Een protest op het Binnenhof tegen het passend onderwijs in 2012 ANP

"Inclusie is een leuk streven, maar je zet kinderen toch apart omdat ze anders zijn." Aan het woord is Martine, moeder van een inmiddels 15-jarige zoon met een lichte vorm van Gilles de la Tourette. "Hij bewoog veel, maakte geluid in de klas, hij kreeg voortdurend op zijn kop. We hadden het ene na het andere gesprek op school. Hij werd in een hulpgroepje gezet, maar dat werkte averechts: 'Ik ben heel dom', zei hij."

Ouders en onderwijzers trekken al jaren aan de bel over de Wet passend onderwijs, waarvan het doel is dat kinderen met bijvoorbeeld gedragsproblemen zo veel mogelijk naar een gewone school gaan. Dat nu uit onderzoek van het ministerie van Onderwijs blijkt dat de wet niet zo goed uitpakt als de bedoeling was, is voor hen dan ook niets nieuws.

Leraren klagen dat ze kinderen met psychische en lichamelijke aandoeningen niet voldoende ondersteuning kunnen geven, er zijn te veel regels, ouders voelen zich buitenspel gezet en veel kinderen zitten thuis.

Dat is ook de ervaring van Tamara. Haar zoon kon vanaf groep 4 niet meekomen in zijn klas: "De juf gaf aan dat ze zoveel kinderen in de klas had, dat ze haar aandacht niet kon splitsen. Uiteindelijk werd mijn zoon ziek: hoofpijn, buikpijn, huilen. Na een zoveelste gesprek gaf de school aan geen passend onderwijs voor hem te kunnen bieden."

Zo werkt passend onderwijs:

Passend Onderwijs - Hoe werkt dat?

Ook op ons bericht op Facebook reageren honderden mensen: 'Het beleid is mislukt', 'De wet schaadt leerlingen', 'Het is alleen maar bedoeld als bezuinigingsmaatregel'.

Maar wat is de oplossing? Hoe moet het onderwijs dan wel omgaan met kinderen met een handicap, leer- of gedragsproblemen?

"We moeten goed nadenken wat we precies willen als we 'inclusief onderwijs' als nieuwe norm nemen. Ik ben daar zeker voorstander van, maar wat verstaan we daar precies onder?", zegt psycholoog en onderwijsdeskundige Bert Wienen. "De discussie moet niet alleen over prestaties gaan, maar ook over sociale normen, over de manier waarop kinderen les krijgen."

Steeds meer verwacht van kinderen

Hij ziet een verband tussen uitval en de manier waarop het onderwijs is georganiseerd: "De normen in het onderwijs gaan steeds verder omhoog. Er wordt steeds meer verwacht van kinderen, ze moeten zelfstandig zijn en optimaal presteren. Ook van leraren wordt meer verwacht. Zolang we op die hoge normen blijven zitten, zonder er echt in te investeren, gaat inclusief onderwijs er niet komen."

In plaats van kinderen die niet meekomen een label te geven, kun je ook het onderwijs zo aanpassen dat ze wel meekomen, zegt Wienen. "Kinderen die niet lang stil kunnen zitten, krijgen snel een stempel zoals bijvoorbeeld ADHD. Voorwaarde voor inclusief onderwijs is dat we van die reflex afstappen. Van een jong kind is het logisch dat hij niet een half uur stil blijft zitten op de stoel om te rekenen. Dat wordt steeds sneller een probleem naarmate de normen stijgen."

In plaats van dat we leraren en kinderen meer tijd, ruimte en kennis geven, krijgt het kind maar een stempel.

Bert Wienen, psycholoog en onderwijsdeskundige

"Je kunt zo'n kind ook laten spelen, andere dingen laten doen, meer tijd geven om te leren rekenen en blijven oefenen. Maar dat kan een leraar niet doen, omdat er nog meer kinderen in de klas zitten die allemaal langs dezelfde meetlat worden gelegd. Dus in plaats van dat we leraren en kinderen meer tijd, ruimte en kennis geven, krijgt het kind maar een stempel."

Persoonlijke aandacht

"Het was beter voor mijn zoon geweest als hij veel meer persoonlijke aandacht had gehad", zegt Martine. "De klas was te groot, er werd veel meer van hem gevraagd dan waar hij aan toe was. Hij had extra aandacht nodig, niet alleen door een extra lesje, maar juist ook aandacht voor zijn gevoelens."

Zowel Martine als Tamara denken dat het anders was gelopen als hun zoons in kleinere klassen hadden gezeten. Ook veel leerkrachten beamen dat de grootte van de klassen een deel van het probleem is, zo blijkt uit onderzoek van Duo Onderwijsonderzoek en Advies. Ze zouden graag kleinere klassen willen en meer klassenassistenten in het lokaal.

Leerlingen met problemen zouden extra ondersteuning moeten krijgen binnen het reguliere onderwijs, maar dat werkt niet, vinden veel betrokkenen. Een docent, ambtenaar en moeder leggen uit wat er volgens hen mis is:

Te weinig passend onderwijs door te veel mensen die meepraten en beslissen

"De wil om kinderen met een beperking in de klas te houden, is er absoluut", zegt onderwijsdeskundige Liesbeth van der Woud, destijds betrokken bij het onderzoek. "De wet op zich is een mooi streven. Het probleem is dat je 'm niet goed kunt uitvoeren omdat je als leerkracht te weinig tijd hebt. Als je de leerling die het nodig heeft extra aandacht geeft, gaat dat weer van de tijd voor andere leerlingen af. En leerkrachten hebben al zo veel taken."

Zowel Martine als Tamara besloten uiteindelijk hun zoons naar het speciaal onderwijs te sturen. "Er is heel veel aandacht voor wat deze kinderen niet kunnen. Maar ieder kind is anders, daar is veel te weinig aandacht voor. In het reguliere onderwijs wordt geprobeerd hun niveau omhoog te halen, maar dat creëert juist dat ze het negatieve benadrukken", zegt Martine.

"Je moet kijken naar wat deze kinderen wel kunnen, niet naar wat ze niet kunnen", vindt ook Tamara. Ze zag haar zoon opbloeien in het speciaal basisonderwijs. "Als je ziet dat een kind vastloopt in de klas, gun dat kind dan rust. Geen eindstreep, laat het kind op eigen niveau werken, dan komt het vanzelf wel."

STER reclame