Nieuwsuur
ANP

Nu het land steeds verder opengaat, bereiden universiteiten zich voor op een collegejaar waarin weer op de campus les mag worden gegeven. Maar is er wel genoeg ruimte voor alle studenten? Het aantal nieuwe universitaire bachelor-studenten stijgt al vanaf 2015. Dit jaar hebben zich inmiddels 100.904 studenten aangemeld. Dat is ruim 3000 meer vergeleken met hetzelfde moment vorig jaar.

Voorzitter Lisanne de Roos van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), de grootste landelijke studentenorganisatie van Nederland, maakt zich zorgen. Ze stelt dat er vóór de coronacrisis al sprake was van een groot capaciteitsprobleem op universiteiten. "Denk hierbij aan studenten die in overvolle collegezalen in het gangpad moeten zitten, of werkgroepen van veertig man waarbij de docent niet echt aandacht meer voor je heeft. Dan voel je je meer een nummer dan een persoon."

Ook bij de studentenverenigingen is het druk. Vorig jaar hadden ze 60 procent meer aanmeldingen. Bij Carolus Magnus in Nijmegen was er zelfs een verdubbeling. De 'sjaars' moeten komend jaar nog 'zeker' ontgroend worden, vertelt voorzitter Anne Meyboom:

Hoe anders is de toekomst van deze studentenvereniging?

Tijdens de coronacrisis steeg het aantal studenten alleen maar verder, onder meer doordat studenten geen tussenjaar namen en er in 2020 geen centrale VWO-examens werden afgenomen.

De Vereniging van Universiteiten zegt dat er extra geld nodig is om dit probleem op te lossen. Woordvoerder Gijs Dupont: "Als de politiek wil voorkomen dat studenten bij elkaar op schoot moeten zitten in een collegezaal en moderne faciliteiten wil aanbieden, zijn investeringen onontkoombaar." Er is volgens hem structureel 200 miljoen euro nodig voor onderhoud, verduurzaming en uitbreiding van de gebouwen en faciliteiten.

Toch weer lessen digitaal?

Een andere mogelijke oplossing voor de drukte is digitalisering. Die digitalisering stond bij universiteiten al langer op de agenda, maar is juist door de coronacrisis in een stroomversnelling gekomen. Zo is er bij de Universiteit van Amsterdam tijdens de pandemie een 'Hybrid Learning Theatre' gebouwd. In deze collegezaal kunnen de docent en een klein groepje studenten fysiek aanwezig zijn, terwijl de rest van de studenten geprojecteerd zijn op een grote 'Zoom-wand'. "Dat was een heel goede oplossing, gegeven de restricties die we hadden", zegt professor Maarten Pieter Schinkel, de bedenker van het Hybrid Learning Theatre.

Het Hybrid Learning Theatre Nieuwsuur

Toch hoopt Schinkel niet dat deze vorm van lesgeven de toekomst wordt. "Het Hybrid Learning Theatre was een verlichting van de onderwijslast ten opzichte van thuis rommelen met een cameraatje, maar niet ten opzichte van 'gewoon' college geven", aldus Schinkel. Het digitale aspect van het Hybrid Learning Theatre kent volgens hem nog steeds beperkingen.

Los van het missen van interactie met de studenten, zegt Schinkel dat ook de vertrouwensband tussen docent en student geschaad wordt. "In een collegesetting vertel je dingen waar je nog mee bezig bent, lopend onderzoek en politieke zaken bijvoorbeeld, die niet meteen in de krant hoeven. Dat doe je minder snel als het wordt opgenomen." Ook bestaat het risico dat de actualiteit minder in colleges wordt meegenomen. "Online onderwijs gaat leiden tot het hergebruiken van oude of andermans colleges", aldus Schinkel. "Terwijl er telkens ontwikkelingen zijn in de wetenschap."

Snakken naar fysiek onderwijs

Ook het ISO hoopt dat fysiek onderwijs op den duur weer de norm wordt. De Roos: "Studenten snakken naar fysiek onderwijs. Online onderwijs zou alleen ingezet moeten worden wanneer dat ten dienste staat van de student, de docent en de kwaliteit van het onderwijs. Ruimtegebrek zou dus nooit dé reden moeten zijn om online onderwijs aan te bieden."

STER reclame