Nieuwsuur
Nieuwsuur

Leerlingen hebben tot en met hun twintigste recht op speciaal onderwijs, maar in de praktijk moeten leerlingen die niet in staat zijn een diploma te halen, vaak op hun achttiende van school. Na de invoering van het passend onderwijs in 2014 is het aantal 19- en 20-jarigen in het speciaal onderwijs gehalveerd.

Het gaat om leerlingen die zware ondersteuning nodig hebben vanwege hun beperking, ziekte of stoornis. Maar die nog wel in staat zijn om iets te leren. Hoe klein het leerdoel ook is.

Keuzes maken

De zoon van Monique Biloro, Marcus, heeft een zware beperking. Toch was hij in staat om op school nieuwe dingen te leren. "Hij leerde daar hoe hij zijn armen functioneel moet gebruiken om bijvoorbeeld te eten of om een rollator te gebruiken. Ook leerde hij keuzes maken."

Sinds de invoering van het passend onderwijs bepalen zogenoemde samenwerkingsverbanden welke leerlingen nog naar school mogen. In zo'n verband zitten afgevaardigden van alle scholen - regulier en speciaal - uit een regio. Ze verdelen onderling het beschikbare geld. In sommige samenwerkingsverbanden kunnen leerlingen na hun achttiende nog door in het speciaal onderwijs, andere verbanden houden dat tegen.

Voor Marcus eindigde zijn schoolcarrière op zijn achttiende. Zijn ouders kregen een brief van het samenwerkingsverband waar zijn school onder valt: "De beslissing is genomen dat voor alle leerlingen bij wie dagbesteding het enige perspectief is, op hun achttiende het onderwijs stopt."

Financiële overwegingen

Wim Ludeke van het Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs hoort het vaker. "Ik vind het ongekend. Het mag ook niet, want de wet schrijft anders voor. Dit heeft onmiskenbaar een financiële achtergrond."

Onderwijsminister Arie Slob en de koepel van alle samenwerkingsverbanden erkennen dat het niet mag. "Per leerling moet de zorgvuldige afweging worden gemaakt wat het beste bij zijn of haar ontwikkeling past. Financiële overwegingen zouden geen rol mogen spelen."

Of scholen wél onderwijs toekennen aan 18-plussers lijkt willekeurig. Nieuwsuur bekeek alle websites van scholen van het voortgezet speciaal onderwijs. Daaruit blijkt dat een derde van de scholen op hun site vermeldt dat de school is bedoeld voor leerlingen tot en met 18 jaar. Dit terwijl in de wet is geregeld dat deze leerlingen mogen blijven tot het einde van het schooljaar waarin zij twintig worden.

Als ik kijk naar hoe mijn zoon Thom als 18-jarige was en waar hij nu is: veel zelfstandiger én hij kan meer aan.

Carin Verhagen

Wat een paar jaar extra onderwijs kan toevoegen, wordt duidelijk bij de bijna 20-jarige Thom. Op zijn achttiende moest hij van school. Hij zou alleen nog naar de dagbesteding gaan. Zijn moeder was het er niet mee eens en schreef haar zoon in op een school waar hij nog wel welkom was.

Carin Verhagen: "Als ik kijk naar hoe mijn zoon Thom als 18-jarige was en waar hij nu is: veel zelfstandiger én hij kan meer aan. Dankzij stages werkte hij bij bedrijven waar hij niet zou zijn aangenomen als vaste kracht. Nu kan dat wel, omdat hij meer geleerd heeft en hij weet dat hij het kan."

Door het extra onderwijs is Thoms toekomstperspectief totaal veranderd: van dagbesteding voor de rest van zijn leven naar een driejarige vervolgopleiding in de horeca:

Thoms toekomstperspectief is totaal veranderd

Maar ook voor leerlingen die na twee extra jaren onderwijs alsnog naar de dagbesteding moeten, heeft onderwijs nut, zegt Biloro, de moeder van Marcus. "Bij een dagbesteding wordt toch een bepaalde mate van zelfredzaamheid verwacht die bij Marcus niet aanwezig is. Hij zou ondergesneeuwd raken en een heel passief bestaan hebben in een dagbesteding."

De ouders van Marcus willen dat niet voor hun zoon en houden hem daarom noodgedwongen thuis. "De verzorging van Marcus is sowieso fysiek al zwaar, maar als je ook nog een ongelukkig kind moet verzorgen, maakt dat het extra zwaar."

STER reclame