De haken en ogen van de Nederlandse hulp aan het getroffen Sint-Maarten

Reuters
Geschreven door
Tomas Riemens
redacteur Online

"We laten Sint-Maarten niet in de steek", zei premier Mark Rutte op een persconferentie over de hulpverlening aan het eiland. Daar heerst chaos sinds orkaan Irma er een spoor van vernieling heeft achtergelaten. Nederland biedt hulp, maar dat is niet eenvoudig.

Sint-Maarten bestaat uit een Nederlands gedeelte en een Frans gedeelte, dat Saint-Martin heet. Beide gebieden zijn zwaar getroffen door Irma. De materiële schade is groot en inwoners zitten er verlegen om eten, water en medicijnen.

Om de eilandbewoners goed te kunnen helpen, werkt Nederland nauw samen met Frankrijk en het lokale bestuur. Alleen verloopt het contact met het Nederlandse deel van het eiland zeer moeizaam. De telefoon- en internetverbindingen zijn er nog niet hersteld.

Een van de weinige communicatiemiddelen die wél werken, zijn satelliettelefoons van de Nederlandse krijgsmacht.

Veel van hen weten waarschijnlijk niet eens dat er nog een tweede orkaan, José, op komst is.

Dick Drayer

Via zo'n telefoon sprak minister Plasterk gistermiddag kort met de premier van het eiland, William Marlin. "Maar het dak ligt van zijn kantoor en hij heeft geen contact met anderen", zei de minister. Plasterk herhaalde het vanochtend: het openbaar bestuur op Sint-Maarten is niet functioneel.

Premier Marlin sprak wel op de radio de bevolking toe en verscheen ook voor de camera van het Nederlandse ministerie van Defensie. In een interview zegt hij dat Sint-Maarten zeker een miljard dollar nodig heeft om er weer bovenop te komen.

Hij zegt verder dat de communicatieproblemen voorlopig nog niet voorbij zijn. Pas als de tweede orkaan, José, is gepasseerd, zal het herstel van de telefoonmasten en antennes beginnen.

Premier Sint-Maarten: 'We hebben zeker een miljard nodig'

De afgelopen dagen heeft het lokale bestuur de bevolking op het eiland nauwelijks kunnen inlichten. "Communicatie op het eiland is praktisch onmogelijk", zegt Marlin. "Als ik mijn ministers bij elkaar wil roepen, moet ik hen persoonlijk ophalen."

Door de gebrekkige communicatie hebben de eilandbewoners weinig informatie en weten ze vaak niet wat hen te wachten staat. "Veel van hen weten waarschijnlijk niet eens dat er nog een orkaan op komst is", zegt correspondent Dick Drayer.

Schade op het eiland

Ook is er nauwelijks contact met het Franse deel van het eiland. Bewoners van Sint-Maarten zeggen dat ze niet op het noordelijke deel van het eiland kunnen komen. Op Saint-Martin is het mobiele netwerk deels hersteld en komt er dus meer nieuws naar buiten. Het vliegveld en de haven van Saint-Martin waren ook minder beschadigd dan die van Sint-Maarten.

Op het vliegveld kon gisteren al worden geland, zei de Franse minister van Binnenlandse Zaken Collomb. Maar dat geldt vanwege de grootte van het vliegveld alleen voor helikopters en kleine vliegtuigen. Daarmee kan het volledige eiland niet worden bevoorraad.

Sint Maarten

Frankrijk en Nederland werken samen om het grote vliegveld van Sint-Maarten snel te herstellen zodat er grote toestellen kunnen landen, zegt correspondent Peter Vermaas. Tot dusver zijn op de vernielde luchthaven alleen enkele militaire vliegtuigen geland. "De Fransen hebben daar ook belang bij, want dan kunnen ook zij meer eten, water en medicijnen naar de inwoners van Saint-Martin brengen."

Momenteel leveren de Fransen de hulpgoederen vooral via Guadeloupe, dat tot hetzelfde overzeese gebied wordt gerekend als Saint-Martin. De Franse luchtbrug is korter dan de Nederlandse, want Guadeloupe ligt een stuk dichterbij dan Curaçao, de uitvalsbasis voor de Nederlandse hulpdiensten.

Nederland en Frankrijk

De operaties worden aangestuurd vanuit Parijs en Den Haag. Het contact met Frankrijk is goed, zei premier Rutte vanochtend. Zo schuift de Nederlandse ambassadeur aan voor crisisoverleg in Parijs en andersom gebeurt hetzelfde in Den Haag. Ook is er voordat orkaan Irma aan land kwam contact geweest tussen beide ministeries van Defensie.

Daarnaast belt Rutte vanmiddag met de Franse president Macron over de situatie op het eiland. "En wat opviel is dat Macron op zijn beurt bij zijn allereerste persconferentie over Saint-Martin, woensdag, ook meteen sprak over de Nederlanders", zegt Vermaas. De president leek daarmee te willen aangeven dat beide landen elkaar moeten helpen.

Macron bij zijn eerste toespraak nadat de orkaan Irma Saint-Martin had getroffen, met rechts Collomb AFP

Maar waar de samenwerking met de Fransen dus goed verloopt, lijkt dat moeizamer te gaan met het lokale bestuur van Sint-Maarten. Opvallend was bijvoorbeeld dat bij het beraad met de betrokken ministers in Den Haag geen vertegenwoordiger van Sint-Maarten aanwezig was.

Na vragen daarover op de persconferentie, zei Rutte dat het crisisoverleg een Nederlandse aangelegenheid was. Het ging volgens hem om een actie vanuit Nederland en niet vanuit het Koninkrijk der Nederlanden, waar de Bovenwindse Eilanden Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius ook deel van uitmaken.

Nederland en Sint-Maarten

Rutte zei dat bij het overleg goed gelet wordt op de staatkundige verhoudingen. Die liggen nogal ingewikkeld. Sinds 2010 is Sint-Maarten namelijk een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat de Nederlandse staat alleen de buitenlandse betrekkingen en defensie regelt.

Het eiland is zelf verantwoordelijk voor het bestuur, onderwijs en het handhaven van de openbare orde. In Saint-Martin is dat anders geregeld. Het Franse deel van het eiland geldt als gemeente, zegt Vermaas, en heeft Franse bestuurders en politie-agenten. "Daar zijn de lijntjes dus misschien wat korter."

Voordat Sint-Maarten een autonoom land werd, was het een deel van de Nederlandse Antillen. In 2006 kreeg het eiland, net als Curaçao, een aparte status binnen de eilandengroep. In 2010 werd een akkoord gesloten met Nederland en veranderde Sint-Maarten in een land met eigen regering. Saba en Sint-Eustatius kregen de status 'bijzondere gemeente' en bleven onder Nederlands bestuur.

Het contact mag tussen Nederland en Sint-Maarten dan moeizamer verlopen, de landen zijn grondwettelijk verplicht elkaar te helpen in dit soort situaties.

Dat het Nederlandse kabinet heeft besloten de touwtjes zelf in handen te nemen, komt onder meer door een gebrek aan vertrouwen in het lokale bestuur van Sint-Maarten, zegt professor Gert Oostindie. Hij is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. "Den Haag heeft al jaren sterke twijfels over de efficiëntie en integriteit van het bestuur daar."

Misschien dat de samenwerking bij deze ramp leidt tot een betere relatie.

Gert Oostindie, hoogleraar

Nederland zou in ieder geval niet snel 100 miljoen euro overmaken en Sint-Maarten dat zelf laten besteden, zegt Oostindie. "De overheid wil het eiland best ondersteunen, maar dan wel zelf de regie houden. Maar misschien dat de samenwerking bij deze ramp juist leidt tot een betere relatie."

Op dit moment staat Nederland in ieder geval de zwaar getroffen bevolking van Sint-Maarten bij. Minister Plasterk en koning Willem-Alexander reizen zondag naar Curaçao en kijken daar of ze een bezoek kunnen brengen aan Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius. Zoals premier Rutte het gisteren verwoordde: "Nederland staat klaar om te helpen waar mogelijk."