ANP

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een belangrijke uitspraak gedaan over de inzet van buitenlandse chauffeurs bij Nederlandse transportbedrijven. De zaak kan van invloed zijn op de wijze waarop de transportsector buitenlandse chauffeurs inzet.

Transportbedrijf Van den Bosch uit Erp moet het achterstallig loon van tien Hongaarse chauffeurs betalen volgens het Nederlands recht en dus de Nederlandse cao. Het gerechtshof heeft bepaald dat Nederland en niet Hongarije het 'gewone werkland' van de chauffeurs is. Vakbond FNV startte 10 jaar geleden een onderzoek naar de werkvoorwaarden die het bedrijf hanteert.

Principiële voorbeeldzaak

De chauffeurs kregen een lager loon, overeenkomstig met de Hongaarse norm, omdat ze onder contract stonden bij een Hongaars zusterbedrijf van Van den Bosch. Het hof besliste in het voordeel van de chauffeurs, omdat hun werkzaamheden vanuit Nederland plaatsvonden en niet vanuit Hongarije. Zij hebben dus recht op hetzelfde loon als hun Nederlandse collega's.

Van den Bosch laat weten het arrest nader te bestuderen, maar moeite te hebben met de motivering van het gerechtshof. Die zou op gespannen voet staan met een eerdere uitspraak van het Europese Hof. Branchevereniging Transport en Logistiek Nederland laat weten blij te zijn dat er meer duidelijkheid is over het werkland van chauffeurs, maar de zaak nog verder te bestuderen.

"Dit kan een grote principiële voorbeeldzaak zijn", zegt Hanneke Bennaars, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. "Op dit gebied zijn er op zo'n hoog niveau nog weinig uitspraken gedaan, dus dit kan voor de transportsector - waar ze veel met buitenlandse arbeidskrachten werken - verstrekkende gevolgen hebben."

Deze Hongaarse chauffeur is blij met de uitspraak:

Hongaarse chauffeurs blij na uitspraak rechter

Of andere buitenlandse chauffeurs die voor Nederlandse transportbedrijven rijden nu ook een Nederlands loon moeten ontvangen, kan in zijn algemeenheid niet worden gezegd volgens Amber Zwanenburg, die aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveert op schijnconstructies in onder meer de transportsector. "Maar", zegt ze, "het hof heeft met deze uitspraak wel duidelijk invulling gegeven aan hoe het werkland moet worden bepaald. Zo is het argument van het Hongaarse zusterbedrijf van tafel geveegd dat de werkzaamheden van chauffeurs beginnen in hun woonplaats in Hongarije."

"Tien jaar geleden begonnen we al met flyers uitdelen bij het hek, hier hebben we hard voor gewerkt", zegt Edwin Atema van FNV. "We kunnen door deze zaak sneller rechtszaken tegen andere bedrijven voeren, daar hebben we er ook een aantal van in de pijpleiding zitten."

Atema is blij dat het gelukt is, maar vindt het triest dat het zo lang heeft moeten duren. "Dit heeft veel impact gehad op het leven van de chauffeurs. Je verliest je baan als je je rechten komt halen. Daarom zijn we zo blij, dit laat aan chauffeurs zien dat ze rechten hebben en kunnen vechten. Voor een was het te laat, die is inmiddels al overleden."

Schijnconstructies

Beryl ter Haar, bijzonder hoogleraar Europees en vergelijkend arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, weet dat dit soort schijnconstructies vaker voorkomt bij Europese bedrijven. "Zo houden ze de totale arbeidskosten laag." Volgens Ter Haar zijn deze schijnconstructies niet alleen onwenselijk voor arbeidsmigranten die hierdoor een aanzienlijk lager salaris ontvangen, maar loopt Nederland ook belastinginkomsten mis.

Ter Haar vindt het lastig om optimistisch te zijn over de uitspraak: "Het is een heel duidelijk geformuleerde uitspraak die goed uitlegt wat het 'werkland' van de chauffeurs is. Maar juist omdat er zo duidelijk omschreven is waarom de Hongaarse chauffeurs Nederlandse loon horen te krijgen, zie ik het zo gebeuren dat bedrijven hun manier van werken aanpassen. Bijvoorbeeld als het belangrijk is dat de HRM-manager in Hongarije zit, dan kan die naar Hongarije worden verplaatst." Het zou dus kunnen dat deze uitspraak leidt tot nieuwe schijnconstructies.

Economisch gewin

Echte oplossingen moeten volgens Ter Haar vanuit de EU komen, omdat Nederlandse wetgeving het vrije verkeer van de Europese markt zou belemmeren, en dat mag niet.

Ter Haar: "Het is aan de lidstaten samen om er op Europees niveau voor te zorgen dat we voor werknemers een aantal gelijke voorwaarden hebben. Zolang economisch gewin voor het welzijn van de werknemers gaat, wordt dat moeilijk."

STER reclame