Archiefbeeld van een gang in een gesloten jeugdzorginstelling in Midgaard Marcel van den Bergh

Jongeren die uit de gesloten jeugdzorg komen, zijn vaak getraumatiseerd, meldt stichting Het Vergeten Kind op basis van eigen onderzoek. Van de ondervraagde jongeren die in de gesloten jeugdzorg hebben gezeten, zegt 76 procent er psychische klachten bij te hebben gekregen. De stichting roept op tot het stopzetten van de gesloten jeugdzorg en het ontwikkelen van alternatieven.

Het Vergeten Kind sprak voor het onderzoek met 37 jongeren die tussen 2015 en 2021 in de gesloten jeugdzorg zaten. Ook zijn 75 hulpverleners ondervraagd. 81 procent van de jongeren uit het onderzoek heeft geweld tussen groepsgenoten meegemaakt; 87 procent is wel eens door begeleiders vastgepakt en op de grond geduwd. 78 procent kwam in de isoleercel terecht. De helft van de jongeren werd gedwongen zich uit te kleden voor begeleiders, voor een urinecontrole of om te kijken of ze geen gevaarlijke spullen bij zich hadden.

Volgens Margot Ende-van den Broek, algemeen directeur van Het Vergeten Kind, werkt de gesloten jeugdzorg averechts. "Kinderen die er terechtkomen, hebben al van alles meegemaakt", zegt ze in het NOS Radio 1 Journaal. "Ze gaan er beschadigd in. Wat ze nodig hebben is zorg en aandacht, maar in de gesloten jeugdzorg is drang en dwang. Hierdoor krijgen de kinderen extra trauma's en nachtmerries. Bovendien krijgen ze niet de behandeling die ze nodig hebben."

Hulpverleners moeten kinderen die zwaar getraumatiseerd zijn weer zo snel mogelijk mee laten draaien in de maatschappij. Dat is een onmogelijke opdracht.

Margot Ende-van den Broek, algemeen directeur stichting Het Vergeten Kind

Ook de ondervraagde hulpverleners uit het onderzoek zijn kritisch. Voor 65 procent van de hulpverleners die meewerkten, voelt de gesloten jeugdzorg als opsluiting. Ze denken dat het alleen kan helpen als jongeren er zo kort mogelijk verblijven.

De hulpverleners valt weinig te verwijten, zegt Ende-van de Broek. "Ze moeten kinderen die zwaar getraumatiseerd zijn en het vertrouwen in hulpverleners volledig zijn kwijtgeraakt door middel van dwang weer zo snel mogelijk laten meedraaien in de maatschappij. Dat is een onmogelijke opdracht."

37 procent van de hulpverleners is ontevreden over de kwaliteit van de hulp die geboden wordt. Ook zeggen ze dat de groepen te groot zijn en dat de begeleiding tekortschiet, onder meer vanwege een groot personeelstekort. Hierdoor ligt de focus in de instellingen vaak op beheersing in plaats van op behandeling.

Investeren in alternatieven

Ook zegt een groot gedeelte van de hulpverleners uit het onderzoek dat er betere alternatieven moeten zijn. Volgens Ende-van den Broek zijn die er wel. "Wat heel belangrijk is, is dat deze kinderen op een fijne, kleinschalige plek kunnen wonen, met een vast team, waar ze zo lang mogen blijven als goed voor ze is."

Volgens de directeur moet er beter voor de hulpverleners gezorgd worden. "Dat betekent meer bemensing op de groep, meer tijd om echt dat kind te zien en samen te werken met de ouders. Het is onacceptabel dat kinderen die zorg nodig hebben, opgesloten worden."

Het Vergeten Kind is ook een petitie gestart, zegt Ende-van den Broek. "Daarmee willen we twee dingen bereiken: dat de wet wordt aangepast zodat dit niet meer mogelijk is en dat er snel alternatieven worden ontwikkeld. Daar moet goed in geïnvesteerd worden."

STER reclame