NOS Nieuws Binnenland

Rotte appels in de zorg: checks voor nieuwe aanbieders nog niet in orde

Hollandse Hoogte | Joyce van Belkom

Eerst veroordeeld zijn voor oplichting of poging tot doodslag, dan als bestuurder verantwoordelijk worden voor de besteding van zorggeld. Dat klinkt misschien vreemd, maar is allerminst ongewoon. Dat blijkt uit onderzoek van het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ). De organisatie keek naar de voorgeschiedenis van 53 zorgbestuurders die betrokken waren bij fraudezaken. Dertig van hen bleken al een strafblad te hebben. Hoe kunnen zulke rotte appels toch op zo'n plek komen?

Vooropgesteld: zeker niet alle zorgaanbieders zijn fout. Het IKZ keek in dit onderzoek naar bekende fraudegevallen en dook vervolgens in de geschiedenis van betrokken bestuurders. Als het aan het IKZ-directeur Annemiek van der Laan ligt, komt er op korte termijn extra onderzoek onder een grotere groep. "Dan kunnen we ook kijken naar de voorgeschiedenis van zorgbestuurders die niet worden verdacht van fraude".

Opvallend in het kleinschalige onderzoek is volgens Van der Laan wel dat de frauduleuze zorgaanbieders vaak actief zijn bij instellingen voor beschermd en begeleid wonen. "Dat kan een indicatie zijn dat het daar gemakkelijker is om zorggeld voor andere doeleinden te gebruiken", zegt ze. Volgens haar moet ook daar meer onderzoek naar gedaan worden. "Hoe ziet die fraude eruit en wat is de impact op de patiënten? En vooral: hoe kun je het voorkomen?"

Geen check aan de voorkant

Over dat laatste wordt al jaren gesproken. Want dat de zorg relatief gevoelig is voor fraude, is niet nieuw. Voor het starten van een zorgbedrijf heb je alleen een inschrijving bij de Kamer van Koophandel nodig. Een grondige check, in de vorm van bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent het Gedrag of diploma's, is er niet. Bovendien zijn nieuwe zorgaanbieders bijna nooit op de hoogte van de kwaliteitseisen waaraan ze moeten voldoen, bleek vorig jaar uit onderzoek van de inspectie.

Pogingen om meer zicht te krijgen in de manier van opereren door nieuwe zorgaanbieders hebben nog weinig opgeleverd. Het Openbaar Ministerie noemt de aanpak van fraude met zorggeld al jaren een prioriteit. Probleem is dat er zich nieuwe fraudegevallen blijven voordoen zo lang er geen check aan de voorkant is.

Toenmalig minister Schippers van Volksgezondheid diende in 2017 een wetsvoorstel in om nieuwe zorgaanbieders vooraf te toetsen. Die wet ligt nog in de Tweede Kamer. Een andere wet, de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg, is nog niet in behandeling genomen, terwijl de periode waarin burgers en instellingen hun mening konden geven vandaag precies een jaar geleden afliep. En een door Zorgverzekeraars Nederland en de Vereniging Nederlandse Gemeenten geïnitieerd waarschuwingsregister laat op zich wachten, omdat de juridische basis daarvoor is vastgelegd in een van de wetsvoorstellen.

'Hoge toetredingsdrempel'

Ook Van der Laan erkent dat het moeizaam gaat. Ze wijt dat mede aan de discussie rond privacy en het delen van informatie. "Een hele complexe discussie", zegt ze daarover. Zo is onder meer artsenfederatie KNMG bang dat zorgaanbieders onterecht of te snel als fraudeurs worden bestempeld. Ook zijn er zorgen over het medisch beroepsgeheim. Zorgverzekeraars Nederland wil juist "een hoge toetredingsdrempel en hardere afwijzingsgronden in een zo vroeg mogelijk stadium", zegt een woordvoerder.

Minister De Jonge, die het in 2017 overnam van Schippers, zei in april nog dat het uitwisselen van informatie een belemmering is bij de opsporing van fraude. Volgens hem wordt de wet die dat moet verbeteren begin volgend jaar aan de Kamer voorgelegd.

Aan urgentie ligt het niet, verzekert Van der Laan. Volgens haar zijn alle bij het IKZ betrokken instanties (onder meer inspecties, verzekeraars, gemeenten en Openbaar Ministerie) erop gebrand de fraude aan te pakken, het liefst aan de voorkant. Zelf wil ze op korte termijn beginnen met het vervolgonderzoek. "Dat zou nog dit jaar kunnen."

STER reclame