Nieuwsuur
Nieuwsuur

Christchurch, El Paso, Halle en Hanau: vier plaatsen waar in 2019 en dit jaar aanslagen werden gepleegd door rechts-extremisten. In de vijf jaren ervoor nam het rechtsextremistische geweld met ruim 300 procent toe, volgens de internationale politieorganisatie Interpol. In Nederland is een rechts-terroristische aanslag "voorstelbaar", schrijft de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV).

Ook de inlichtingendienst AIVD ziet een wereldwijde opleving van rechts-extremisme, zo is te lezen in het nieuwe jaarverslag. Deskundigen maken zich zorgen. Er is weinig internationale samenwerking tegen dreiging vanuit extreemrechtse hoek, zeggen zij, en binnen Nederland is de toenemende populariteit van het radicale gedachtegoed "een blinde vlek".

'Tinder voor nazi's'

"In het Westen zien we dat extreemrechtse aanslagen inmiddels vaker voorkomen dan jihadistische aanslagen", zegt extremisme-onderzoeker Julia Ebner. "Ook wat betreft het aantal doden maakt extreemrechts een inhaalslag."

Voor haar nieuwe boek Going Dark infiltreerde Ebner in verschillende rechts-extremistische organisaties. "Een neonazi-groep in de VS wilde dat ik een foto van mijn pols stuurde en een genetische test deed om mijn blankheid aan te tonen."

Ze ziet dat extreemrechtse groepen zich steeds meer online organiseren. Ze plannen er campagnes en vallen andersdenkenden aan op Facebook en Twitter. Er is zelfs een eigen dating-app: Patriot Peer. "Die wordt ook wel de 'Tinder voor Nazi's' genoemd en had tienduizend leden. Die zitten er ook op voor de entertainment-factor."

Extreemrechts is door sociale media veel beter in staat zich te organiseren, ziet ook Interpol. "Aan de ene kant worden aanslagen uit die hoek vooral gepleegd door eenlingen, lone wolves", zegt secretaris-generaal Jürgen Stock in een interview met Nieuwsuur. "Maar aan de andere kant worden extreemrechtse groeperingen door het internet steeds meer bij elkaar gebracht. Dit is voor ons een belangrijke zorg."

Machinegeweer naast bed

In Den Haag stond vorige week de 56-jarige Kees R. voor de rechter. Tegen collega's zou hij hebben gezegd dat hij met handgranaten een moskee wilde bezoeken. Hij zei te hebben genoten van de aanslagpleger in Christchurch. R. had naast legale wapens ook een machinegeweer naast z'n bed liggen, ontdekte de politie. Op zijn telefoon, met nazi-ringtone, stonden racistische en antisemitische filmpjes.

De zaak krijgt relatief weinig publiciteit, zegt onderzoeker Nikki Sterkenburg. Dat was volgens haar anders geweest als R. een moslimterrorist was geweest. "Dan hadden alle talkshows er aandacht aan besteed."

In Nederland is rechts-extremisme volgens Sterkenburg "een blinde vlek". Voor haar promotie-onderzoek sprak ze met 36 extreemrechtse activisten. "Die hebben allemaal gemeen dat ze een soort vage notie hebben van hoe Nederland eruit zou moeten zien, namelijk met minder ruimte voor etnische en religieuze minderheden."

De meeste activisten die ze sprak, veroordelen aanslagen en zijn tegen geweld. "Maar er hangt een aantal eenlingen rond die zich nergens thuis voelen en die lezingen volgen en demonstreren te soft vinden. Zij filosoferen openlijk over hoe het allemaal wat harder en gewelddadiger zou kunnen. Een aanslag in Nederland is zeker niet ondenkbaar."

Iedereen vindt jihadisten slecht, maar met radicaal- en extreemrechts is die lijn veel lastiger te trekken.

Onderzoeker Nikki Sterkenburg

Net zoals Ebner, Interpol en de NCTV ziet Sterkenburg internet en sociale media als belangrijkste factoren die de groei van extreemrechts mogelijk maken. "Uitlatingen die je in 2002 in het hoekje van extreemrechts zou plaatsen, komen nu gewoon op Twitter en Facebook voorbij. Rechtsextremistisch gedachtegoed, het dehumaniseren van bevolkingsgroepen, is absoluut meer mainstream geworden."

Aanvankelijk zag ze dit niet eens als alleen maar een slechte ontwikkeling. "Ik heb zelf wel eens gedacht 'goed dat ze dit op internet doen, want dan zijn ze niet gewelddadig'. Maar tegelijkertijd komt de sociale cohesie meer onder druk te staan. Steeds meer opiniemakers gaan van sociale media af. De democratie is niet gediend bij bedreigingen en haat."

Landen oneens over definitie

Ondanks dat Interpol de dreiging van rechtsextremisme naar eigen zeggen als "topprioriteit" beschouwt, is er ook internationaal een blinde vlek, zegt Julia Ebner. "Beleidsmakers en veiligheidsdiensten besteden veel meer aandacht aan de bestrijding van jihadisme. Het ontbreekt aan een internationale aanpak van alt right. De meeste landen zien het als een binnenlandse aangelegenheid."

Wat niet helpt is dat landen het niet eens zijn over een eenduidige definitie, zegt Sterkenburg. "Op het moment dat we zeggen dat we bepaalde uitlatingen problematisch vinden, is het niet ondenkbaar dat die uitlatingen gewoon bij bepaalde Poolse, Hongaarse of Vlaamse politieke partijen in de verkiezingsprogramma's staan. Dat maakt het moeilijk om een afbakening te maken van wat wij problematisch vinden en wat we ermee moeten. Iedereen vindt jihadisten slecht, maar met radicaal- en extreemrechts is die lijn veel lastiger te trekken. Ook voor landen onderling."

Meer weten over online radicalisering en de verspreiding van rechts-extremisme? Na de aanslag in Christchurch maakten we deze video:

STER reclame