Een vrachtwagen van transportbedrijf Van den Bosch, die opdrachten gaf aan Hongaarse chauffeurs Van den Bosch

Hongaarse chauffeurs die in opdracht van Nederlandse transportbedrijven internationale transporten verrichten, hoeven niet betaald te worden volgens Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Dat heeft het gerechtshof in Den Bosch bepaald in een zaak die de FNV had aangespannen. De kwestie sleept al sinds 2014.

Volgens FNV was op deze buitenlandse chauffeurs de zogenoemde charterbepaling van toepassing. Die bepaalt dat een Nederlands transportbedrijf dat een buitenlands transportbedrijf opdracht geeft om een transport te verrichten, vertrekkend vanuit Nederland, de Nederlandse cao moet toepassen.

Brievenbusfirma's

Het hof is het daarmee niet eens. FNV claimde onder meer dat de buitenlandse transportondernemingen brievenbusfirma's waren, maar volgens de rechters gaat het om gewone transportbedrijven. Bovendien werken de chauffeurs slechts tijdelijk in Nederland en vond het overgrote deel van het transport plaats in het buitenland.

Om die reden is ook de Europese detacheringsregel niet van toepassing. Die zegt dat werknemers die tijdelijk in een ander EU-land werken onder de arbeidsvoorwaarden van dat land vallen, als die gunstiger zijn dan die van het eigen land.

Kantonrechter

Ook in een tweede zaak, parallel met de eerste, krijgt de FNV ongelijk. Hongaarse chauffeurs vorderden betaling op grond van de Nederlandse cao. Het hof vindt dat Nederland niet gezien kan worden als het gewone werkland en dus vervalt de verplichting om hen volgens de Nederlandse cao te belonen.

Het hof verwijst de zaak terug naar de kantonrechter, zodat die een beslissing kan nemen.

De FNV is teleurgesteld. "Het is een slecht arrest", zegt Edwin Atema van FNV Vervoer, "Het doet geen recht aan eerdere uitspraken van het Europees Hof." Volgens Atema is de strijd nog niet gestreden, want er is nog de mogelijkheid van cassatie. "Maar we gaan dit arrest eerst goed bestuderen."

STER reclame