Rijnmond

Afgelopen zondag protesteerden honderden mensen bij het politiebureau aan het Marconiplein in Rotterdam. Ze eisten het ontslag van de vijf agenten die racistische appjes stuurden.

Dat het vijftal alleen schriftelijk werd berispt, leidde zowel binnen als buiten de politie tot onbegrip. Vandaag publiceerde de onafhankelijke commissie, die adviseerde over de opgelegde sancties, haar bevindingen. De stukken geven inzicht in hoe het er aan toe ging binnen de appgroep.

Een bepalend moment is 21 januari 2019. Een van de agenten stuurt een filmpje door, waarop te zien is hoe een witte jongen wordt mishandeld door een groep jongens met een getinte huidskleur. "Dit is bij mij in de wijk", schrijft de agent. "Kankervolk. Allemaal kapot maken."

De beelden maken hem boos en roepen herinneringen op aan eigen ervaringen, zal hij later verklaren. Zijn collega's reageren instemmend op zijn teksten. "Ja, kut volk", tikt iemand. Anderen vinden het "kk mongolen" en "pauper allochtonen". "Meteen schieten", adviseert een van de agenten.

Als iemand zegt dat de jongens in het filmpje wel zullen worden aangehouden, luidt een reactie: "Mag het hopen voor ze. Anders rij ik ze dood."

Onmacht

In de 'Jan Smit appgroep' zitten acht politiemensen, naast collega's ook vrienden van elkaar. Allemaal werken ze in basisteam Delfshaven, aan de westkant van Rotterdam. Tussen juli 2018 en maart 2019 sturen ze een groot aantal berichten heen en weer, waarbij werk en privé vaak door elkaar lopen.

De reacties op het filmpje zijn volgens de betrokken agenten ingegeven door onmacht en frustratie. Omdat "die k-lijers nooit gecorrigeerd worden, niet door hun ouders, niet door de wijk en niet door justitie", zoals een van hen schrijft. Achteraf noemt hij deze reactie impulsief, zoals wel meer berichten zijn getypt vanuit de emotie.

Een van de deelnemers, een Marokkaans-Nederlandse agent, gaat het allemaal te ver. Tien minuten na de discussie over het filmpje verlaat hij de appgroep. Hij vindt de berichten racistisch en discriminerend.

Dat wordt nog een relletje.

Agent over het vertrek van een boze collega

"Waren z'n broers. En niffos", reageert een van zijn collega's. Wat hem betreft valt er niets te discussiëren: "Is altijd dat kanker volk." Het vertrek van zijn collega uit de groep vindt hij maar slap. "Kennelijk sluit hij zijn ogen voor problemen met dit soort mafkezen."

Maar nu iemand uit boosheid de groep heeft verlaten, voorziet een andere agent problemen. "Dat wordt nog een relletje", schrijft hij. Dat dit door hem voorspelde 'relletje' twee jaar later uitloopt op protesten voor de deur van het politiebureau, kan hij op dat moment niet vermoeden.

Excuses

In eerste instantie valt de ophef mee. De agent die uit de appgroep is gestapt, informeert zijn leidinggevende. Het leidt tot een gesprek met drie collega's uit de groep. Zij bieden hun excuses aan voor hun opmerkingen en krijgen de waarschuwing dat zoiets niet nog een keer mag gebeuren. Ook wordt hen verzocht de appgroep op te heffen, wat ze ook doen.

Voor de Marokkaans-Nederlandse politieman is de kwestie hiermee afgedaan, net als voor de betrokken leidinggevenden. Tot NRC ruim een jaar later lucht krijgt van de berichten en erover publiceert.

De schok die dit teweeg brengt, verandert de zaak. Nu wordt ook de districtsleiding ingeschakeld. Het leidt tot een onderzoek van de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van de politie, de afdeling die signalen van interne misstanden onderzoekt.

Dan blijken er méér discriminerende uitlatingen te zijn gedaan in de appgroep, die nu helemaal onder de loep wordt genomen. Een van de agenten noemde een collega van Oosterse afkomst "die pinda". Ook waren er seksistische opmerkingen over vrouwelijke collega's ("gleed ze heen en weer op de roeimachine").

Humeyra

Daarnaast werd de bekentenis van Bekir E. besproken, de man die in Rotterdam de 16-jarige Humeyra doodschoot. "Flikker", reageerde een van de agenten.

Iemand anders suggereerde dat hij er vermoedelijk vanaf zou komen met een taakstraf. Dat leidt tot een reactie die vorige week (deels) naar buiten kwam: "Veel te veel. Gelukkig ben jij geen rechter. Die gozer heeft goed gehandeld, weer een Turk minder. Vrijspraak. En een schadevergoeding voor de dagen dat hij al gezeten heeft."

Als Gökmen T. op 18 maart 2019 een aanslag pleegt in een tram in Utrecht, schrijft diezelfde agent: "De trams die over het algemeen door ons gebied rijden mogen ze allemaal uitroeien hoor."

Voortdurende confrontatie met maatschappelijke problemen kan leiden tot cynisme.

Adviescommissie AGFA

De politieman zegt achteraf niet meer te weten wat hij precies heeft bedoeld met zijn berichten. Mogelijk waren ze sarcastisch bedoeld, zegt hij, een "foute grap".

De onafhankelijke commissie AGFA die in opdracht van de politie adviseert over de strafmaat, waarschuwt dat ook zo'n 'grap' de geloofwaardigheid van de politie kan aantasten. In het advies staat dat de agenten werken in een wijk met veel problemen. "De voortdurende confrontatie met deze maatschappelijke problematiek kan leiden tot een zekere vorm van cynisme, die tot uitdrukking komt in een deel van de uitspraken." Het is volgens de commissie geen rechtvaardiging voor de appjes, wel een verklaring.

Beroering

De betrokken politiemensen zitten intussen weken thuis, in afwachting van het onderzoek. Ook het Openbaar Ministerie bekijkt de zaak. Een van de agenten omschrijft het als "de heftigste tijd van mijn leven".

Uiteindelijk besluit het OM dat strafrechtelijke vervolging niet nodig is. De uitspraken zijn alleen strafbaar als ze in het openbaar zouden zijn gedaan. De politie handelt de kwestie zelf af. Het oordeel luidt dat de agenten onnodig kwetsende, racistische en discriminerende berichten hebben geplaatst en verzuimden elkaar aan te spreken op fout gedrag. Het gevolg: veel beroering en imagoschade voor de politie.

Goede dienders

Vijf agenten krijgen een schriftelijke berisping. De adviescommissie is het daar mee eens. Ze hebben spijt van hun uitspraken en hun leidinggevende had een belangrijk deel van de kwestie in 2019 al afgedaan. Bovendien dateren de uitlatingen al van langer geleden en staan de agenten bekend als goede dienders.

Maar de maatschappelijke verontwaardiging over de appjes is er niet minder om. Dat heeft volgens de commissie veel impact gehad op de betrokken agenten, die zeggen dat het nooit hun bedoeling is geweest om mensen te kwetsen.

Ondanks hun discriminerende opmerkingen, schrijft een van hen in diezelfde Jan Smit appgroep dat in hun werk van vooringenomenheid naar bepaalde bevolkingsgroepen geen sprake is. De agent die de opmerkingen over Bekir E. en Gökmen T. plaatste, is er "voor 100% van overtuigd" dat hij geen racist is. Nog altijd zegt hij met veel plezier te werken "in de meest diverse wijk van Rotterdam".

STER reclame