Emma Oosterwegel en Anouk Vetter ANP

Vooraf werd er gesproken over mogelijk 48 medailles voor de Nederlandse olympische equipe in Tokio. Na dag 13 van de Spelen in Tokio is dat aantal niet in zicht, maar de teller liep donderdag wel op tot 29 medailles - vier meer dan het totaal van Sydney in 2000.

Wie na de meerkamp van de vrouwen een blik werpt op de medaillespiegel, ziet dat Nederland op 7 keer goud, 9 keer zilver en 10 keer brons staat. In totaal 26, één meer dan het recordaantal in Australië 21 jaar geleden.

29

Maar wetende dat de hockeysters hun finale nog moeten spelen en dus al zeker zijn van een medaille (goud of zilver), dat boksster Nouchka Fontijn verzekerd is van minimaal brons én dat er minimaal één medaille uit het sprinttoernooi op de baan komt, staat de teller al op 29.

Om te zeggen dat het nu al de beste Spelen ooit zijn van Nederland? Nee, zo hoog kan chef de mission Pieter van den Hoogenband niet van de toren blazen. Nog niet. Want op de Spelen van 2000, waarop hij zelf als zwemmer twee keer goud won, pakte Nederland bij elkaar twaalf keer goud.

Pas als er nog vijf olympische titels bijkomen in de resterende drie dagen, en dat is ook weer niet geheel ondenkbaar, kan de Nederlandse vlag echt uit.

De grootste kansen op goud: het individuele sprinttoernooi op de baan bij de mannen (finale vrijdag om 11.35 uur), de hockeysters (finale vrijdag om 12.00 uur), Nouchka Fontijn (halve finale vrijdag om 07.00 uur), Sifan Hassan op de 1.500 meter (finale vrijdag om 14.50 uur) en de 10.000 meter (finale zaterdag om 12.45 uur) en het keirintoernooi voor mannen (zondagochtend om 5.00 uur).

Daarnaast is het uitkijken naar wat achtvoudig wereldkampioene Kirsten Wild kan in Tokio. De baanrenster rijdt vrijdag om 10.15 uur de koppelkoers met Amy Pieters en zondag om 5.25 uur het laatste onderdeel op het omnium.

STER reclame