Van links naar rechts: Ernst Kuipers, Robbert Dijkgraaf, Conny Helder ANP / bewerking NOS
Coalitieakkoord

Als het kabinet-Rutte IV volgende week op het bordes staat, zullen er een paar verrassende gezichten op de foto komen. De meeste nieuwe bewindslieden hebben al politieke ervaring, maar sommigen komen uit een heel andere sector zoals de gezondheidszorg, de wetenschap of het bedrijfsleven.

Ook in eerdere kabinetten zaten zulke buitenstaanders. Soms werden ministers of staatssecretarissen zelfs pas vlak voor hun benoeming lid van de politieke partij waarvoor ze in het kabinet kwamen. Maar waarom zou je een goede carrière buiten de politieke inruilen voor een risicovolle onderneming als het ministerschap?

Steven van Eijck werd in 2002 in het kabinet-Balkenende I staatssecretaris van Financiën, namens de Lijst Pim Fortuyn (LPF). Niet vóór de LPF, benadrukt hij: "Ik ben nooit lid geweest van de LPF, en daarna ook nooit van een andere politieke partij." In zijn portefeuille had hij onder meer fiscale zaken en de Belastingdienst. Voor zijn staatssecretariaat had hij zich daar ook al mee beziggehouden aan de Erasmus Universiteit, als docent fiscale economie. "Daarom voelde het vertrouwd."

Volgens Van Eijck moet de belangrijkste reden zijn om een niet-politieke loopbaan in te ruilen voor een kabinetspost dat je vanuit je idealen iets wilt veranderen en dat jij daarvoor van toegevoegde waarde bent: "Ik wilde toe naar een simpeler en eerlijker belastingsysteem. En ik had kennis van zaken."

Uri Rosenthal, van 2010 tot en met 2012 voor de VVD minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Rutte I, benadrukt ook de ideële kant: "Je hebt de macht om iets te veranderen. Maar het is ook weer niet zo dat je dat met een druk op de knop voor elkaar krijgt." Daar verkijken sommige bewindspersonen zich volgens hem op. "Succesvolle politici die dansen op tafel moet je niet als uitgangspunt nemen. Je ziet genoeg loopbanen die in tranen eindigen." In tegenstelling tot Van Eijck had Rosenthal wel al politieke ervaring. Hij was eerst lid en later fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer, maar daarnaast was hij actief in de wetenschap en het bedrijfsleven.

Als je van buiten de politiek komt, moet je onder meer rekening houden met de unieke mores van de politiek. Verantwoording afleggen betekent als bewindspersoon iets heel anders dan als bijvoorbeeld bestuurder van een ziekenhuis. Je bent veel meer verantwoordelijk voor wat anderen doen, zegt Rosenthal: "Als anderen zoals ambtenaren iets verkeerd doen, kan het jou de kop kosten."

Daar moet je tegen kunnen, schetst hij: "Het is niet meer zoals in de academische wereld dat de argumenten die het meest overtuigend zijn het winnen. Voor de wetenschapper geldt de brille van de creatieve geest, voor bewindspersoon de meerderheid van de stemmen." Gelijk hebben staat allerminst gelijk aan gelijk krijgen.

Druk van pers en sociale media

En dan is er ook nog de druk van buitenaf, van de media bijvoorbeeld: "Als bewindspersoon kun je op elk moment een microfoon onder je neus krijgen en word je geacht een antwoord klaar te hebben. Ook als je al mediaervaring hebt, is dat anders. Ben je wetenschapper, dan kun je zelf kiezen of je een mediaoptreden doet."

Uri Rosenthal wordt voor de laatste vergadering van kabinet-Rutte II in 2012 omhelsd door Powned-verslaggever Rutger Castricum ANP

Naast de traditionele media is er tegenwoordig ook nog de druk van sociale media. Van Eijck: "Daarbij is het echt anders dan twintig jaar geleden." Het klimaat is verhard, vindt Van Eijck, op Twitter en Facebook is het soms van "een tranentrekkende triestheid", zelfs als er geen bedreigingen geuit worden.

Bewindspersonen krijgen te maken met beveiliging en kunnen misschien niet altijd alleen over straat. Rosenthal: "Je kunt er zelf wel tegen bestand zijn, maar je moet je ook afvragen of dat geldt voor je partner en je kinderen. Als je bijvoorbeeld kinderen hebt in een kwetsbare leeftijd, wil je ze dan aandoen dat ze getreiterd worden op school, omdat hun vader of moeder in het nieuws is?"

Plotseling voorbij

Ook speelt mee dat de politiek een behoorlijk onzeker bestaan is. Je ministerschap kan zo voorbij zijn. Balkenende I, waarin Van Eijck zat, viel zelfs al na 87 dagen. "Ik ging er naïef in. Ik wist wel dat een kabinetsperiode maar vier jaar duurt, maar dat het zo snel afgelopen zou zijn, heeft mij verrast. Ik had nog niks geregeld voor de periode daarna."

Steven van Eijck bij de Algemene Beschouwingen in 2002 ANP

Rosenthal was al pensioengerechtigd toen hij minister werd, dus voor hem was dat een minder groot probleem. Hij was jarenlang hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en adviseur voor een bureau op het gebied van veiligheids- en crisismanagement. "Ik had mijn hele werkzame leven meerdere functies met elkaar gecombineerd. Als minister verlies je alle nevenfuncties."

Toch denkt hij niet dat Ernst Kuipers of Robbert Dijkgraaf zich ernstig zorgen hoeven te maken als het kabinet zou vallen of hun partij bij de volgende formatie buiten de boot valt: "Hun reputatie is niet opeens weg, tenzij ze het wel heel bont maken in hun ministerschap."

Een loopbaan als bewindspersoon levert ook aanzien op. Hij was maar kort staatssecretaris, maar daarna werd Van Eijck door kabinet-Balkenende II aangesteld als speciaal commissaris om verslag uit te brengen over het jeugdbeleid. En op dit moment is hij lid van de Sociaal-Economische Raad (SER), een belangrijk adviesorgaan van de regering. Van Eijck "Het heeft me zeker veel gebracht."

STER reclame