Nieuwsuur
ANP

Nederland stopt vanaf 2023 met de ondersteuning van fossiele projecten in het buitenland. Milieuorganisaties zien dat als een belangrijke stap in de klimaatpolitiek, maar werkgeversorganisaties zijn onaangenaam verrast. Zij spreken van symboolpolitiek die alleen maar Nederlandse banen zal kosten.

Nederland ondertekende vorige maand een besluit op de klimaattop in Glasgow. Onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Investeringsbank sloten zich eerder al aan bij de ondertekenaars. Inmiddels heeft een dertigtal landen getekend.

De Nederlandse overheid stond in 2020 voor ruim 1,5 miljard euro garant voor (toeleveranciers van) de olie- en gassector. Die ondersteuning loopt via Atradius Dutch State Business, de exportkredietverzekeraar van de Nederlandse Staat. "Nederlandse bedrijven maken goederen die over de hele wereld in trek zijn. Met een exportkredietverzekering dekken ze de betalingsrisico's daarvan af," legt directeur van Atradius Bert Bruning uit. De exportkredietverzekering blijft bestaan, maar zal vanaf 2023 niet meer aan olie- en gasprojecten toegekend worden.

"Het mooie is: mensen denken vaak dat het een subsidie is, maar het kost eigenlijk niets. We verzekeren gezonde risico's en daar wordt premie voor betaald. Het idee is dat die premie voldoende is om de kosten en eventuele claims uit te betalen," zegt Bruning.

Mozambique

Het grootste fossiele project dat de afgelopen jaren door zo'n exportkredietverzekering is gedekt, is een gasproject in Mozambique, waar tien jaar geleden voor de kust een van de grootste gasvelden ter wereld werd gevonden. In 2019 deed de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onderzoek naar het energiepotentieel van Mozambique en concludeerde dat het Afrikaanse land juist een grote potentie heeft voor energie uit zon, wind en waterstof.

"Mozambique heeft een aanzienlijk en vrijwel onbenut zonnepotentieel. [...] Het hydro-elektrische potentieel van Mozambique behoort tot het hoogste in Afrika," staat in het RVO-rapport. Toch keurde de overheid in maart 2021 de aanvraag goed om dit fossiele project in Mozambique voor 1.064.517.958 euro te verzekeren. Ongeveer een derde van deze dekking is voor baggerbedrijf Van Oord, dat overigens ook al een grote speler is in de aanleg van windparken. Toch werkt het bedrijf in arme landen naar eigen zeggen aan de overgang van kolen naar het minder vervuilende gas, omdat een volledige overgang naar duurzame energiebronnen op korte termijn niet mogelijk zou zijn.

De overheid denkt dat het een lichtschakelaar is: van vandaag op morgen gaan we over. Maar het is een transitie. Het is een roadmap die tientallen jaren zal duren voordat we er zijn.

Bart van Aerle, directeur Prins Autogassystemen

Maar een dergelijke financiële risicodekking wordt vanaf 2023 dus niet langer afgegeven aan fossiele projecten. Milieuorganisatie Both ENDS is blij met het besluit van de Nederlandse overheid. "De fossiele industrie belemmert het van de grond krijgen van de potentie op hernieuwbare energie in Mozambique. De klimaatcrisis is nu. We moeten dat nu aanpakken," zegt Niels Hazekamp van Both ENDS.

"Onderzoeken laten zien dat Mozambique pas rond 2040 gaat profiteren van dat gasproject. Tegen die tijd zijn we in Nederland als het goed is allang omgeschakeld naar andere vormen van duurzame energie." Hazekamp benadrukt dat ook de duurzame energiesector schreeuwt om werknemers. Als we de transitie maken, zouden er meer banen bijkomen. Het is volgens hem een kans voor het bedrijfsleven.

Lichtschakelaar

Bart van Aerle bouwt in zijn fabriek in Eindhoven benzine- en dieselvoertuigen om, zodat ze daarna deels op gas kunnen rijden. Vooral in Afrika is er veel vraag naar de overstap op het relatief schonere gas. Zijn bedrijf maakt gebruik van exportkredietverzekeringen, maar omdat gas fossiel is, kan Van Aerles bedrijf in de toekomst mogelijk niet meer exporteren naar Afrika. "Het is weliswaar fossiel, maar het leidt wel tot een enorme vermindering van emissie," zegt hij. "We zorgen ervoor dat ook in Afrika de emissies naar beneden gaan."

"De overheid denkt dat het een lichtschakelaar is: van vandaag op morgen gaan we over. Maar het is een transitie. Het is een roadmap die tientallen jaren zal duren voordat we er zijn," zegt Van Aerle, die vreest dat het voornemen van het kabinet zijn bedrijf omzet en banen zal gaan kosten.

Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW vreest het verlies van banen. Voorzitter Ingrid Thijssen sprak onlangs in het Financiële Dagblad van 13.000 banen. Maar berekeningen van de overheid komen op maximaal 2000 banen die op de tocht komen te staan.

STER reclame