Nieuwsuur

Vermoedelijk 150 Nederlandse Joden zijn door de nazi's als 'proefpersoon' gebruikt voor de gaskamers. Het gaat om de mannen die in 1941 werden opgepakt tijdens de razzia's in Amsterdam. Historicus Wally de Lang beschrijft het in haar boek 'De razzia's van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam. Het lot van 389 Joodse mannen'. Slechts twee van hen overleefden de oorlog.

Het waren de allereerste razzia's op het bezette West-Europese continent. Met veel geweld werden 389 Amsterdamse mannen in februari opgepakt in de Amsterdamse jodenbuurt. "Ze konden geen kant op", vertelt de Lang. "Rond een gebied van drie vierkante kilometer werden alle bruggen opgehaald en kamden zeshonderd Duitse politiemannen het gebied uit."

Meer weten over het lot van de razziamannen? Bekijk deze video:

Aanleiding voor de razzia's was de aanhoudende onrust in het gebied. Knokploegen van de NSB raakten slaags met de Joodse bevolking. Toen er bij een knokpartij een NSB'er werd gedood, namen de Duitsers wraak en hielden de razzia's. Ze waren de aanleiding voor de Februaristaking op 25 en 26 februari, nu tachtig jaar geleden.

De razziafoto's zijn bekend. De opgepakte mannen staan hulpeloos op het Daniël Meijerplein, armen in de lucht. Ze worden vernederd en mishandeld, maar over hun verdere lot was tot dusver weinig bekend. De Lang onderzocht de persoonlijke achtergronden, de familiegeschiedenis en het verloop van de deportatie.

"Het ging onder meer om 43 venters, 66 marktkooplieden en 33 kleermakers. Ze waren net op het verkeerde moment op de verkeerde plek." Sommige gezichten kon De Lang linken aan foto's op oude documenten in het Amsterdamse Stadsarchief. "Op een uitvergrote razziafoto herkende ik opeens in een hoekje een meneer met een bril, de marktkoopman Aron Smeer. Op zijn zogenaamde 'marktkaart' - met informatie over zijn plek op de zondagse Uilenburgermarkt - zat een pasfoto."

John Spel, de kleinzoon van Aron Smeer, doet al decennialang onderzoek naar zijn opa. "Jarenlang had ik alleen zijn naam en nu is er een gezicht bij. Daar word je stil van."

De razziagroep werd via kamp Schoorl naar het concentratiekamp Buchenwald gebracht, waar de mannen in de barre kou onmenselijk zware arbeid moesten verrichten. Velen stierven. De Lang: "Veel mannen raakten arbeidsongeschikt en werden beschouwd als 'ballast'. Ze werden daarom doorgestuurd naar concentratiekamp Mauthausen. En al was het niet officieel bekend, niemand mocht daar levend uit terugkeren."

Proefpersonen

In de Duitse archieven deed De Lang een macabere vondst. Ze schrok toen ze zag dat van 1 tot 6 september 1941 tenminste 108, en waarschijnlijk 150 mannen 'op alfabetische wijze' waren vermoord. Ze stierven op alfabetische volgorde van hun achternamen. "Het bleek dat hun dood administratief was gecamoufleerd en op geheime kaarten werd bijgehouden."

In werkelijkheid werden de mannen als 'proefpersoon' gebruikt voor de allereerste gaskamers in het nabijgelegen slot Hartheim. De Lang somt de gruwelijke feiten op: "Hoeveel gas was er bijvoorbeeld nodig, hoeveel mensen konden er in een gaskamer en hoe werkte het verbranden in de crematoria? Die kennis werd later toegepast in de grotere kampen." Omdat de Duitsers veel van het archief hebben vernietigd viel niet alles te achterhalen.

Met haar onderzoek heeft De Lang de 389 razziamannen nu een 'gezicht' gegeven, waaronder Aron Smeer. Kleinzoon John Spel: "Ik ging dertig jaar geleden al zoeken. Inmiddels weet ik heel veel. Maar hoe ouder ik word, hoe moeilijker het is."

In het Stadsarchief Amsterdam is (zodra de musea open zijn) een tentoonstelling te zien die alle opgepakte mannen een naam en een gezicht geeft.

STER reclame