De advocaten van de NAM in de rechtszaal in Assen ANP

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) beraadt zich op vervolgstappen na het voor de NAM ongunstige vonnis van de rechtbank in Assen. Direct na de uitspraak liet NAM-directeur Martijn Verwoerd zich voorzichtig uit in de rechtszaal. Hij erkende dat de NAM in het ongelijk gesteld is en kondigde aan dat hij de overwegingen van de rechtbank grondig met zijn juridische adviseurs zal bestuderen. Op de vraag of de NAM in beroep gaat, ging Verwoerd niet in. 

Verwoerd zei dat de NAM beseft dat huizen in Groningen door de aardbevingen aan waarde verliezen. Daarvoor is al een waarderegeling in het leven geroepen om verkopers te compenseren als ze hun huis voor een lagere prijs moeten verkopen, zei Verwoerd. 

Hij wees er ook op dat de NAM op verschillende manieren in Groningen investeert om het gebied weer perspectief te geven.

Compensatie

De NAM heeft nu opdracht gekregen van de rechter om huiseigenaren nog vóór de verkoop van hun huis te compenseren voor de waardedaling. Om die daling precies te kunnen vaststellen, zijn afzonderlijke procedures nodig, bepaalde de rechtbank. De NAM schat in dat die compensatie kan oplopen tot een totaalbedrag van 2 tot 5 miljard euro.

Het standpunt van de NAM is dat pas over compensatie kan worden gesproken als het huis verkocht is.

NAM moet nu al betalen: de reacties

Opgetogen

Zo voorzichtig als de NAM-directeur reageerde, zo opgetogen was advocaat Pieter Huitema van de eisende stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (WAG).  "Dat een rechter zonder blikken of blozen tot deze uitspraak komt, is super", zei Huitema. 

Huitema erkende dat de NAM natuurlijk het recht heeft om in beroep te gaan, maar hij zei dat die er beter aan doet om met de gedupeerden nu afspraken te maken over de manier waarop ze gecompenseerd worden. 

Minister Kamp van Economische Zaken gaat de uitspraak bestuderen. "Het is in eerste plaats aan de NAM om zich te beraden op eventuele vervolgstappen", zegt hij in een schriftelijke verklaring. 

STER reclame