ANP
Coronavragen

Ongeveer drie procent van de Nederlanders heeft antistoffen aangemaakt tegen het coronavirus. Dat zei Jaap van Dissel, hoofd infectieziektebestrijding bij het RIVM, vanmorgen tegen de Tweede Kamer. Het gaat volgens hem om enkele honderdduizenden mensen.

Van Dissel baseert zich op onderzoek van Sanquin. Die organisatie onderzoekt of er antistoffen tegen het coronavirus aanwezig zijn in plasma dat vrijwilligers vanaf 1 april doneerden. Sanquin concludeert dat bij ruwweg 3 procent van de tot nu toe 4000 onderzochte plasmadonoren antistoffen aanwezig zijn tegen SARS-CoV-2, zoals het coronavirus officieel heet.

Slag om de arm

"Het exacte percentage kan nog een beetje veranderen", zegt Hans Zaaier, hoogleraar en arts-microbioloog bij Sanquin. "Maar ik verwacht niet dat we straks onder de 2,5 procent of boven de 3,5 procent uitkomen." Reden voor de slag om de arm is dat het onderzoek nog loopt.

"Tussen 1 april en 8 april namen we plasma af bij 7000 vrijwilligers. Dit zijn de resultaten van de eerste 4000 donaties en daarin zijn nog niet alle regio's zo goed vertegenwoordigd als nodig is voor een definitieve conclusie."

De donoren vormen volgens Zaaier een goede afspiegeling van alle Nederlanders tussen de 18 en 79 jaar. "Bloeddonoren zijn over het algemeen gezond. Als je wilt weten hoe een ziekte als hepatitis zich verspreidt, dan geven onze donoren een vertekend beeld omdat wij mensen met die ziekte uitsluiten. Maar ik verwacht dat onze donoren net zo vaak met luchtwegvirussen te maken krijgen als de gemiddelde Nederlander. Zij doen ook boodschappen en moeten ook ademen."

Sterftepercentage niet omlaag

"Drie procent is helaas niet heel veel", reageert Marion Koopmans, hoofd van de afdeling virologie van het Erasmus MC. "Wel sluit het goed aan bij wat we op basis van geluiden in andere landen mogen verwachten. Let wel, dit is een vroege peiling. Het duurt zo'n vier weken voordat alle antistoffen zijn aangemaakt. Die komen achter de epidemie aan."

Het betekent volgens Koopmans ook dat het sterftepercentage waarmee veel scenario's rekening houden niet omlaag kan. "We gingen er tot nu toe van uit dat 1 à 2 procent van de mensen die de infectie doormaken, sterft aan covid-19. Dat was gebaseerd op gegevens uit het buitenland, met daarbij nog de vraag of veel infecties ongemerkt plaatsvinden. Als ik een grove rekensom maak met de cijfers die nu beschikbaar zijn - inclusief deze 3 procent - dan moet ik helaas concluderen dat de sterfte niet veel lager ligt."

Geen doel op zich

"We moeten de volgende fase dus heel voorzichtig in", zegt Koopmans. "Het merendeel van de bevolking heeft de infectie nog niet gehad en is dus nog kwetsbaar. Tenzij sommige mensen überhaupt minder vatbaar zijn voor het virus of weinig antistoffen aanmaken, maar dat weten we nog niet."

Het moge duidelijk zijn: van groepsimmuniteit is nog lang geen sprake. Van Dissel gaf eerder aan dat die bescherming ontstaat als 50 tot 60 procent van de bevolking het virus krijgt. Hij benadrukte vandaag nogmaals dat groepsimmuniteit geen doel op zich is, maar een bijproduct van het feit dat het virus hier nu aanwezig is.

Doel van het huidige beleid is dat de gezondheidszorg overeind blijft, dat kwetsbare groepen worden beschermd en dat er "zicht op en inzicht in de verspreiding van het virus ontstaat", zoals premier Rutte het woensdag in zijn persconferentie verwoordde.

Nieuwe inzichten

Mensen die antistoffen hebben aangemaakt zijn overigens niet per definitie beschermd tegen het coronavirus. Niet alle antistoffen zijn namelijk even effectief. Aan weinig antistoffen die goed werken heb je soms meer dan aan veel antistoffen die het niet goed doen, zei Van Dissel daarover. En naast antistoffen spelen ook afweercellen een rol.

De komende weken en maanden kunnen we geregeld nieuwe inzichten verwachten in de opbouw van immuniteit tegen het coronavirus. Momenteel lopen er in Nederland zeker vier onderzoeken die daar inzicht in moeten geven, het onderzoek van Sanquin is daar één van.

STER reclame