Een wrakstuk van de cockpit, gefotografeerd door Oekraïense onderzoekers Facebookpagina Oekraïense president Zelenski

Minister Van Nieuwenhuizen gaat met allerlei partijen overleggen over het vliegen boven conflictgebieden. De Tweede Kamer is er ontevreden over dat er nog steeds veel verschillen zijn in de manier waarop landen en luchtvaartmaatschappijen omgaan met vluchten boven gevaarlijk gebied. Voor dat onderwerp was al veel belangstelling na de ramp met MH17 in 2014, maar het staat weer extra in de aandacht sinds eerder deze maand Iran boven zijn eigen grondgebied een Oekraïens vliegtuig neerschoot.

Tijdens het recente Amerikaans-Iraanse conflict vlogen sommige luchtvaartmaatschappijen wel en andere niet boven Iran. En de KLM vliegt nu bijvoorbeeld alweer boven Irak, terwijl Air France, dat deel uitmaakt van hetzelfde moederbedrijf, dat niet doet.

Publieke taak

Een deel van de Kamer vindt de veiligheid van het luchtruim zo belangrijk dat je beslissingen over wie waar vliegt niet moet overlaten aan commerciële partijen, zoals nu onder meer in Nederland het geval is. "Dat is een publieke taak", zeiden onder meer regeringspartij D66 en de oppositiepartijen SP, GroenLinks en PvdA. D66-Kamerlid Paternotte stelde voor dat soort beslissingen voortaan in handen te geven van EASA, het Europees agentschap voor de luchtvaart. Anderen zien meer in een bevoegdheid van andere internationale of nationale instanties.

Van Nieuwenhuizen erkende dat er verbeteringen nodig zijn, onder meer op het gebied van de informatievoorziening. Ze zei in de Kamer dat ze er open in staat en dat ze nu geen voorkeur wil uitspreken voor een bepaalde oplossing. Ze is er ook niet op voorhand van overtuigd dat de beslissing om vliegen boven een bepaald gebied te verbieden een overheidstaak is: ook in landen waar dat een bevoegdheid van de overheid is, worden verschillende keuzes gemaakt, benadrukte de minister.

Veiligheid staat voorop

De veiligheid staat voorop, zei Van Nieuwenhuizen: "Als je als passagier een vliegtuig instapt, moet je erop kunnen vertrouwen dat met de best mogelijke informatie een keus is gemaakt; en dat moet er niet van afhangen wie dat dan heeft gedaan." Omdat het ook gaat over welke informatie de veiligheidsdiensten met andere delen, wil ze eerst nog eens in het kabinet en met haar Europese collega's overleggen wat de voorkeur verdient.

Ze wil praten met de luchtvaartmaatschappijen zelf en ze gaat de Onderzoeksraad voor Veiligheid nog eens om advies vragen. Die heeft daar ook al eerder over gerapporteerd.

STER reclame