Lid van de Sultan Murad Brigade, een van de groeperingen die steun kreeg van Nederland

Ministerie worstelt met steun aan Syrische strijders

  • Milena Holdert

    verslaggever Nieuwsuur

  • Ghassan Dahhan

    journalist Trouw

  • Milena Holdert

    verslaggever Nieuwsuur

  • Ghassan Dahhan

    journalist Trouw

De Nederlandse steun aan opstandelingen in Syrië, die onder meer bestond uit pickup-trucks en ander logistiek materieel, heeft binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken tot discussie geleid. Dat blijkt uit nieuwe documenten die door Nieuwsuur en Trouw zijn opgevraagd via de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB).

Naar buiten toe zegt het ministerie steeds dat de steun juridisch in de haak was. Maar in een interne e-mail schrijft een ambtenaar bijvoorbeeld: "Dat [het steunprogramma, red.] gaan we dus nooit meer doen. Tot die conclusie was ikzelf - en velen onder ons - allang gekomen."

Het kabinet houdt nog altijd vol dat Nederland met de steun binnen de grenzen van het internationaal recht bleef. Maar uit mailwisselingen blijkt dat ambtenaren onderling over juist die vraag discussiëren. Een ambtenaar wijst zijn collega's erop dat het steunprogramma wel degelijk als een schending van het internationaal recht kan worden geïnterpreteerd.

Daarop ontstaat discussie. Een andere ambtenaar zegt dat ze "niet meer terug kunnen" omdat "de minister nu eenmaal in de Kamer heeft gezegd" dat de steun "niet in strijd" was met de internationale regels.

Een onderzoekscommissie, onder leiding van oud generaal-majoor Patrick Cammaert, doet op dit moment onderzoek naar de leveringen. Dat rapport moet dit najaar zijn afgerond.

'Geen huiswerk meegeven'

Uit de opgevraagde documenten blijkt ook dat ambtenaren de informatievoorziening over het steunprogramma richting de Tweede Kamer en pers probeerden te frustreren. Het ministerie lag al eerder onder vuur omdat het de Kamer onvoldoende informeerde terwijl het steunprogramma liep. En omdat het na afloop geen informatie wilde geven omdat het programma 'staatsgeheim' zou zijn. Maar uit interne e-mails wordt duidelijk dat ambtenaren ook strategisch omsprongen met het delen van niet-staatsgeheime informatie.

Ambtenaren probeerden het aantal "publicatiemomenten" en daarmee de publieke aandacht voor het steunprogramma te beperken. Een ambtelijk advies luidt om Kamerbrieven "op de woensdagochtend voor Sinterklaas" uit te sturen, of pas laat in de meivakantie: "geen huiswerk meegeven tijdens reces". Op die manier hebben Kamerleden minder tijd om goed naar de informatie te kijken.

  • Nieuwsuur
  • Nieuwsuur

Ook opperen ambtenaren om WOB-stukken niet meteen vrij te geven maar op te sparen, en gelijktijdig als "bundel" te publiceren. Daardoor moeten journalisten langer op informatie wachten en krijgen dan plotseling een hoop stukken in één keer.

In dit achtergrondartikel krijg je een uitgebreider kijkje achter de schermen bij het ministerie:

Bovendien lijkt het erop dat het ministerie een informatieverzoek van de rechtbank heeft genegeerd. De rechter wilde informatie over het NLA-programma omdat teruggekeerde Syriëgangers zeiden dat zij bij groeperingen hadden gevochten die Nederlandse steun kregen. Maar het ministerie was bang om als getuige te worden opgeroepen in dat soort rechtszaken. In een email staat het advies om niet inhoudelijk te reageren op het informatieverzoek. Of het ministerie inderdaad geen informatie heeft verstrekt is onduidelijk: het wil niet inhoudelijk ingaan op vragen van Nieuwsuur en Trouw over deze kwestie.

Minister lobbyde tegen onderzoek

Het ministerie probeert ook te voorkomen dat de Kamer een onafhankelijk onderzoek instelt naar het NLA-programma. In een e-mail staat de vraag of met "coalitiepartners" is "afgehecht" dat "we dat niet moeten willen". Toenmalig minister Stef Blok blijkt persoonlijk bij oppositiepartijen te hebben gelobbyd om vooral tegen zo'n onderzoek te stemmen. "Minister heeft rondje gebeld, fingers crossed", mailen ambtenaren elkaar. "En anders verzinnen we een andere list."

Als het kabinet eind 2020 valt, dwingt de Kamer alsnog een onafhankelijk onderzoek naar het steunprogramma af. In de interne stukken lezen we dan nog wel een opmerkelijk advies over de samenstelling van de commissie die dat onderzoek moet leiden. Een individu van wie zowel de naam als het e-maildomein is weggelakt heeft "afgeraden" om een jurist als voorzitter van de onderzoekscommissie te kiezen.

Datalek

Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat het ministerie zeker geen "collusie" tussen pers en Tweede Kamer vermoedt, maar dat er wel soms sprake was van "frustratie" bij ambtenaren. De NLA-affaire leidde tot veel pers- en Kamervragen.

De WOB-stukken van het ministerie zijn inmiddels offline gehaald nadat Nieuwsuur en Trouw het ministerie erop wezen dat er privacygevoelige informatie in stond, zoals persoonsgegevens van medewerkers. Nieuwsuur en Trouw beschikken wel over de documenten en publiceren verschillende gedeeltes waar deze gegevens niet in voorkomen. Het ministerie laat weten inmiddels een melding te hebben gedaan van een datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Lees hier de hele reactie van het ministerie.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl