Nieuwsuur
Hollandse Hoogte

We nemen datamisbruik en online privacy niet serieus genoeg. Dat zegt hoogleraar Robbert Dijkgraaf, oud-president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en nu directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton in de VS.

Dijkgraaf vindt daarom dat burgers de politiek moeten oproepen meer actie te ondernemen tegen bedrijven die persoonsgegevens gebruiken en doorverkopen.

"Op een gegeven zullen onze kinderen, of de kinderen van onze kinderen, terugkijken en zeggen: hoe konden jullie zo naïef zijn dat jullie al die data en privacy vrij hebben weggegeven?", zo waarschuwt de hoogleraar.

'Privacy is het nieuwe klimaat'

Consumenten lijken zich daar nog weinig van aan te trekken, zo signaleert Dijkgraaf, omdat ontwikkelingen in bijvoorbeeld techniek vooral als handig worden ervaren.

"Het lastige is alleen dat we nauwelijks zicht hebben op hoe bedrijven met onze data omgaan. We moeten ons realiseren dat data misschien wel de kostbaarste bron zijn en niet olie en gas. Ons gedrag is het product en dat groeit spectaculair."

Daarbij gaat het om een sluipende ontwikkeling, stelt Dijkgraaf: "Privacy wordt het nieuwe klimaat. Slechts heel langzaam krijgen we er begrip van."

Dijkgraaf begon zich een paar jaar geleden echt zorgen te maken over privacy en wat er met onze data gebeurt. "Want voor velen van ons was de grote rol van data bij de verkiezing in 2016 van Trump en brexit toch wel een verrassing", zo legt hij uit.

Hij doelt op het Cambridge Analytica-schandaal. Dat bedrijf maakte op geraffineerde wijze de gegevens van 50 miljoen vooral Amerikaanse Facebookprofielen buit. Het bedrijf gebruikte onder meer die data voor gerichte campagnes met nepnieuws rond het brexit-referendum en voor toenmalig presidentskandidaat Trump.

'Tsjernobyl-moment' nodig?

Toch was Cambridge Analytica niet het "Tsjernobyl-moment" dat volgens Dijkgraaf nodig is om mensen wakker te schudden. Dijkgraaf: "Cambridge Analytica was nog niet eens zo heel effectief. Maar in de tussentijd zijn de regels niet veranderd en is de technologie alleen maar aangescherpt. De data die nu beschikbaar zijn voor bedrijven, zijn een veelvoud van toen."

Dijkgraaf maakt zich ook zorgen over de ontwikkelingen in gezichtsherkenningstechnologie en andere biometrische gegevens waar bedrijven als Google en Amazon steeds meer interesse in tonen.

Het vertrouwen in die bedrijven is te groot, vindt hij. "We moeten heel erg voorzichtig zijn. Wat gebeurt er als die informatie in verkeerde handen valt? Uiteindelijk moet er een stem klinken van de burger, met: 'Wacht even, die data zijn van mij'."

De uiteindelijke overgang komt als burgers inzien dat het de verkeerde kant opgaat.

Professor Robbert Dijkgraaf

De Nederlandse overheid werd deze week nog teruggefloten door de rechter, wegens schending van de privacy met het anti-fraudesysteem Syri. "Maar wie fluit de grote techbedrijven terug die onze gegevens gebruiken en doorverkopen? Dat is aan de burger", zegt Dijkgraaf.

"De burger moet zich realiseren dat die data van ons zijn en dat diensten ook geleverd kunnen worden zonder dat we data afgeven. Als we kijken naar crises zoals rond roken, milieuschade of klimaat, kwam de uiteindelijke overgang toen burgers inzagen dat het de verkeerde kant opging en ze de politiek vroegen om actie te ondernemen. Wetgeving moet die bedrijven onder controle brengen."

STER reclame