In de Jaarbeurs in Utrecht wordt een nieuwe vaccinatielocatie gereedgemaakt ANP

De percentages over effectiviteit van coronavaccins vliegen ons om de oren: Pfizer en Moderna zijn voor 95 procent effectief, Novavax voor 89,3 procent, dat van Janssen voor 66 procent en AstraZeneca 'slechts' voor 60 procent.

Wat betekenen die percentages en zijn andere factoren niet ook van belang? Vier vragen en antwoorden daarover.

1. Hoe wordt effectiviteit gemeten?

De percentages die farmaceuten claimen worden berekend in klinische studies. Bij de onderzoeken worden de deelnemers in twee groepen verdeeld. De ene groep krijgt het vaccin, de andere groep een placebo. Vervolgens is het wachten tot genoeg mensen ziek worden. Als niemand ziek wordt, kan dat immers ook betekenen dat gewoon niemand een ander besmet persoon tegen is gekomen en weet je nog niks over de werking van het vaccin.

Om een valide uitspraak over die werking te kunnen doen had farmaceut Pfizer bijvoorbeeld als doel gesteld dat minstens 170 deelnemers aan hun studie na de vaccinatie corona op moesten lopen. Van die 170 mensen bleken er 162 niet het vaccin maar de placebo ingespoten te hebben gekregen. Daarna werd het infectierisico berekend. Bij de placebogroep werden 162 op de 21.830 deelnemers ziek: 0,74 procent. Bij de mensen die het vaccin kregen was dit 8 op de 21.380: 0,04 procent.

Het vaccin verlaagde het infectierisico dus met 0,7 procentpunt. Dat lijkt weinig, maar 0,7 procentpunt op 0,74 procent betekent dat het infectierisico door het vaccin met 94,5 procent verlaagd werd: afgerond is dat de 95 procent die je overal in de berichtgeving voorbij ziet komen. Het zegt dus niet zoveel over jou als individu: het betekent niet dat de kans dat jij besmet raakt 95 procent kleiner wordt of dat je immuunsysteem 95 procent van alle virussen uitschakelt.

2. Hoe vertaalt de effectiviteit zich naar de praktijk?

Je hebt effectiviteit en je hebt effectiviteit. We gebruiken in de volksmond eigenlijk één woord waar in het wetenschappelijke Engelse jargon verschillende woorden voor gebruikt worden. Wat we bij de vorige vraag berekend hebben wordt in vaccinstudies efficacy rate genoemd, maar wordt in berichtgeving gemakshalve vertaald als effectiviteit. Hoe het vaccin in de praktijk bijdraagt aan het verminderen van infecties wordt in wetenschappelijke kring effectiveness genoemd en óók vertaald als effectiviteit.

Wat zit er eigenlijk in een coronavaccin? NOS op 3 legt het uit:

Maar efficacy en effectiveness zijn echt twee verschillende zaken. Zo is de groep die meedoet aan een onderzoek nooit een perfecte afspiegeling van de bevolking. Verschillende landen kunnen hele verschillende bevolkingssamenstellingen hebben. Is een bevolking sterk vergrijsd, of worden er veel mensen met chronische ziekten ingeënt, dan kan de effectiveness dus anders uitpakken dan de berekende efficacy.

En dan is er nog het punt van verschillende varianten van het coronavirus. De efficacy rate van het Janssen-vaccin bleek bijvoorbeeld hoger in de VS dan in Zuid-Afrika, waar een besmettelijkere variant van het coronavirus rondwaart.

3. Hoe belangrijk is het dat een vaccin je volledig beschermt tegen ziek worden?

Als een vaccin niet kan voorkomen dat je besmet raakt, kan het misschien wel voorkomen dat je ernstig ziek wordt. Alle vaccinstudies laten zien dat ze behoorlijk goed beschermen tegen ernstige infecties, ook de vaccins van AstraZeneca en Janssen. Dat betekent dat ook een minder effectief vaccin de druk op de zorg flink kan laten dalen, omdat minder mensen in het ziekenhuis belanden.

Natuurlijk is het fijn als je zelf niet ziek wordt omdat je gevaccineerd bent. Vanuit epidemiologisch oogpunt is dat echter niet het belangrijkste. Wat dat wel is: groepsimmuniteit. Als genoeg mensen zijn ingeënt, kan de verspreiding van een virus grotendeels worden gestopt, omdat de kans dat je een besmet persoon tegenkomt daarmee uiterst klein wordt.

Het is afhankelijk van de besmettelijkheid van een virus hoe hoog de vaccinatiegraad moet zijn. Voor een zeer besmettelijke ziekte als de mazelen is dat bijvoorbeeld 95 procent, voor covid-19 wordt het geschat op zo'n 60 procent. Maar er zijn ook besmettelijkere varianten in omloop waarvoor mogelijk een hogere vaccinatiegraad vereist is.

4. Welke factoren zijn nog meer van belang?

Dan is er nog het punt van uitrol en beschikbaarheid. Je kunt wel een vaccin hebben met een effectiviteit van 95 procent, maar als je daar maar heel weinig doses van hebt, kun je er een epidemie niet mee stoppen. Terwijl een minder effectief vaccin waar je meer van hebt dat misschien wel kan.

Hoe snel een vaccin kan worden uitgerold en hoe lang het beschermt, is nog belangrijker dan de effectiviteit, modelleerden Amerikaanse onderzoekers onder leiding van A. David Paltiel. Een voordeel van bijvoorbeeld het Janssen-vaccin is dat je er maar één prik van nodig hebt. Stel dat het vaccin je levenslang immuun maakt voor covid-19, dan zou een efficacy rate van 55 procent evenveel doden voorkomen als een vaccin dat na twee prikken 95 procent bereikt.

We moeten ons dus misschien meer zorgen maken over vertraagde leveringen en een traag vaccinatietempo dan over effectiviteitspercentages. Of zoals Paltiel prikkelend stelt: "Vaccins redden geen levens, vaccinatieprogramma's redden levens."

STER reclame