ANP

"Het is goed dat KLM voorlopig niet meer boven Iran en Irak vliegt", reageert luchtvaartdeskundige Joris Melkert op het besluit om die landen voorlopig te mijden. Hij vindt het verstandig dat luchtvaartmaatschappijen, als er ergens onrust is in de wereld, proactief nadenken over de veiligheid voor vliegtuigen boven dat gebied, maar het is in zijn ogen niet de ideale situatie.

"Je zou willen dat een land uit voorzorg het eigen luchtruim sluit als er een conflictsituatie is. Dat was het nette besluit geweest", zegt Melkert. Nu wordt die beslissing neergelegd bij individuele luchtvaartmaatschappijen. "Die krijgen zoiets als 'we voelen ons er toch niet helemaal senang bij' en gaan omvliegen."

Het is niet de eerste keer dat maatschappijen uit eigen beweging omvliegen. "We hebben vorig jaar gezien, toen er wat onmin was tussen Pakistan en India, toen is dat gebied gemeden." Ook boven de Straat van Hormuz, een zeestraat bij Iran, gebeurde dat en over Syrië wordt al jaren helemaal niet gevlogen.

Voorzichtiger

Volgens Melkert zijn luchtvaartmaatschappijen voorzichtiger geworden na het neerhalen van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne, in de zomer van 2014. "Na die ramp is de Onderzoeksraad voor Veiligheid zeer kritisch geweest op hoe luchtvaartmaatschappijen omgaan met vliegen over conflictgebieden. Daarop is afgesproken dat veiligheidsdiensten informatie gaan delen met de luchtvaartmaatschappijen zodat zij betere risicoanalyses kunnen maken."

Willem Schmid, voorzitter van de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) noemt het besluit van KLM "een veilig besluit". "Sinds na de ramp met de MH17 een convenant werd opgesteld over het delen van dreigingsinformatie voor de burgerluchtvaart, wordt meer gestuurd op het delen en zo snel mogelijk analyseren van informatie. Daarna wordt daar zo snel mogelijk naar gehandeld. Als dat aanleiding geeft tot omvliegen, dan moet dat gebeuren."

Vanuit vliegersperspectief kan er nooit actief genoeg gereageerd worden.

Willem Schmid, VNV

Na de raketaanval van Iran is dat ook gebeurd. "Er is snel overleg geweest en er heeft een evaluatie plaatsgevonden en dat leidde tot dit besluit. Daar zijn we als vliegers blij mee. Vanuit vliegersperspectief kan er nooit actief genoeg gereageerd worden."

De evaluaties vanuit het convenant werken volgens Schmid goed, maar hij ziet ook ruimte voor verbetering. "Er kan nog actiever worden gezocht naar informatie over dreigende situaties en daar zou bij de overheid meer mankracht voor vrijgemaakt kunnen worden. Dat betekent niet dat het nu onvoldoende is, maar het kan van goed naar nog beter."

Ajax naar Qatar

Zo besloot de Britse chartermaatschappij 2Excel bijvoorbeeld zaterdag, een dag na de aanslag op de Iraanse generaal Soleimani in Irak, om het elftal van Ajax niet over Iran en Irak te laten vliegen naar Qatar. Het toestel waarmee Ajax vloog, maakte een tussenlanding op Cyprus in plaats van in het Turkse Ankara.

Schmid weet niet waarom deze maatschappij daar toen al toe besloot, terwijl andere dat doen nog niet deden. "Dat hangt af van de informatie waarop dat besluit gebaseerd is. Ik kan niet spreken voor andere maatschappijen die wij niet vertegenwoordigen."

Ook andere luchtvaartmaatschappijen mijden het luchtruim boven Iran en Irak. Zoals deze vlucht van British Airways, die op het laatste moment afweek van de geplande route door Irak toen de piloten informatie kregen dat Iran raketten had afgevuurd op doelen in Irak.

Omvliegen kost luchtvaartmaatschappijen geld. Meer kilometers betekent meer kerosine en op langere afstanden komen er soms extra kosten bij voor de bemanning. "Ook al kost het geld, winstgevendheid moet nooit de veiligheid in gedrang brengen", zegt Schmid. "Het is misschien vervelend, maar dat is de consequentie."

De Nederlandse luchtvaartmaatschappijen houden zich daar volgens hem goed aan. "En als ze dat niet zouden doen, dan krijgen ze het aan de stok met de VNV."

STER reclame