NOS/Jeroen van Eijndhoven

Jongeren appen liever dan dat ze telefoneren, maar bellen is een blijvertje

Gaat het telefoongesprek het telefoonboek achterna? E-mail, berichtenapps en sociale media maken een dialoog via de telefoon meer en meer overbodig.

Onder jongeren lijkt er zelfs sprake van belangst. Een kleine steekproef in een Bredase studentenvereniging: "Als ik het kan vermijden, doe ik het", zegt Jeppe. En Sam zegt: "Appen is makkelijker, dan hoef je pas te reageren als je er zin in hebt." Mats: "Het is gewoon niet nodig om te bellen."

Belt er straks niemand meer? De cijfers laten een heel ander verhaal zien.

Miljarden belminuten

Ja, bellen via de vaste telefoon doen we nauwelijks nog, een kleine opleving tijdens corona daargelaten. In het laatste kwart van 2021 belden we nog 1,6 miljard minuten via vast, blijkt uit cijfers van de Autoriteit Consument en Markt.

Maar in diezelfde periode belden we 12,4 miljard minuten mobiel, een stijging van 7 procent. Sowieso stijgt het aantal mobiele belminuten al jaren. En dat is nog zonder alle internetbelminuten via apps als Skype, Facetime en Whatsapp.

Soms denk ik: iets méér belangst, graag!

Peter Nikken, hoogleraar mediaopvoeding

En toch: de jongeren in de introductie staan niet op zichzelf. Bureau Motivaction onderzocht enkele jaren geleden het communicatiegedrag van jongeren (18 tot 30 jaar) en daaruit bleek dat 89 procent eerder een berichtje naar vrienden stuurt dan dat ze bellen. 38 procent vindt het zelfs eng om te bellen, tegenover 15 procent van de oudere Nederlanders.

Peter Nikken, hoogleraar mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeker bij het Nederlands Jeugdinstituut, snapt dat wel. "Jongeren zitten in een fase met veel onzekerheid. Ze zijn zichzelf aan het ontwikkelen: wie ben ik, wie ben ik aan het worden? Die onzekerheid vertaalt zich in moeilijker contact leggen met anderen, zeker met vreemden."

"Via de telefoon moet je echt een gesprek voeren. Je ziet de ander niet direct in de ogen en moet steeds een goed antwoord teruggeven. Dan hebben ze zoiets van: dan maar niet bellen. Zeker nu er zoveel andere mogelijkheden zijn waarbij je meer controle hebt over je communicatie."

Angst voor afwijzing

Claudia Bouwens herkent dit. Zij geeft beltrainingen aan het bedrijfsleven voor mensen die opzien tegen een telefoongesprek. "Ik merk dat mensen het steeds moeilijker vinden om te bellen. We kunnen van alles met de telefoon; appen, swipen, snappen. Tien cijfers intoetsen om een echt gesprek met elkaar aan te gaan, dat vinden we heel lastig."

Kijk in deze video mee bij een beltraining:

'Het ontbreekt aan een dosis lef'

Mensen die moeite hebben met bellen ontbreekt het vaak aan "een dosis lef en aan gesprekstechnieken", zegt Bouwens. "Er zitten bij de beller allerlei belemmeringen; angst voor afwijzing, angst om doorverwezen te worden, angst om niet à la minute het juiste antwoord krijg. Allemaal redenen waarom een telefoongesprek niet nuttig zou zijn."

Toch laten de cijfers geen twijfel: we zijn juist méér gaan telefoneren. Hoogleraar Nikken denkt dan ook dat belangst vooral een generatiekwaal is die bij de meeste mensen weer verdwijnt. "Vroeger was het net zo goed dat jongeren zich vaak onzeker voelden en daarom niet zo graag belden. Maar toen hadden ze geen andere keuze, behalve een brief schrijven."

Tegenwoordig hebben jongeren meer dan genoeg opties om een potentieel ongemakkelijk telefoongesprek uit de weg te gaan. Voor hun ontwikkeling hoeft dat niet veel uit te maken, denkt Nikken. "Sociale vaardigheden doen ze vooral op in de klas en de sportschool, in het echt."

En voor veel jongeren wordt de drempel om te bellen door alle nieuwe communicatiemiddelen juist lager, benadrukt Nikken. "Soms zie je in de trein iemand zo luidruchtig bellen dat iedereen kan meeluisteren. Dan denk ik: iets méér belangst graag!"

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl