Reuters

Het internet is niet meer heilig, ook westerse overheden willen verandering

time icon
Geschreven door
Joost Schellevis en Nando Kasteleijn

In een week tijd worden op drie fronten de teugels van het internet aangetrokken. De binnenlandcommissie van het Europees Parlement stemt over strengere regels voor extremistische inhoud, Groot-Brittannië wil gewelddadige content verbannen en afgelopen donderdag introduceerde Australië vergelijkbare wetgeving.

Ooit typeerde de toenmalig president Bill Clinton van de Verenigde Staten de pogingen van China om het internet te reguleren nog als 'drilpudding aan de muur spijkeren'. Twintig jaar later blijkt het China niet alleen gelukt om die drilpudding stevig aan de muur te bevestigen, andere landen kijken nu óók hoe ze de scherpe randjes van het internet kunnen halen, hoewel ze daarbij niet zo ver gaan als China.

De voorgestelde Europese wetgeving verplicht internetbedrijven om terroristische content binnen een uur te verwijderen. Doen ze dat niet, dan krijgen de bedrijven hoge boetes. Vandaag werd die wetgeving behandeld in een commissie van het Europarlement.

De kans is groot dat de wetgeving er uiteindelijk doorheen komt, denkt EU-correspondent Thomas Spekschoor. "Al is er nog wat twijfel over de termijn van maximaal één uur waarbinnen content verwijderd moet zijn, dat zou nog wat kunnen worden afgezwakt."

"Ik denk dat het wel nodig is", zegt terrorisme-expert Jelle van Buuren. "Tot nu toe is het beeld dat platforms niet alles op alles zetten. Ik denk dat Christchurch een kantelpunt is geweest, zo'n situatie wordt dan aangegrepen door overheden om iets te doen."

Europese oplossingen

Terwijl de Europese Unie werkt aan wetgeving tegen extremistische propaganda, nemen lidstaten het heft in eigen handen. Zo trad begin vorig jaar een Duitse wet in werking die Facebook verplicht om 'duidelijk wetsovertredende' inhoud binnen 24 uur te verwijderen.

Intussen wil het Verenigd Koninkrijk dat er strengere regels komen voor internetbedrijven als Facebook, Twitter en Google. Als ze er niet in slagen om 'schadelijke inhoud' te verwijderen, wachten boetes. Zelfregulering werkt niet, menen de Britten.

En in Australië is al wetgeving ingevoerd die techbedrijven hoge boetes laat betalen als ze gewelddadige content niet binnen een uur verwijderen. Die boetes kunnen hoog zijn: 10 procent van de omzet. Bovendien kunnen in uitzonderlijke gevallen zelfs leidinggevenden worden aangeklaagd.

Na de aanslag in Nieuw-Zeeland kwam veel kritiek op Facebook, omdat de aanslagpleger zijn daden livestreamde op die website. Facebook verweert zich door te stellen dat het de stream binnen een uur verwijderde. Ook veel kopieën van de stream die door gebruikers werden geüpload, werden snel verwijderd.

Maar niet alle websites waren even snel met het verwijderen van de stream: onder meer op de libertarische website 8Chan was de stream nog lange tijd eenvoudig terug te vinden. Met wetgeving moeten dat soort websites ook tot actie worden gedwongen.

Voor de zekerheid

Dat roept ook een hoop vragen op. Wat zijn straks de verwachtingen van de overheid? En zijn die haalbaar? "We moeten absoluut niet denken dat deze regels de problemen gaan oplossen", stelt Van Buuren. Ook waarschuwt hij dat dergelijk regelgeving kan doorslaan. "De angst om fouten te maken wordt hiermee alleen maar groter. Je krijgt een situatie waarin techbedrijven voor de zekerheid dingen verwijderen."

Justine Pardoen, van Bureau Jeugd en Media, denkt dat nieuwe regelgeving goed is, omdat het de druk op platforms verhoogt. "Kinderen zien werkelijk alles, van ernstig geweld tot kinderporno of porno met dieren. Ze krijgen vaak op jonge leeftijd al een telefoon en daar wordt dan het nodige doorgestuurd." Als er in het openbaar minder te vinden is, kan er ook minder worden doorgestuurd in chatapps, zegt zij.

Een aanslag wordt niet verhinderd als je de stream verwijdert.

Bits of Freedom

Rejo Zenger van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom is kritischer. "Ik snap wel dat overheden zich hier zorgen om maken, maar dit soort oplossingen zijn fragmentarisch en lossen het overkoepelende probleem niet op."

Volgens Bits of Freedom is het echte probleem namelijk dat er maar een paar platforms zijn - YouTube, Twitter en Facebook - die samen het publieke debat beheersen. "Daarbij is het probleem dat als iets eenmaal viral gaat, het heel moeilijk kan zijn om nog een tegengeluid te vinden."

Daarbij pak je met het 'verstoppen' van informatie het probleem niet aan, stelt Zenger. "Het is niet zo dat een aanslag als in Nieuw-Zeeland niet gebeurt als de stream wordt verwijderd."

Blokkades en censuur

In andere delen van de wereld is er al langer sprake van strenge regelgeving. Sociale media die in China actief zijn hebben bijvoorbeeld zwarte lijsten met woorden die moeten worden gefilterd. Ook is er in 2016 een wet aangenomen die het mogelijk maakt om bedrijven te straffen die zonder toestemming informatie online laten circuleren. Amerikaanse platforms spelen er eigenlijk geen rol van betekenis.

In Iran zijn Twitter, Telegram en Instagram belangrijker. Begin dit jaar werd aangekondigd dat die laatste, in navolging van de andere platforms, zal worden geblokkeerd. Volgens de overheid in verband met de nationale veiligheid. Daarnaast kent het een internetpolitie, die op deur komt kloppen als iemand het in de ogen van de overheid wel heel erg bont maakt. De staat probeert daarnaast sommige posts te verwijderen, al lukt dat niet altijd.

In Rusland is er al tijden een kat-en-muisspel gaande tussen Telegram en de overheid, dat de chatdienst wil blokkeren zolang het bedrijf geen encyptiesleutels wil afgeven. Inmiddels dreigt de overheid VPN-diensten, waarmee gebruikers de blokkade kunnen omzeilen, te blokkeren.

De Nederlandse tak van Facebook wilde vandaag niet reageren op vragen van de NOS, maar eind maart liet Facebook-baas Mark Zuckerberg al even doorschemeren hoe hij dacht over wetgeving om ongewenste content aan te pakken. Hij riep overheden namelijk op om met wetgeving te komen.

"Ik ben tot het standpunt gekomen dat we niet zoveel belangrijke keuzes over vrijheid van meningsuiting alleen moeten maken", schreef Zuckerberg in The Washington Post.

In een reactie op de nieuwe, Britse wetgeving laat Google weten "niet te hebben gewacht tot er regelgeving kwam". In de tussentijd zegt het bedrijf zelf al veel te hebben gedaan om ongewenste inhoud te verwijderen.

STER Reclame