Nieuwsuur
ANP

Landen maken een rommeltje van de klimaatfinanciering bedoeld voor ontwikkelingslanden. Er is geen goeie transparante rapportage en er is slechte controle. Ook is het niet altijd duidelijk of gefinancierde klimaatprojecten de gewenste resultaten boeken. Dat blijkt uit verschillende rapporten en wordt bevestigd door experts aan Nieuwsuur. Oorzaak: het ontbreken van definities en boekhoudkundige regels.

Rijke landen beloofden in 2009 dat zij jaarlijks met 100 miljard dollar ontwikkelingslanden zouden ondersteunen, zodat ook zij zich kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat en extremer weer. Een deel daarvan is voor 'adaptatie', dat is bijvoorbeeld het maken van dijken en dammen of het verstevigen van huizen en dorpen.

Hoeveel geld is er tot nu toe ingezameld? "Het simpele antwoord is dat we het niet weten", zegt onderzoeker naar klimaatfinanciering verbonden aan de Universiteit van Brussel, Romain Weikmans. Hij schreef vorige maand een brief aan het gezaghebbende wetenschapsblad Nature met de oproep: "Landen: definieer wat telt als klimaatfinanciering."

Bittere pil

Voor die financiering moeten we terug naar 2015. Alle landen beloofden toen in het Klimaatakkoord van Parijs hun steentje bij te dragen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2, maar nóg beter, tot anderhalve graad Celsius. Dat kan alleen als alle landen hun broeikasgassen binnen dertig jaar terugbrengen naar nul.

Vooral voor ontwikkelingslanden was dat een bittere pil. Die zeiden: rijke landen hebben 150 jaar steenkool, olie en gas verbrand en hebben historisch gezien de opwarming van de aarde veroorzaakt.

Daarbij komt het klimaatprobleem nog eens dubbel op het bord van arme landen, omdat die nog kwetsbaarder zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Sneller dan veel klimaatexperts hadden voorzien, worstelen landen nu al met de gevolgen: overstromingen, droogte en hitte.

Meningsverschillen

Landen hanteren verschillende regels en methoden voor klimaatfinanciering. "En die zijn daarom niet vergelijkbaar. Het is volstrekt onduidelijk welke landen toonaangevend zijn op het gebied van klimaatfinanciering en welke landen achterblijven", zegt onderzoeker Weikmans.

"Waar grote meningsverschillen over zijn, is of leningen wel meegeteld mogen worden", zegt Pieter Pauw, verbonden aan de Frankfurt School of Finance and Management. "Ontwikkelingslanden zeggen daarover: dat moeten we terugbetalen, dus dat kan toch niet meetellen?"

Beide experts schreven mee aan het VN-rapport Adaptation Gap report 2020. Jaarlijks brengt dit rapport in kaart hoe de mens zich wereldwijd aan de klimaatverandering aanpast. In het rapport staat letterlijk: 'Op dit moment is het onmogelijk de vraag te beantwoorden of er ook daadwerkelijk 100 miljard euro is gemobiliseerd'.

Er lopen nu zo'n 40 nieuwe adaptatieprojecten. 80 projecten zijn in een vergevorderd stadium van goedkeuring. Sinds 2006 zijn bijna 400 adaptatieprojecten gefinancierd in ontwikkelingslanden. De laatste jaren nemen de bedragen die voor projecten worden vrijgemaakt toe.

Een jaar nadat tyfoon Yolanda de Filipijnen treft, meldt Japan 470 miljoen dollar aan klimaatadaptatie. Maar dat blijkt om een lening te gaan, blijkt uit onderzoek van ontwikkelingswerkorganisatie CARE dat is geverifieerd door Nieuwsuur.

Een lening als klimaatsteun?

Niet veel beweging

Aankomende week is er (online) een zogenaamde internationale adaptatietop in Amsterdam. En ondanks dat er geen duidelijkheid is of de jaarlijkse 100 miljard is gemobiliseerd, is de verwachting dat rijke landen daar gevraagd wordt om nog meer geld te betalen dan de jaarlijkse 100 miljard. In aanloop naar de top pleitte het in Nederland gevestigde Global Center on Adaptation voor zeker 300 miljard dollar per jaar.

Het centrum schrijft: "Het is essentieel dat deze financiering wordt gevolgd zodat gemeten kan worden of het kwetsbare gemeenschappen daadwerkelijk bereikt." Weikmans: "Het ontbreekt internationaal aan consensus over de regels. Dat leidt ook steeds weer tot twistpunten tijdens klimaatonderhandelingen."

Patrick Verkooijen, de directeur van het Global Center on Adaptation, erkende deze week dat niet altijd duidelijk is of toegezegd geld gebruikt wordt voor aanpassingen aan klimaatverandering. "Het is lastig te meten wat telt als klimaatgeld en of dat geld effectief wordt gebruikt. Op dat vlak is nog werk te doen."

Afgelopen jaar was er weer onenigheid. Toen becijferde de OESO dat ontwikkelde landen in 2018 ongeveer 80 miljard dollar aan klimaatfinanciering hadden uitgegeven. Maar NGO Oxfam Novib - die het narekende - kwam niet uit op 80 miljard, maar op 22,5 miljard euro in 2017-2018.

Bezorgdheid over doeltreffendheid

Er waren meer onregelmatigheden, zag Alex Michaelowa van de Universiteit van Zurich, die adviseert over klimaatpolitiek. "Ze zagen ook projecten die niet over klimaatfinanciering gaan, maar wel als zodanig zijn gerapporteerd. Ik hoop dat ministeries in de verschillende landen die de rapportage maken, nu echt bij zichzelf te rade gaan."

Ook over klimaatprojecten zelf zijn zorgen. Zo valt in een recentelijk VN rapport over adaptatieprojecten te lezen: 'Het ontbreken van informatie over de uiteindelijke resultaten van adaptatieprojecten, geeft aanleiding tot bezorgdheid over de doeltreffendheid van deze projecten. '

"Zolang de definitie van wat als 100 miljard telt vaag is, kunnen ze ook niet verantwoordelijk worden gehouden door ontwikkelingslanden als ze dat bedrag niet halen", zegt Pieter Pauw. "Het is absoluut een voordeel voor industriële landen als er geen duidelijke boekhouding is over klimaatfinanciering."

STER reclame