Nieuwsuur
Nieuwsuur

Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) heeft meer aanpassingen gedaan in OMT-adviezen dan eerder al bekend werd door onderzoek van Nieuwsuur. Dat valt op te maken uit aanvullende stukken die het ministerie vandaag onder druk van de Tweede Kamer openbaar heeft gemaakt.

Nieuwsuur berichtte eerder over een aantal belangrijke wijzigingen in de eerste paar maanden van de coronacrisis - stukken over latere periodes gaf het ministerie vooralsnog niet vrij. Het ging om kleine wijzigingen in de tekst, maar wel met grote maatschappelijke gevolgen. Het ministerie, zo bleek uit interne e-mails, zwakte bijvoorbeeld met een klein tussenzinnetje een advies af om mondmaskers in de ouderenzorg te dragen. Ambtenaren vreesden anders voor een "run" op die spullen.

De Tweede Kamer stelde verschillende vragen over de kwestie. Immers: het OMT is een onafhankelijke groep experts, dat wetenschappelijke adviezen publiceert. De politiek dient zich daar niet in te mengen. Het kabinet had ook altijd beweerd dat er geen sprake was van politieke inmenging.

'Verduidelijkingen'

VWS-minister Ernst Kuipers zei dat ambtenaren slechts "verduidelijkingen" in de tekst hadden voorgesteld, en dat het RIVM, dat het OMT voorzit, die bovendien had overgenomen. De wetenschap was het er dus mee eens geweest. Toch bleek uit het onderzoek van Nieuwsuur dat het RIVM, bij monde van OMT-voorzitter Jaap van Dissel, de betrokken OMT-leden niet over de wijzigingen had geraadpleegd. Het had er zelfs alle schijn van dat Van Dissel de geheime OMT-notulen achteraf had aangepast, in lijn met de politieke aanpassingen. OMT-leden hadden zo beperkt zicht op wat er precies gebeurde met hun adviezen.

De Kamer vroeg het ministerie daarom om álle concept-OMT-adviezen inclusief de door ambtenaren voorgestelde tekstsuggesties openbaar te maken. Minister Kuipers zei eerst dat dat niet kon. Men zou honderdduizenden documenten door moeten lopen: de situatie op het departement moest wel "hanteerbaar" blijven. Maar de Kamer accepteerde dat niet, en Kuipers bond in. Vandaag, twee maanden later, plaatst het ministerie 414 pagina's online met "tekstsuggesties en vragen" bij de adviezen. Het zijn conceptadviezen met daarbij in 'track changes' toegevoegde zinnen van ambtenaren.

Opvallend genoeg ontbreken in de stukken een aantal passages uit e-mails van ambtenaren onderling, die wél bij de WOB-stukken over de eerste paar maanden zijn geleverd. Dat is informatie waaruit Nieuwsuur mede kon opmaken wat de inhoudelijke politieke afwegingen van ambtenaren waren om een bepaalde wijziging voor te stellen in adviezen en richtlijnen (de angst voor een "run" op mondmaskers, bijvoorbeeld). Het lijkt er dus op dat een deel van de interne communicatie over gewenste politieke aanpassingen in de adviezen van de deskundigen niet is verstrekt aan de Kamer.

Hier is het eerdere onderzoek van Nieuwsuur terug te lezen. Hieronder staan zes opvallende aanpassingen die uit de vandaag geopenbaarde stukken naar voren komen.

1. Advies 14 april 2020: 'Grootschalig klinkt heel onheilspellend'

Dit advies gaat over het effect van middelbare scholen op het verloop van de epidemie. In het concept staat dat scholen meer bijdragen aan mogelijke "grootschalige" verspreiding, maar het ministerie schrijft dat het woord "grootschalig" toch wel "heel onheilspellend" klinkt, en stelt voor om die term te vervangen door "bovenregionaal". Dat doet het RIVM.

2. Advies 14 april 2020: 'Niet voldaan aan voorwaarden'

In het conceptadvies staat dat OMT nog niet over versoepeling van maatregelen kan adviseren "omdat er nog niet voldaan wordt aan de eerder gestelde voorwaarden". Het OMT verwijst daarbij naar een eerder advies, waarin staat dat Nederland pas kon versoepelen als de R geruime tijd kleiner was dan 1, het zorgsysteem niet langer overvraagd was, en als er bovendien voldoende testcapaciteit en bron- en contactonderzoek zou zijn. Blijkbaar vond het OMT dat het kabinet nog niet aan die voorwaarden had voldaan.

Maar op verzoek van het ministerie wordt het gedeelte over het voldoen aan gestelde voorwaarden weggestreept. Wat blijft staan is dat het OMT niet over versoepeling van maatregelen kan adviseren "omdat de belasting van de zorg nog groot is".

3. 4 mei 2020: 'Vanwaar deze twijfel?'

Hier schrijft het OMT in het advies van 4 mei 2020 dat ze een "kanttekening" plaatst, namelijk: "de vraag of het haalbaar is om op 1 juni voldoende materialen en capaciteit beschikbaar te hebben om alle personen met klachten te testen." Het OMT bleek dat goed te hebben gezien, want toenmalig minister De Jonge maakte die belofte inderdaad niet waar.

Het ministerie merkt begin mei op: "Vanwaar deze twijfel?" "Is het misschien ook te formuleren als...?" En stelt voor om ervan te maken: "Het OMT geeft aan dat het van het grootste belang is om op 1 juni voldoende materialen en capaciteit beschikbaar te hebben om alle personen met klachten te kunnen testen." Dat gebeurt ook. De passage met daarin de twijfel van het OMT is dus verdwenen.

4. 28 september 2020: 'Zou woord adviseren willen toevoegen'

Hier staat in het concept over 'aanvullende maatregelen in verpleeghuizen': "preventief mondneusmaskergebruik en een regeling voor bezoekers". Het ministerie schrijft dat ze hieraan het woord "adviseren" zou willen toevoegen. Dat doet het RIVM.

5. 10 november 2020: 'Wel haalbaar, maar geen tijd'

Hier staat in OMT-Z (dat specifiek over veeteelt gaat) dat "preventief ruimen" van nertsbedrijven "op korte termijn" [...] "niet haalbaar bleek". Het ministerie stelt voor om dat aan te passen. Het ministerie wil liever niet dat het over "haalbaarheid" gaat, maar suggereert dat het preventief ruimen meer tijd zou vergen. Het ministerie is niet heel dwingend: "eventueel aanpassen", staat erbij. In het uiteindelijke advies staat dat het preventief ruimen "destijds gezien de ruimingscapaciteit niet haalbaar" bleek.

6. 14 december 2020: 'Dat doet geen recht aan de inspanningen'

In december 2020 schrijft het OMT dat bij GGD'en het bron- en contactonderzoek weer "wordt afgeschaald" en dat de wachttijden bij teststraten weer kunnen "toenemen". Het ministerie vindt die termen kennelijk te scherp. Over het woord "afgeschaald" schrijft het ministerie: "dat klinkt een beetje alsof je minder mensen inzet". En over het "toenemen" van wachttijden bij teststraten schrijft het ministerie: "Ook dat doet geen recht aan de inspanningen die zijn geleverd om te zorgen dat er voldoende testcapaciteit is". In het uiteindelijke advies zijn de termen verdwenen. Er staat nu op passieve wijze geformuleerd dat bij de GGD'en het bron- en contactonderzoek "onder druk staat."

7. 14 april 2020: het komt niet alleen door weinig testen en mondmaskers!

In het concept-advies van 14 april 2020 beschrijft het OMT hoe corona verspreidt in verpleeghuizen: één op de drie verpleeghuislocaties is dan al besmet, en dat is een onderschatting. Het OMT stelt vast dat bij de 'verspreiding in verpleeghuizen' het 'aanvankelijk restrictieve testbeleid' en de 'beperkte beschikbaarheid van PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen, red.)' een rol speelt.

Die constatering was pijnlijk voor het kabinet: premier Rutte had in maart 2020 immers beloofd dat het "absolute prioriteit" was om de risico's voor kwetsbare ouderen "zo klein mogelijk te maken." Maar vervolgens had Nederland ook gezegd dat testen en beschermingsmiddelen in verpleeghuizen niet zo nodig waren.

Het ministerie van Volksgezondheid vraagt het RIVM om iets aan deze zin in het concept-advies toe te voegen. Namelijk: de verspreiding in verpleeghuizen lag niet alleen aan onvoldoende testen en mondmaskers, maar kwam 'ook' omdat corona bij ouderen nou eenmaal een 'atypische verschijningsvorm' had (bij ouderen waren de symptomen van corona minder herkenbaar, of anders van aard). Andere landen hadden juist hierom uit voorzorg meer testen en mondmaskers voor deze groep uitgetrokken, maar Nederland niet. In ieder geval neemt het RIVM deze nuance over, en wordt in het definitieve advies dit extra argument toegevoegd.

De voorgestelde aanpassing in concept door VWS Nieuwsuur

STER reclame