De diamant van Banjarmasin is oorlogsbuit uit 19e eeuw en ligt in het Rijksmuseum Rijksmuseum
NOS Nieuws Binnenland

Grote stap voor teruggave koloniale roofkunst? 'Eerst zien, dan geloven'

Als voormalige koloniën een claim indienen, dan mag roofkunst terug naar het land van herkomst. Met dat uitgangspunt heeft het Nationaal Museum van Wereldculturen vandaag een internationale lijst met voorwaarden gepubliceerd om gestolen erfgoed terug bij de rechtmatige eigenaar te krijgen. Volgens critici is het nog maar de vraag of deze spelregels ook resultaat zullen hebben.

Want de afgelopen jaren is de lijst van teruggekeerde roofkunst kort. In veertien jaar tijd zijn er welgeteld twee kunstwerken uit Nederlandse musea 'teruggegeven', laat het ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op verzoek van de NOS weten.

Ter vergelijking: de helft van zo'n 375.000 kunstobjecten uit de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen is verbonden met het koloniale verleden. Het NMVW is een fusie van het Tropenmuseum, Afrika Museum en Museum Volkenkunde. Hoeveel van deze objecten als roofkunst kunnen worden bestempeld, is nog onduidelijk.

Het NMVW gaat zelf verdachte onderdelen van hun collectie onderzoeken:

'Het is belangrijk om te kijken naar objecten waarvan je iets vermoedt'

Met de gepubliceerde lijst van voorwaarden voor teruggaveclaims hoopt het museum het voortouw te nemen. Een goed initiatief, maar met de nodige beperkingen, vindt onderzoeker van koloniale collecties Jos van Beurden (verbonden aan de Vrije Universiteit).

"Hier lijkt het een sprong voorwaarts, maar in Afrika en Azië zegt men: eerst zien dan geloven. Het zijn richtlijnen, geen harde wetten en zo gaan musea er dus ook mee om."

De bewijslast voor deze criteria is volgens de directeur van NMVW "laag". Maar volgens Van Beurden begint het probleem al bij het indienen van claims. "Wij weten niet eens wat jullie in huis hebben, zei de Rwandese directeur-generaal van cultuur laatst tegen me. Hoe kunnen we dan een claim indienen?"

Nazi-roofkunst

Van Beurden maakt een vergelijking met nazi-roofkunst. Volgens hem hebben Europese musea daar veel actiever achteraan gezeten. "Toen hebben alle musea in hun archief gekeken naar kunst met een luchtje en daarna de eigenaar opgespoord. Nu hebben we een raamwerk waarmee landen een claim kunnen indienen. Dat is een enorm verschil, terwijl het zijn allebei voorbeelden zijn van historisch onrecht."

De onderzoeker benadrukt dat niet alle musea met koloniale roofkunst meedoen aan het initiatief van het NMVW. Zo ook het Rijksmuseum. Dat museum zegt dat er gesprekken zijn met NMVW en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) om samen de gemeenschappelijke collectie uit te pluizen.

Het zou naïef zijn om te denken dat je het gewoon over de schutting kunt gooien: hier heb je het terug.

Martine Gosselink, hoofd afdeling geschiedenis Rijksmuseum

Sinds 2017 doet het Rijksmuseum onderzoek naar tien kunstobjecten uit de koloniale collectie. Bijvoorbeeld naar de diamant van Banjarmasin. Deze edelsteen was van sultan Panembahan Adam van Banjarmasin (Zuid-Borneo). Toen Nederland het sultanaat veroverde in 1859 werd de steen staatsbezit.

Maar volgens Martine Gosselink, hoofd van de afdeling geschiedenis, is het niet zo simpel om zo'n kunstwerk zomaar terug te sturen. "Geef je het aan de nazaten van de sultan, aan het eiland Borneo of aan het nationaal kunstmuseum in Jakarta? Het zou naïef zijn om te denken dat je het gewoon over de schutting kunt gooien: hier heb je het terug."

En dan is dit een geval waarin duidelijk is wie de oorspronkelijke eigenaar was en hoe het in Nederland terecht is gekomen. Volgens Gosselink is het belangrijk om zorgvuldig uit te zoeken hoe de vork precies in de steel zit, en dat kost tijd.

Van Beurden denkt dat de bedoelingen van het Rijksmuseum en de andere musea goed zijn, maar dat het de voormalige koloniën in de praktijk nog niets oplevert. "Als je veel kunst bent kwijtgeraakt dan heb je er alleen wat aan als je ook wat terugkrijgt. De rest is praten."

STER reclame