Carl Verheijen tijdens de teamoverdracht van NOC*NSF Orange Pictures

Oud-schaatser Carl Verheijen heeft sinds woensdagavond als chef de mission officieel de leiding over de Nederlandse olympische ploeg. Daaronder valt ook de ontstemde Patrick Roest, die de afgelopen dagen bijval kreeg van andere (oud)-schaatsers over de keuzes van de olympische selectiecommissie van schaatsbond KNSB.

"Patrick heb ik kort kunnen spreken. Hij was teleurgesteld dat hij het achteraf hoorde en het niet in de communicatieronde meeging die van tevoren wel zorgvuldig was opgezet", zei Verheijen na de teamoverdracht in Amsterdam. "Daar heeft Roest moeite mee gehad en het is ook terecht dat hij dat uitspreekt."

Keuzecommissie

De onvrede bij Roest komt voort uit de beslissing van de keuzecommissie van de KNSB om niet hem, maar Marcel Bosker in te schrijven voor de olympische 1.500 meter, terwijl Roest bij het olympisch kwalificatietoernooi sneller was.

"Ik wilde vooral zijn verhaal horen", aldus Verheijen. "Hij geeft aan: ik heb mijn zegje gedaan, ik ben het er niet mee eens en ik wil me nu weer focussen op de prestaties."

Bekijk hieronder een interview met Carl Verheijen over zijn gesprek met Patrick Roest.

Chef Verheijen belde Roest over onvrede: 'Wilde vooral zijn verhaal horen'

Bosker krijgt de voorkeur van de KNSB, omdat hij in Peking ook kan worden ingezet op de ploegenachtervolging en dat is niet mogelijk als hij geen individuele afstand rijdt. De bond had hem ook op de massastart kunnen inschrijven, maar die plaats werd aan Sven Kramer toegewezen.

"Ik kijk ernaar met iets meer afstand", aldus Verheijen, die in 2006 met Nederland naast het goud greep op de ploegenachtervolging en uiteindelijk brons veroverde. "Dai Dai N'tab en Tijmen Snel zijn nog meer teleurgesteld dat ze niet gaan. Er zijn nog veel meer schaatsers die het net niet hebben gehaald. Zo hoog is het niveau bij ons."

Kans op goud

Verheijen: "Als je kijkt naar de feiten, denk ik dat de selectiecommissie mooie eisen en voorwaarden heeft gesteld met alle coaches en betrokkenen én die goed heeft gevolgd. Ik denk dat ze op deze manier de meeste kans hebben op olympisch goud en de meeste medailles."

De Nederlandse olympische ploeg bestaat in Peking uit zeker 35 atleten: 19 vrouwen en 16 mannen. Het grootste gedeelte van de equipe zijn langebaanschaatsers, 18 in totaal. Er komen in ieder geval nog twee shorttrackers bij en in andere sporten kunnen atleten zich ook nog plaatsen.

Verheijen, die zijn debuut maakt als chef de mission op de Winterspelen, is niet geheimzinnig over de doelstelling voor Peking. "Remy de Wit van de KNSB kijkt naar een minimum van 12 tot 14 medailles op de langebaan en 3 medailles bij het shorttrack. Dan kom je op 15 tot 17 medailles."

"Ik denk dat onze ambitie iets hoger mag zijn en dat we tegen de 20 medailles mee naar huis mogen nemen. De potentie is er in de groep, we hebben meer startplekken dan ooit en ik denk dat het niveau hoog is."

Nuis en Van Zundert dragen vlag

Vier jaar geleden veroverde de Nederlandse ploeg bij de Winterspelen ook 20 medailles, waarvan 8 gouden. "In Pyeongchang stonden drie Nederlanders op het podium van de 500 meter. Dat gaan we dit jaar niet redden denk ik, als ik kijk naar het geweld van de Aziaten en de Russen. Maar de ambitie mag er zijn."

Verheijen maakte ook bekend welke atleten op 4 februari de Nederlandse vlag mogen dragen tijdens de openingsceremonie. Zijn keuze viel op kunstschaatsster Lindsay van Zundert en langebaanschaatser Kjeld Nuis, tweevoudig olympisch kampioen van de Spelen van 2018.

Bekijk hieronder de bekendmaking van de vlaggendragers bij de openingsceremonie.

Van Zundert en Nuis dragen vlag bij openingsceremonie Spelen

De vlaggendrager voor de Paralympische Spelen is nog niet bekend. Chef de mission Esther Vergeer was wel aanwezig bij de teamoverdracht, maar officieel is er nog geen paralympische ploeg samengesteld. Waarschijnlijk gaan acht of negen paralympiërs naar Peking: drie snowboarders en vijf of zes alpineskiërs.

De Paralympische Spelen gaan op 4 maart van start.

STER reclame