Snel internet via satellieten: een 'space race' met twijfels en zorgen

tijd van publicatie
NOS / Thijs Geritz
Geschreven door
Nando Kasteleijn
redacteur Tech

Er zijn duizenden satellieten voor nodig, het is duur en over de haalbaarheid is twijfel. Toch storten steeds meer techbedrijven zich op het bouwen van internetsatellieten, die als een zwerm bijen theoretisch 95 procent van de wereld moeten voorzien van snel internet. Het is met name bedoeld voor gebieden waar dit er nu niet is.

Vorige week lanceerde SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk, het eerste deel van zijn eigen netwerk Starlink. Het gaat om zestig satellieten, een eerste kleine stap naar het uiteindelijke doel van 12.000. Ze kregen dit weekend meteen aandacht, omdat ze boven Nederland als een reeks treinwagonnetjes te zien waren.

Zo'n enorm netwerk gaat naar verwachting miljarden kosten. Maar tegelijkertijd moet het SpaceX ook een hoop gaan opleveren. Het bedrijf mikt op een omzet van 30 miljard dollar in 2025, door middel van de verkoop van abonnementen aan mensen die nu geen toegang hebben tot snel en goedkoper internet.

De interesse in de markt van snelle internet-satellieten groeit snel. Satellietbedrijf OneWeb lanceerde in februari de eerste zes satellieten van een constellatie die uiteindelijk moet gaan bestaan uit 640 stuks. En daarmee zijn we er nog niet. Amazon is ook van plan een eigen netwerk op te zetten van meer dan 3000 satellieten. En een andere bekende naam uit de techwereld, Facebook, heeft ook ambities. Het bedrijf probeerde eerder via drones internet naar afgelegen gebieden te brengen, maar dat project mislukte.

Toen begin april duidelijk werd dat Amazon een netwerk van duizenden satellieten wil lanceren, kon Elon Musk het niet laten een sneer uit te delen. Op Twitter noemde hij Amazon-eigenaar Jeff Bezos een copycat.

Al deze bedrijven zetten in op internetsatellieten, omdat ze het zien als de nieuwe space race. In landen als Nederland wordt veel geld geïnvesteerd in de aanleg van glasvezel, waar vervolgens mensen via hun thuisnetwerk gebruik van kunnen maken. Daarnaast wordt het belangrijk bij de uitrol van 5G.

Er zijn ook veel gebieden waar het commercieel niet interessant is om glasvezel aan te leggen. De kosten wegen niet op tegen de opbrengsten. Denk aan het Amerikaanse platteland, gebieden in Afrika of ergens midden op zee. Daar zouden internetsatellieten van de techbedrijven een interessant alternatief kunnen zijn.

Maar bij de ambities zijn vraagtekens te plaatsen. "Ik lees al jaren over dit soort ideeën. Er zijn twee grote obstakels: dit proces gaat heel lang duren en het kost heel veel geld", zegt Rob van den Berg, directeur van Space Expo. "Ik heb mijn twijfels over de haalbaarheid", zegt Bart Root, onderzoeker ruimtevaarttechnologie aan de TU Delft. "Midden op zee of in de woestijn kan het handig zijn. Maar de vraag is: moet dat met zo'n duur systeem?"

Op 30.000 kilometer hoogte

Al sinds eind jaren 90 zijn satellietbedrijven bezig met het aanbieden van internet via de ruimte. Het verschil tussen de bestaande satellieten en de constellaties waar door onder meer SpaceX en Amazon aan wordt gewerkt, is dat die eerste op veel grote hoogte hangen: zo'n 36.000 kilometer van de aarde. Het voordeel is dat daardoor één satelliet heel de VS van internet kan voorzien. De snelheid ligt wel lager - tussen de 1 en pakweg 25 Megabit per seconde (download) - en het is duur.

Dus door de satellieten dichter bij de aarde te laten rondcirkelen - tussen 500 en 1200 kilometer - kun je een hogere snelheid aanbieden met minder vertraging (wat fijn is voor bijvoorbeeld gamers). Maar is het oppervlak dat één satelliet kan bedienen beperkt, waardoor er dus honderden of zelfs duizenden satellieten nodig zijn om wereldwijde dekking te garanderen.

Het werkt als volgt, vertelt hoogleraar Bart Smolders van de TU Eindhoven. "Vanaf de aarde wordt het internet naar de satellieten gestuurd. Die sturen het signaal vervolgens door naar grondstations op strategische plekken, die het signaal vervolgens omzetten in 4G, 5G of Wifi. Het is dus niet zo dat je rechtstreeks vanaf je mobiel een verbinding met de satellieten hebt." Dit zou in theorie snelheden van 1 Gigabit per seconde kunnen opleveren.

De hoogleraar tempert de verwachtingen over die snelheid. "Die hoge snelheid geldt onder ideale omstandigheden. Ik denk dat je moet rekenen op datasnelheden tot 100 Megabit per seconde, die moet worden verdeeld onder gebruikers in een gebied met een diameter van maximaal een paar honderd meter."

Deze vorm van internet is daarmee vooral interessant voor specifieke plekken, zegt de hoogleraar. Denk aan cruiseschepen op zee, of afgelegen gebieden die anders zonder zitten. "Je hebt wereldwijd best wat interessante business cases." De internet-satellieten zijn niet interessant voor de Nederlandse markt.

Botsingen in de ruimte

Op aarde brengt het mensen dus sneller internet, maar in de ruimte kan het voor grote problemen zorgen, waarschuwen deskundigen. Er zweven momenteel zo'n 5000 satellieten in verschillende banen rond de aarde, waarvan er 1950 nog actief zijn. De vrees is dat als er duizenden satellieten bijkomen, dit kan gaan leiden tot botsingen.

"Critici vragen zich af of je voor zo'n netwerk wel zoveel satellieten nodig hebt", zegt Root van de TU Delft. "Want die blijven 25 tot 30 jaar hangen. Gaat dat al die tijd goed? Het is belangrijk dat daar duidelijke regels over komen."

Er kan een lawine aan botsingen ontstaan.

Rob van den Berg, directeur Space Expo

"Het gebied waar de duizenden satellieten van techbedrijven komen, is al heel erg vol", voegt Van de Berg van Space Expo daaraan toe. "Daarnaast stoppen de satellieten een keer met functioneren. Er kan een lawine aan botsingen ontstaan."

Tien jaar geleden ging het al eens mis. Op 10 februari 2009 botste een Amerikaanse satelliet op een Russische.

Techsite The Verge maakte twee jaar geleden een uitlegvideo over ruimte-afval:

Zo'n botsing leidt tot ruimte-afval, maar dat is niet alles. Er zweeft ook ongelooflijk veel in de ruimte wat niet meer wordt gebruikt. Dit probleem heeft in de wetenschap een naam gekregen: het Kessler Syndroom, vernoemd naar NASA-wetenschapper Donald J. Kessler die hier al in 1978 voor waarschuwde. Volgens de ESA worden er momenteel ruim 22.000 stukken ruimte-afval gevolgd.

STER Reclame