Rohingya komen bij op een strand in de buurt van Banda Atjeh, in het uiterste westen van Indonesië
NOS Nieuws

Gevluchte Rohingya opnieuw op de vlucht, 1800 kilometer over water naar Atjeh

  • Mustafa Marghadi

    correspondent Zuidoost-Azië

  • Mustafa Marghadi

    correspondent Zuidoost-Azië

Dat de motor van hun houten vissersboot het na een week op open zee begaf, was niet eens het grootste probleem. "Het eten en drinken was toen ook al op", zegt Yasser Arafat, een Rohingya-vluchteling die is vernoemd naar de Palestijnse oud-leider.

Veertig dagen dobberde hij en zijn 157 medevluchtelingen op de zee tussen Bangladesh en Indonesië. "Als de wind waaide tilden we het zeil op om ons vooruit te duwen", zegt Farouk. "En we baden tot God om regen. Dan haalden we het zeil naar beneden om het water op te vangen zodat we wat te drinken hadden." "We waren echt doodsbang", voegt Yasser Arafat toe.

26 van de Rohingya aan boord waren al bezweken door honger of dorst, toen Yasser de kust van de Indonesische provincie Atjeh zag. "We waren dolblij." Vooral toen ze zagen dat de lokale bevolking meteen op het bootje afrende om de uitgedroogde en uitgehongerde vluchtelingen te helpen. "Ze tilden ons van de boot, gaven ons water en eten. De Indonesiërs hebben ons echt goed geholpen."

De boot van Yasser en Farouk is een van de vier boten die in de afgelopen maand zijn aangekomen in Atjeh. Gisteren bereikte nog een boot met 187 Rohingya de kust van Atjeh. Er was eerder nog een boot onderweg, maar toen de motor afsloeg hadden die 180 Rohingya-vluchtelingen minder geluk met de wind. Na een ruime maand dobberen op zee, zonk de boot. Daarmee kwam de teller in 2022 op zo'n 400 verdronken Rohingya; het dodelijkste jaar in een decennium.

Ze hebben geen toegang tot onderwijs, zorg of zelfs werk, dus worden ze gedwongen om een levensgevaarlijke reis te maken.

Rafik Syukri, UNHCR

In 2017 werden Rohingya als moslimminderheid al uit hun eigen land Myanmar verjaagd. Nu vluchten ze met hulp van mensensmokkelaars uit Cox Bazar, in Bangladesh. Met een miljoen mensen is dat het grootste vluchtelingenkamp op aarde. De omstandigheden zijn er erbarmelijk. "Het is niet veilig. Er is veel geweld. En we kunnen er niet werken", zegt Farouk.

Rafik Syukri van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR bevestigt de dramatische staat van de vluchtelingen in Bangladesh. "Ze hebben geen toegang tot onderwijs, zorg of zelfs werk, dus worden ze gedwongen om een levensgevaarlijke reis te maken." En dat doen er steeds meer. Waar in 2021 'maar' 400 Rohingya de boottocht maakten, waren het er afgelopen jaar liefst 2400.

Een op de zes haalt het niet

En dat het een levensgevaarlijke reis is, nemen ze voor lief. Een op de zes Rohingya haalt de ellenlange reis (1800 kilometer) niet. En hoewel de lokale bevolking van Atjeh de overlevenden netjes opvangt, steekt Indonesië net als de buurlanden geen hand uit om bootjes in nood te redden. Onder andere uit angst voor de zuigende werking die dat kan hebben op de miljoen andere Rohingya in Cox Bazar.

"De omringende landen moeten meer samenwerken als het gaat om het redden van vluchtelingen op zee", zegt Rafik Syukri. Maar belangrijker nog, is dat de internationale gemeenschap druk uitoefent op Myanmar om de onderdrukking van de Rohingya in hun thuisland te beëindigen. "Want dan hoeven ze die hele vlucht niet te maken."

De Rohingya zelf willen ook niet naar alle omringende landen. De moslimgemeenschap in India staat onder druk, en Thailand is in meerderheid boeddhistisch en kent conflicten met de moslimrebellen in het zuiden. Na jarenlang vervolgd en onderdrukt te zijn, verhuizen Rohingya liever naar Indonesië of Maleisië. In het laatste land zijn veel familiebanden tussen Rohingya.

Indonesiërs kijken naar een vluchtelingenboot van Rohingya, eind december

Atjeh, waar de Rohingya dus meestal aankomen in Indonesië, staat wel bekend om zijn extreme beleving van de islam. Het is de enige provincie waar de sharia geldt. Op on-islamitische handelingen als vreemdgaan en homoseksualiteit staan zware lijfstraffen, soms zelfs de dood. Maar tegelijkertijd zien ze het bijna als een religieuze plicht om hun medemoslims te helpen.

Rafik kijkt rond op de opvangplek in het dorpje Pidie. "Alles is hier gescheiden voor mannen en vrouwen. Bij de gaarkeuken staan zelfs een mannenrij en een vrouwenrij. En er staat daar ook een gebedsruimte met luidspreker. Uiteraard gescheiden voor mannen en vrouwen."

Het is vrijdag, dus door de luidspreker galmt de oproep voor het belangrijkste gebed van de week. Farouk en Yasser Arafat wassen zichzelf ritueel en wandelen naar de gebedsruimte. Hoewel Rohingya niet zo streng in de leer zijn als de sharia in Atjeh voorschrijft, zijn ze blij in een moslimland te zijn. "Ik voel God hier. En ik wil alleen bij God zijn en hem voelen", zegt Farouk.

Of ze in Indonesië blijven, of doorreizen naar Maleisië of zelfs Amerika weet het tweetal nog niet. Daar willen ze niet aan denken, zo vlak voor het gebed. En na een minuut of twintig eindigt dat zoals het altijd eindigt. Door geknield naar de buurman te kijken en te zeggen: "Vrede zij met u, met Gods genade en zegeningen."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl