Nabestaanden van in Mali omgekomen militairen: 'We komen niet aan verwerken toe'

De nabestaanden van Henry Hoving en Kevin Roggeveld, de twee militairen die in 2016 omkwamen bij een ongeluk met een oefengranaat in Mali, eisen dat Defensie daarvoor vervolgd wordt. Woensdag bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar buiten dat Defensie, de Koninklijke Marechaussee en het OM bij het onderzoek naar dat ongeluk documenten achterhielden. Eén van die documenten bevestigt dat Defensie de granaten niet goed bewaarde, en dus verantwoordelijk is voor het ongeluk.

Opvallend is dat de Onderzoeksraad dat vijf jaar eerder ook al concludeerde. Maar na nóg een onderzoek, van de Koninklijke Marechaussee in opdracht van het OM, werd besloten dat de oorzaak van het ongeluk niet precies duidelijk was. Gevolg: Defensie werd niet vervolgd.

Russische roulette

Het is voor Kees Roggeveld, de vader van de omgekomen Kevin, geen nieuws dat Defensie fout zat. "We wisten eigenlijk al wel dat de slecht bewaarde granaten de oorzaak waren. Maar het raakt me dat ze dat hebben achtergehouden."

"Het kwam ze gewoon niet uit om het te delen", zegt Greetje Groenbroek, de moeder van Henry. "Wij hebben direct gezegd: het klopt niet. Dat we dat nu bevestigd krijgen is heel zuur. Want we zijn zes jaar verder, en ik kom maar niet aan de verwerking van de dood van mij zoon toe. We zitten constant in een vechtmodus, omdat we de waarheid boven tafel willen."

Dat die waarheid nu op tafel ligt is een opluchting, maar het betekent niet dat dat verwerkingsproces nu wél kan beginnen. Roggeveld legt uit: "Eigenlijk begint het nu pas, want er moet nog iemand ter verantwoording worden geroepen. Iemand heeft besloten om die munitie, waarvan ze wisten dat het niet goed was, toch mee te sturen naar Mali. Er is Russische roulette gespeeld met onze jongens."

Artikel 12-procedure

Na het eerste onderzoek waarin de Onderzoeksraad voor Veiligheid vijf jaar geleden al concludeerde dat de oefengranaten niet goed bewaard werden, gebeurde er wel 'iets'. De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert, trad af en de Commandant der Strijdkrachten stopte ermee.

"Maar daarmee was het wel gedaan voor Defensie" zegt Michael Ruperti, de advocaat van de nabestaanden. "Zo werkt dat niet. Er zijn meer mensen die hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Van de aanschaf van die granaten tot de fatale oefening zijn er procedures niet nageleefd. Functionarissen van de Defensie moeten zorgen dat onze militairen veilig kunnen werken, en daar hebben ze in verzaakt."

"Het OM moet daarom nu overgaan tot vervolging en strafrechtelijk onderzoek", stelt Ruperti. Om dat af te dwingen zijn hij en de nabestaanden een artikel 12-procedure gestart.

Stilzwijgen

Defensie erkent woensdag wat er is gebeurd, en noemt het in de media 'een pijnlijke constatering'. Maar de nabestaanden zelf hebben niks gehoord. Groenbroek: "Defensie hult zich weer in stilzwijgen. Maar dat is altijd al zo geweest."

Voor haar is het nu het belangrijkst dat de betrokken functionarissen bij Defensie ter verantwoording worden geroepen. "Ik wil weten wie er verantwoordelijk is voor de dood van onze kinderen. Pas daarna kan ik proberen het te verwerken. Onze strijd is nog niet gestreden, hoe graag ik het ook anders zou zien."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl