitgevoerd door het Brain Research Center.

Die verschillende rollen zijn niet publiekelijk bekend. Dat is ongewenst, zegt hoogleraar integriteit Van Eijbergen. "Het is belangrijk dat als je uitspraken doet over de mogelijke werking van een medicijn, mensen heel helder hebben namens wie je dat doet. Een onafhankelijk onderzoeker is een heel andere positie dan wanneer je er namens de industrie zit."

Investeren in onderzoek

Wat Scheltens wel regelmatig doet, is publiekelijk pleiten voor meer geld voor Alzheimeronderzoek. "Op dit moment zitten we in een momentum wat ongekend is <..> nu is het moment om te investeren, om biotech hun werk te laten doen, want er zijn ongelooflijk veel goede ideeën, maar er moet funding voor komen en daar ga ik de komende jaren heel erg mee bezig", zo zegt hij in november 2020 in Op1.

Hij refereert hier aan zijn nieuwste nevenactiviteit. De hoogleraar is sinds oktober 2020 in dienst bij het bedrijf Life Science Partners (LSP, een van de grootste durfinvesteerders van Europa). Inmiddels heeft hij daar een aanstelling van 0,8 FTE. Scheltens is 'managing partner' van het LSP Dementia Fund, waar miljoenen euro's in zitten om te investeren in bedrijven die zich bezighouden met de ontwikkeling van medicijnen voor dementie. Scheltens' enorme kennis en ervaring komen hier goed van pas, dankzij zijn vele activiteiten weet hij precies wat er speelt.

Scheltens is dus arts en wetenschapper en doet klussen als consultant en adviseur voor farmaceutische bedrijven. Maar inmiddels werkt hij voor het grootste deel van de tijd bij een groot investeringsfonds dat miljoenen stopt in de ontwikkeling van nieuwe behandelingen en medicijnen. En dit alles met goedkeuring van de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht van het Amsterdam UMC. Deze verzameling van rollen verbaast deskundigen. "Ik vind dit in deze extremiteit ongebruikelijk. Je kan als wetenschapper allerlei nevenfuncties hebben, dat is prima. En ik kan me voorstellen dat je banden hebt met de farmaceutische industrie, maar wees daar helder over. Zoveel rollen tegelijkertijd maakt het een grote brij en voor mij absoluut ongeloofwaardig dat er sprake is van onafhankelijkheid", reageert hoogleraar integriteit Van Eijbergen.

Philip Scheltens zegt voor LSP te hebben gekozen omdat er 'een zeer grote financiële impuls' nodig is om succesvol Alzheimermedicijnen te kunnen ontwikkelen. De Raad van Bestuur van het Amsterdam UMC heeft hem toestemming gegeven voor deze functie en zegt afspraken te hebben gemaakt 'om te zorgen dat er een stikte scheiding is tussen de werkzaamheden bij LSP en Amsterdam UMC'. Zo is er afgesproken dat er niet zal worden geïnvesteerd in (beginnende) ondernemingen waar Scheltens of zijn collega's bij betrokken zijn

Verdiensten naar stichting

Scheltens heeft dus een betaalde baan bij LSP, bij het Amsterdam UMC en heeft inkomsten uit werk voor Brain Research Center. Een deel van zijn inkomsten gaan naar een stichting, de stichting Alzheimer en Neuropsychiatrie Foundation, zo zegt het Amsterdam UMC in een reactie.

Die stichting zit in hetzelfde kantorengebouw als het Brain Research Center in Amsterdam. Scheltens zelf was er vanaf de oprichting in 1992 tot 2015 penningmeester. Volgens de jaarverslagen sponsoren zij onder meer congresbezoek, lezingen en 'representatiekosten, lunches, diners met diverse relaties bestuursleden en senior onderzoekers' voor verschillende onderzoekers van het Alzheimercentrum in Amsterdam, onder wie Philip Scheltens.

Volgens hoogleraar integriteit Van Eijbergen maakt het niet uit of iemand rechtstreeks betaald wordt, of dat er geld naar zijn of haar universiteit gaat. "Een wetenschapper heeft er ook veel baat bij als het geld naar de universiteit gaat, hij kan het dan bijvoorbeeld gebruiken om nóg meer onderzoek te doen."

Arts, consultant, adviseur, onderzoeker en investeerder

Het grote publiek en de patiënten van het Alzheimercentrum, weten niets van de verschillende rollen die de arts heeft. Zij horen een zeer enthousiast wetenschapper over een nieuw medicijn, die al spreekt over het behandelen van patiënten met het nieuwe middel. Dat de wetenschapper ook consultant, adviseur, onderzoeker en investeerder is voor de bedrijven die nieuwe medicijnen ontwikkelen, horen zij niet.

STER reclame