Formateur Mark Rutte voerde donderdag de laatste gesprekken met de nieuwe bewindspersonen ANP

Welke bewindspersoon wordt straks verantwoordelijk voor het spoor, de geestelijke gezondheidszorg of dierenwelzijn? In grote lijnen kunnen we de portefeuilleverdeling van het kabinet-Rutte IV uittekenen - de namen en rugnummers zijn immers al bekend - maar de precieze onderlinge taakverdeling moet nog worden vastgelegd. Dat gebeurt vandaag in het zogeheten constituerend beraad, de eerste vergadering van de nieuwe ministersploeg.

Een officiële ministerraad is dat nog niet, want de twintig aangezochte leden mogen zich pas echt minister noemen als ze maandag zijn beëdigd en op het bordes staan. De 'oprichtingsvergadering', zoals het constituerend beraad ook wel wordt genoemd, is echt bedoeld voor de laatste onderlinge afspraken - 'constitueren' betekent 'vaststellen'. Ook is het de bedoeling dat iedereen zich in de vergadering officieel achter het regeerakkoord schaart.

Oudgedienden herinneren zich van het constituerend beraad vooral de puntjes op de i of, in de woorden van voormalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA): "De laatste finesses van de formatie." Volgens hem is het beraad vooral bedoeld voor zaken die niet in het coalitieakkoord staan, maar die wel ergens moeten worden bevestigd voordat het nieuwe kabinet officieel begint.

"Wie doet wat, is dat duidelijk genoeg afgesproken?" formuleert Jet Bussemaker (PvdA) een van de vragen die bij het constituerend beraad op tafel liggen. Toen zij in 2012 aanschoof als aanstaand minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) waren er bijvoorbeeld nog enkele details over de afstemming tussen het wetenschapsbeleid, dat onder OCW valt, en het innovatiebeleid, waarbij Economische Zaken het voortouw heeft.

De vraag wie precies waarover gaat is nu relevanter dan ooit, vindt Bussemaker, met een ploeg van twintig ministers en negen staatssecretarissen. Maar minstens zo belangrijk als die juridische afbakening is volgens haar iets anders. "Het gaat in het constituerend beraad ook om het gevoel van: we gaan dit samen doen."

Dit zijn de twintig kandidaat-ministers van Rutte IV:

Ernst Hirsch Ballin herinnert zich net als Bussemaker dat onderwerpen die niet als vanzelf bij één minister horen nog moeten worden afgestemd in het beraad. Bij hem was de politie zo'n onderwerp. In 1989 moest worden vastgelegd wie daarover de meeste zeggenschap zou krijgen: de minister van Binnenlandse Zaken, Ien Dales, of die van Justitie, Hirsch Ballin.

"Daar hadden we van tevoren wel afspraken over gemaakt, maar die moesten in het beraad worden bevestigd", zegt Hirsch Ballin. "Voor mij was het een essentieel punt dat bijvoorbeeld de opsporing niet zou worden overgeheveld naar Binnenlandse Zaken."

De oud-minister acht het mogelijk dat klimaat dit jaar zo'n 'interdepartementaal' onderwerp is. "Er komt nu weliswaar een minister voor Klimaat en Energie, maar wie gaat straks over het internationale klimaatbeleid? Speelt de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking daarin een eigen rol? Het is denkbaar dat over zo'n onderwerp nog nadere afspraken worden vastgelegd."

'Stelt geen bal voor'

Heeft het voor de aanstaande ministers zin om vandaag met een wensenlijstje aan te komen? Dat gebeurde wel, weet oud-minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD). "Sommige ministers kwamen met allerlei budgetverzoeken. Ze waren vaak opgestookt door ambtenaren van hun departement, om nog iets binnen te halen in het constituerend beraad. Maar ik heb niet meegemaakt dat daar ooit iets uit voortkwam. Dat soort verzoeken werd afgekapt."

Sterker nog: volgens Zalm stelt het beraad "vrijwel geen bal" voor. "De financiën zijn in het regeerakkoord geregeld, de portefeuilles zijn al verdeeld, dus er gebeurt eigenlijk vrij weinig. Ik vond het de eerste keer wel spannend, maar het stelde niet veel voor."

Wel krijg je de do's en don'ts te horen, zegt de voormalige VVD-minister. "Je krijgt het 'blauwe boek' uitgereikt, waarin staat waar je je als minister aan te houden hebt, hoe het zit met de dienstauto, dat soort zaken. Een soort 'handboek soldaat' voor ministers, dat je mee naar huis mag nemen."

Oud-minister Bussemaker herkent wel dat ambtenaren de aankomend bewindspersonen nog een en ander willen meegeven. "Maar je zal je nooit meer voor elkaar krijgen dan de puntjes op de i." Volgens de drie oudgedienden duurt het beraad daar ook veel te kort voor: vaak hooguit anderhalf uur.

"Soms ontstaat het beeld dat nog over van alles wordt heronderhandeld, maar dat is niet het geval", zegt Bussemaker. "Het constituerend beraad draait ook om het met elkaar vieren dat je er zit, beseffen dat je het gaat doen. Je zit voor het eerst bij elkaar: iedereen is heel opgetogen."

STER reclame