Nieuwsuur

Commissie-Oosting herbenoemd vanwege mogelijke doofpot

ANP
Geschreven door
Bas Haan
verslaggever

De commissie-Oosting, die onderzoek deed naar de Teevendeal, gaat het onderzoek in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie heropenen. Uit documenten die Nieuwsuur in handen heeft, blijkt dat een ambtelijke opdracht is gegeven 'het bonnetje' niet te vinden.

Het gaat om een e-mailwisseling van ICT-medewerkers die Nieuwsuur aan Marten Oosting, de voormalige voorzitter van de onderzoekscommissie, en aan het ministerie voorlegde voor commentaar.

Commissie-Oosting herbenoemd vanwege mogelijke doofpot

Stoppen met ‘restore’

Uit de mailwisseling, van de Gemeenschappelijke Dienst ICT die in 2014 en 2015 naar het bonnetje zocht, blijkt dat ICT-ambtenaren al in 2014 wisten waar de betalingsgegevens van de Teevendeal te vinden waren en dat ze bovendien al succesvol bezig waren met een zogenaamde restore - het opnieuw bruikbaar maken van oude computerbestanden.

Maar op 5 juni 2014 kregen die ICT’ers de opdracht met die restore te stoppen. Volgens de mailwisseling was de reden daarvoor dat het "voldoende is als feitelijk is vastgesteld dat er een back-up tape beschikbaar is. Hiermee is (blijkbaar) voldaan aan de meer 'politieke' vraag of er inderdaad een back-up tape beschikbaar is".

De mail is verstuurd twee dagen nadat minister Ivo Opstelten aan de Tweede Kamer schreef dat het bonnetje onvindbaar was en dat er geen back-up systeem meer bestond.

De (geanonimiseerde) mail van 5 juni 2014 Nieuwsuur

Bonnetje gevonden

De beslissing om het bonnetje ook daadwerkelijk te willen vinden, vervolgt de mailschrijver in zijn mail van 5 juni, is aan hogere ambtenaren binnen Veiligheid en Justitie. In de mail staat: "Het ligt op dit moment op het niveau van de directie van DFEZ (Dienst Financiële en Economische Zaken) om aan te geven of het gewenst is dat er daadwerkelijk een restore wordt uitgevoerd."

Die restore blijft uit. Pas nadat Nieuwsuur de betalingsdetails van het bonnetje naar buiten heeft gebracht, negen maanden later, vindt de restore alsnog plaats. En met succes, want op 8 maart 2015 worden ook op het ministerie de betalingsgegevens gevonden. Een dag later treden minister Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven af.

De schuld

Het bonnetje van de Teevendeal werd dus al veel eerder, in juni 2014, op het ministerie gelokaliseerd. Maar de ICT’ers die het vonden, kregen de opdracht daarmee te stoppen. Het zijn dezelfde ICT’ers die nu van minister Ard van der Steur de schuld hebben gekregen dat het bonnetje niet gevonden werd.

Van der Steur zei daarover in het laatste debat over de Teevendeal, vlak voor Kerst: “Dat had een jaar eerder gekund, als ze de juiste mensen op de ICT hadden gehad. Daar zat natuurlijk de fout die is gemaakt.”

Minister Ard van der Steur ANP

Doofpot

Nieuwsuur legde de e-mailwisseling aan voormalig voorzitter Oosting voor, die schriftelijk reageerde:

“Mij dunkt dat kan worden gesproken van een doofpot in de situatie waarin kennis/informatie beschikbaar is die door een welbewuste beslissing van degene die beschikt over deze informatie, wordt onthouden aan anderen die geen (directe) toegang hebben tot die informatie, terwijl er voldoende reden is om aan te nemen dat de bewuste informatie op enigerlei wijze voor die anderen van belang is (te achten).

De nu naar voren gekomen e-mailwisseling lijkt er op te wijzen dat begin juni 2014 binnen het GDI was vastgesteld dat een back-up tape beschikbaar was waarmee toen al de betaalgegevens hadden kunnen worden achterhaald, maar dat vervolgens de daadwerkelijke restore is aangehouden.”

Vervolgens stelt Oosting een aantal vervolgvragen die bij hem opkomen. Een afschrift van de reactie aan Nieuwsuur is door Oosting aan minister Van der Steur gestuurd.

Vragen beantwoorden

De minister heeft vanavond in een brief aan de Kamer geschreven dat hij de commissie-Oosting opnieuw in het leven gaat roepen om de vragen die door Oosting zelf zijn geformuleerd, te beantwoorden.

"Het spreekt voor zich dat ik nader onderzoek in deze kwestie van belang acht. (...) Alle bevoegdheden en taken van de Onderzoekscommissie “herleven“ ten behoeve van dit nieuwe onderzoek. De commissie zal haar onderzoek zo snel mogelijk aanvangen en afronden."