Nieuwsuur
ANP

Geldautomaten die niet werken, stijgende prijzen en mensen die hun spullen op straat verkopen. Door de machtsovername van de Taliban droogt de internationale hulp, waar Afghanistan sterk van afhankelijk is, in rap tempo op. Nieuwsuur bespreekt met Bert Koenders, speciaal gezant van de Wereldbank, of die geldstromen ooit weer op gang komen onder een regering van de Taliban.

De overheidsuitgaven van Afghanistan kwamen tot voor kort voor 75 procent voor rekening van buitenlandse donoren, zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Het IMF is gestopt met het verstrekken van geld, omdat het voor de internationale gemeenschap niet duidelijk is welke regering als de officiële Afghaanse regering moet worden erkend.

Ook de Wereldbank is gestopt met de steun. Bert Koenders (voormalig minister van Buitenlandse Zaken) is speciaal gezant voor de Wereldbank voor kwetsbare gebieden, waaronder Afghanistan, en vertelt in Nieuwsuur waarom ze met de steun zijn gestopt.

"Het is een pauzeknop, omdat we eigenlijk geen partner meer hadden", zegt Koenders. "De oude regering was gevlucht, en de nieuwe regering is nog niet gevormd. En voor zover die is gevormd, is dat gedaan met militaire middelen. Alle lidstaten stoppen dan eigenlijk de hulp, omdat je niet weet waar het heen gaat."

'Vooruitgang geboekt'

De Wereldbank gaf niet direct financiële steun aan de Afghaanse overheid, maar doneerde het geld aan specifieke projecten in het land. In totaal is er sinds 2002 ruim 4 miljard euro in zulke projecten gestoken.

"Dat zijn bijvoorbeeld projecten in 30.000 districten, opgezet door de lokale bevolking", zegt Koenders. "Die gaan over gezondheidszorg, onderwijs en economische ontwikkeling. Daarnaast gaat het om het stimuleren van ontwikkelingen op het gebied van elektriciteit en digitale middelen."

Volgens Koenders is er de afgelopen twintig jaar veel bereikt in Afghanistan, maar verandert dat nu snel. "We zien nu dat we terug zijn bij een enorme armoedeval, een sociale implosie", zegt hij.

Voor veel inwoners van Kabul is de chaos en paniek compleet. "We willen dat de banken opengaan."

Afghanen maken zich ernstig zorgen over de economie van hun land

Afghanistan heeft op dit moment maar een BBP van ongeveer 17 miljard euro op een bevolking van 38 miljoen mensen. Ter vergelijking: de provincie Friesland, met 650.000 inwoners, heeft ook dat BBP.

Afghanistan is in potentie een rijk land, met enorme voorraden goud, zilver, koper, en bovenal het zeldzame lithium, een grondstof die onmisbaar is bij de productie van steeds belangrijkere duurzame technologieën, zoals oplaadbare batterijen. Afghanistan heeft vermoedelijk de grootste voorraad lithium ter wereld. De grondstoffenwinning komt door een combinatie van factoren echter alsmaar niet goed op gang.

De Taliban verdienen zelf hun geld vooral met de illegale drugshandel. In Afghanistan wordt op grote schaal papaver verbouwd. Daardoor is Afghanistan wereldwijd verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de handel in opium en heroïne, volgens de VN zelfs voor 80 procent. Een VN-rapport uit juni schat dat de Taliban, ook met afpersingen, ontvoeringen en giften jaarlijks een bedrag van tussen de 300 miljoen en de 1,6 miljard dollar binnenkrijgen.

"Praat met en test de Taliban"

De grote vraag is nu: kunnen de internationale geldschieters straks om de tafel met de Taliban, zodra zij een erkende regering hebben kunnen vormen?

"Die beslissing hangt af van de lidstaten van de Wereldbank", zegt Koenders. De kans is bovendien niet groot dat de Taliban een regering vormen die internationaal wordt erkend. "Dat betekent dat je naar alternatieven moet kijken. Het is ook volstrekt begrijpelijk dat er geen geld wordt gestopt in een regering die vrouwen en minderheden discrimineert. Misschien komt het geld verkeerd terecht. Dus dat gaan we niet doen, ik hoop dat de internationale hulpverlening dat inmiddels wel heeft geleerd."

Eén van de argumenten om hulp aan een land als Afghanistan niet te staken, is het risico dat andere landen in het gat springen. Zo zouden China en Rusland wel bereid zijn met de Taliban te onderhandelen, zonder al te hoge eisen te stellen aan de mensenrechten en democratische waarden.

"Ten eerste zitten China en Rusland ook in de Wereldbank", zegt Koenders daarover. "We proberen ook te zoeken naar overeenstemming met die landen als die niet bestaat."

Bovendien is het volgens Koenders ook voor China beter als er stabiliteit is in Afghanistan. "China zal misschien proberen dat land te stabiliseren. Ze zijn bang voor eventuele terroristische aanslagen. Dat betekent dat ik niet verwacht dat daar meteen gigantische investeringen gaan komen."

Toch vindt Koenders dat landen in het Westen Afghanistan niet moeten laten zitten. "We moeten niet wachten met humanitaire hulp. Praat met de Taliban maar test ze ook, en maak de erkenning afhankelijk van of er een goede president van de centrale bank komt."

STER reclame