Nieuwsuur
Flickr

De manier waarop het ministerie van Volksgezondheid (VWS) op dit moment WOB-verzoeken over het coronabeleid afhandelt, is niet volgens de wet. Het departement moet die omstreden werkwijze dan ook aanpassen. Dat heeft de rechtbank bepaald in een rechtszaak tegen VWS die was aangespannen door Nieuwsuur.

De WOB (Wet openbaarheid van bestuur) bepaalt dat iedereen informatie bij de overheid kan opvragen, zoals rapporten en notulen. Vooral journalisten gebruiken de wet. Sinds de coronacrisis past VWS een "alternatieve werkwijze" toe voor de coronagerelateerde WOB-verzoeken. Het ministerie beoordeelt niet ieder ingediend WOB-verzoek per keer, zoals dat eigenlijk hoort, maar bepaalt zelf wanneer het welke documenten over corona openbaart.

Volgens de rechtbank klopt die aanpak dus niet. Minister Hugo de Jonge moet nu alsnog binnen twee maanden een besluit nemen op drie WOB-verzoeken van Nieuwsuur uit mei 2020, op straffe van een dwangsom.

'Absurde' werkwijze

Het gaat om verzoeken om informatie over drie onderwerpen: het overleg met het Outbreak Management Team, de corona-app en onderzoek naar de besmettelijkheid van kinderen. Volgens de regels had de minister uiterlijk in juli 2020 over die verzoeken moeten beslissen. Maar in plaats daarvan kondigde het ministerie dus een alternatieve werkwijze aan. Die werd geïntroduceerd vanwege de crisis en de grote hoeveelheid aan documenten en WOB-verzoeken van journalisten.

Het departement maakte zelf een onderverdeling in onderwerpen en publiceerde documenten daarover gefaseerd, via zogenoemde 'deelpublicaties'. Nieuwsuur tekende protest tegen de handelwijze aan. Hoofdredacteur Joost Oranje noemt het "onbestaanbaar dat het ministerie op eigen gezag de WOB de facto buiten werking stelt. Het is absurd dat het ministerie eenzijdig bepaalt welke stukken ze openbaart en in welk tempo. De WOB, met wettelijke normen en waarborgen, is er niet voor niets." Nieuwsuur spande vervolgens een rechtszaak aan, die twee weken geleden diende bij de rechtbank Midden-Nederland.

Dat er zelfs na een jaar nog geen besluit is genomen op deze verzoeken, is ronduit schandalig.

Remy Chavannes, advocaat

Vandaag publiceerde de rechtbank de uitspraak. Daaruit blijkt dat de rechter een streep zet door de handelwijze van VWS. Volgens de rechtbank kunnen de 'deelpublicaties' helemaal niet gezien worden als besluiten op de WOB-verzoeken van Nieuwsuur. Ze gaan immers niet in op de individuele verzoeken en bovendien verstrekt het ministerie informatie waar helemaal niet om is gevraagd.

De rechtbank beveelt de minister om alsnog te beslissen over de verzoeken van Nieuwsuur, en wel binnen twee maanden in plaats van de zes maanden waar de minister om had gevraagd. Als de minister dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen van 250 euro per dag tot een maximum van 37.500 euro. Die bedragen zijn 2,5 keer hoger dan in dit soort zaken gebruikelijk is. De rechtbank kan zo'n besluit nemen als er een "sterke prikkel" nodig is.

Het ministerie reageert nog niet inhoudelijk op de uitspraak. Ze willen de uitspraak eerst goed bestuderen. Ze kunnen nog in hoger beroep gaan.

Minister: geen tijd voor WOB

Minister De Jonge heeft steeds gezegd dat zijn medewerkers geen tijd hadden om alle WOB-verzoeken door te spitten en te beoordelen. Hij vond het "niet verantwoord dat deze medewerkers hun tijd en capaciteit gaan steken in de afhandeling van de vele WOB-verzoeken in plaats van het bestrijden van de coronacrisis".

De rechtbank zegt daar wel begrip voor te hebben, maar dat het geen reden is om dan maar te handelen zoals de minister nu doet. De rechtbank stelt dat de wetgever "specifieke wettelijke voorzieningen" had moeten maken. Bovendien kan het ministerie meer mensen en middelen beschikbaar stellen om tijdig over WOB-verzoeken te beslissen.

'Juist in crisistijd aan wet houden'

Advocaten Anne Bruna en Remy Chavannes stonden Nieuwsuur bij in deze zaak. Volgens Chavannes is de uitspraak een belangrijk signaal dat de overheid zich juist ook in crisistijd aan de wet moet houden. "Zonder openbaarheid van bestuur is er geen vrije pers en geen vrij land. De overheid heeft meer dan een jaar op ongekende wijze de vrijheden van burgers beperkt, en tientallen miljarden uitgegeven, om het land overeind te houden. Dan moet de overheid ook doen wat nodig is om conform de wet transparantie te betrachten over hoe die maatregelen tot stand zijn gekomen. Dat er zelfs een jaar na het verstrijken van de beslistermijn nog geen enkel besluit is genomen op deze informatieverzoeken, is ronduit schandalig."

Nieuwsuur-hoofdredacteur Oranje is blij met de uitspraak: "De rechter formuleert het netjes, maar eigenlijk staat er keihard dat de minister niet conform de WOB opereert. Dat is wat wij altijd al hebben gezegd. Eigenlijk is het triest dat de rechter er voor nodig is om dat de overheid duidelijk te maken."

STER reclame