Het kantoor van de raad in Genève Reuters

China, Rusland en Cuba zijn gekozen in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de organisatie die wereldwijd toeziet op de naleving van mensenrechtenverdragen. Organisaties voor mensenrechten zijn bezorgd omdat deze drie landen een kwalijke reputatie hebben op het gebied van de mensenrechten.

Bij de stemming vandaag in New York waren vijftien plekken te vergeven in het orgaan, waarin 47 landen zijn vertegenwoordigd.

In de Aziatisch-Pacifische groep werden China, Pakistan, Oezbekistan en Nepal verkozen. Saudi-Arabië stond ook op de lijst, maar kreeg onvoldoende stemmen. Cuba kreeg wel genoeg stemmen, net als Mexico, Oekraïne, Ivoorkust, Malawi en Senegal.

'Schoon blazoen'

Mensenrechtenorganisaties waren fel tegen de benoeming van vooral China, Rusland en Cuba. Die zorgen zijn volgens diplomatiedeskundige Robert van de Roer terecht.

Deze landen hebben geen "schoon blazoen", stelt hij in het NOS Radio 1 Journaal. "Mensenrechtenorganisaties vergelijken het met vossen die je een kippenren laat bewaken."

Van de Roer geeft als voorbeeld de behandeling van de Oeigoeren in China. In de regio Xinjiang worden volgens schattingen een miljoen van hen vastgehouden in strafkampen.

Als je als land 97 andere landen achter je weet te krijgen, word je lid. "Dat systeem werkt gewoon zo", zegt Van de Roer. Daar zijn binnen de VN zorgen over, volgens hem.

Veel invloed

Landen die een zetel weten te bemachtigen, zouden veel invloed kunnen uitoefenen. Ze kunnen bijvoorbeeld onderzoeken tegenhouden, kritiek in de kiem te smoren of dreigen met het terugtrekken van fondsen, stelt Van de Roer.

Nederland zit al in de raad en is lid tot 2022. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kwamen erbij in de Europese groep. De Verenigde Staten trokken zich in 2018 terug uit de raad omdat de raad eenzijdig kritisch over Israël zou zijn.

Twee jaar geleden werd er veel kritiek geuit op onder meer de benoeming van de Filipijnen.

STER reclame